Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5258

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
02.341269-25
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 36b SrArt. 36c SrArt. 36d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor medeplegen bezit grote hoeveelheid harddrugs en bezit alarmrevolver

Op 14 december 2025 trof de politie in de schuur van verdachte een grote hoeveelheid harddrugs aan, namelijk 127 kilogram amfetamine en 127 gram MDMA. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van deze drugs en van het bezit van een alarmrevolver in zijn woning.

De rechtbank oordeelde dat verdachte wetenschap had van de drugs en beschikkingsmacht over de schuur, mede door zijn eigen verklaringen en het bewijs van WhatsApp-berichten en contacten met anderen uit het drugsmilieu. Ook het bezit van de alarmrevolver werd wettig en overtuigend bewezen.

De verdediging voerde aan dat verdachte geen beschikkingsmacht had over de drugs en dat hij wist dat het wapen niet gebruikt kon worden, maar deze verweren werden verworpen. Verdachte werd veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf met aftrek van het voorarrest.

Daarnaast werden diverse voorwerpen, waaronder jerrycans, sealapparaten en weegschalen, verbeurd verklaard en de drugs onttrokken aan het verkeer. De straf houdt rekening met eerdere veroordelingen van verdachte en de ernst van de feiten.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf met aftrek van het voorarrest voor medeplegen van bezit van harddrugs en bezit van een alarmrevolver.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02.341269.25
Vonnis van de meervoudige kamer van 17 juni 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,
verblijvende in de penitentiaire inrichting te [plaats] ,
raadsvrouw mr. M.C. Geijtenbeek, advocaat te Goes.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 juni 2026, waarbij de officier van justitie mr. mr. Y.E.Y. Vermeulen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich op 14 december 2025 schuldig heeft gemaakt aan:
feit 1: het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van amfetamine en MDMA in de schuur bij zijn woning;
feit 2: het voorhanden hebben van een alarmrevolver.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit vrijspraak van feit 1, omdat niet kan worden bewezen dat verdachte beschikkingsmacht had over en wetenschap had van de harddrugs. Ook was er geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, waardoor verdachte moet worden vrijgesproken van het medeplegen. Voor feit 2 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank, waarbij wordt verzocht er rekening mee te houden dat verdachte wist dat het wapen niet gebruikt kon worden.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Feit 1 (medeplegen) opzettelijk aanwezig hebben harddrugs
De rechtbank stelt vast dat de politie op 14 december 2025 grote hoeveelheden harddrugs heeft aangetroffen in de vrieskist die stond in de schuur behorende bij de woning van verdachte. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat er in de vrieskist (onder meer) 127 kilogram amfetamine en 127 gram MDMA werd aangetroffen.
Voor een bewezenverklaring van het opzettelijk aanwezig hebben van de aangetroffen harddrugs moet kunnen worden vastgesteld dat de harddrugs zich in de machtssfeer van verdachte bevonden en hij daarvan ook wetenschap had. Hieronder is ook te begrijpen de situatie waarin verdachte de aanmerkelijke kans op de aanwezigheid van die harddrugs bewust heeft aanvaard.
In het algemeen heeft als uitgangspunt te gelden dat een bewoner weet welke goederen er in zijn woning en de daarbij behorende schuur aanwezig zijn en dat hij daar ook de beschikking over heeft. Er zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden waaruit voortvloeit dat dit in dit geval anders is. Verdachte heeft immers verklaard dat hij de sleutel van zijn schuur, na aanhoudende dreigingen, onder druk heeft gegeven aan anderen die hij kende uit het drugsmilieu. Dit omdat hij bij deze personen een schuld had opgebouwd door de harddrugs die hij bij hen had afgenomen. Deze schuld moest verdachte terugbetalen door zijn schuur beschikbaar te stellen. Hij heeft vervolgens gezien dat er regelmatig personen de schuur in en uit liepen en dat er een vrieskist was geplaatst. Zowel de schuurdeur als de vrieskist waren niet op de slot en verdachte heeft verklaard dat hij zelf ook nog een paar keer in de schuur is geweest. Daarbij komt dat er volgens verdachte een chemische lucht te ruiken was. Ook de ter plaatse gekomen verbalisanten hebben duidelijk de voor hen ambtshalve bekende geur van amfetamine geroken. Gelet op al het voorgaande, kan het niet anders zijn dan dat verdachte wetenschap van de harddrugs in zijn schuur heeft gehad en dat hij hier ook de beschikkingsmacht over had. Bovendien heeft verdachte bij de politie verklaard dat hij een vaag vermoeden had dat er verdovende middelen in de vriezer lagen. De omstandigheid dat verdachte geen wetenschap had van de exacte hoeveelheid doet daar niet aan af.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en anderen. Zowel verdachte als andere personen hadden toegang tot de schuur en deze personen liep regelmatig in en uit. Daarnaast bevat het dossier WhatsApp-berichten tussen verdachte en een contact genaamd ‘ [contact] ’ over het langskomen van een ander in de schuur van verdachte. Bovendien heeft verdachte bij de politie ook verklaard dat hij in contact stond met de betreffende anderen via bellen of WhatsApp.
De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen de onder feit 1 genoemde harddrugs opzettelijk aanwezig heeft gehad, zoals hierna onder 4.4 wordt weergegeven.
Feit 2 (voorhanden hebben van een alarmrevolver)
Naast de grote hoeveelheid harddrugs is op 14 december 2025 ook een alarmrevolver in de keuken van de woning van verdachte aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat hij deze alarmrevolver heeft gekregen. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat het bezit van deze alarmrevolver strafbaar is op grond van de Wet Wapens en Munitie. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder feit 2 genoemde alarmrevolver voorhanden heeft gehad, zoals hierna onder 4.4 wordt weergegeven.
4.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
1. op 14 december 2025 te [woonplaats] , gemeente Woensdrecht,
tezamen en in vereniging met anderenopzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en MDMA, zijnde amfetamine en MDMA
middelenals bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2
op 14 december 2025 te [woonplaats] , gemeente Woensdrecht,
een wapen van categorie III, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een, alarm-revolver, van het merk Magnum, type Bruni, kaliber 380
voorhanden heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 48 maanden, met aftrek van het voorarrest.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
Mocht de rechtbank komen tot een bewezenverklaring, dan volstaat primair een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest en eventueel nog een taakstraf. Subsidiair wordt gelet op vergelijkbare jurisprudentie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van niet meer dan 24 maanden met aftrek van het voorarrest passend geacht.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft op 14 december 2025 een grote hoeveelheid harddrugs aanwezig gehad in de schuur van zijn woning. De schuur van verdachte is gebruikt als een opslagplaats voor de drugs. Het is algemeen bekend dat drugs en illegale geneesmiddelen, mede vanwege de zeer verslavende werking ervan, schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Om die reden wordt ook het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid drugs gezien als een ernstig feit. Daarnaast gaat de handel in drugs veelal gepaard met verschillende vormen van criminaliteit, geweldsdelicten en illegale geldstromen, waarbij de drugshandel een belangrijke schakel vormt in de keten van criminele ondermijnende activiteiten die de samenleving ontwrichten. Daarnaast lag in de woning ook nog een alarmrevolver. Het ongecontroleerde bezit van wapens en munitie kan leiden tot het plegen van ernstige geweldsdelicten.
De rechtbank heeft acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten van de rechtspraak en straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank weegt in strafverzwarende zin mee dat verdachte heeft bijgedragen aan het in stand houden van de drugshandel door zijn schuur als opslagplaats voor drugs te laten gebruiken. Hij heeft hierover – uit angst voor represailles – slechts in beperkte mate openheid van zaken gegeven. Bovendien is verdachte in 2016 en 2015 al eerder veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet, zij het dat het toen ging om softdrugs. Anderzijds houdt de rechtbank er rekening mee dat het erop lijkt dat de aangetroffen drugs niet van hem waren.
Alles overziend acht de rechtbank, net als de officier van justitie, een gevangenisstraf van 48 maanden met aftrek van het voorarrest passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

7.Het beslag

7.1.
De verbeurdverklaring en de onttrekking aan het verkeer
De verbeurdverklaring
De inbeslaggenomen voorwerpen, te weten de jerrycans, de sealapparaten, de weegschaal en het plasticzakje worden verbeurd verklaard. De voorwerpen zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraf verbeurdverklaring op te leggen, omdat deze voorwerpen geschikt zijn voor het plegen van druggerelateerde feiten.
De onttrekking aan het verkeer
De inbeslaggenomen verdovende middelen worden onttrokken aan het verkeer. De verdovende middelen zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om die voorwerpen te onttrekken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang en het onder 1 bewezen feit met betrekking tot deze voorwerpen is begaan.

8.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 10, 13a van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9.Beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1:medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 2:handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 48 maanden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Beslag
- verklaart verbeurd de volgende voorwerpen:
* 2 STK Jerrycan (Omschrijving: PL2000-2025334508-G2941325);
* 1 STK Sealapparaat (Omschrijving: PL2000-2025334508-G2941279);
* 1 STK Sealapparaat (Omschrijving: PL2000-2025334508-G2941282);
* 1 STK Weegschaal (Omschrijving: PL2000-2025334508-G2941283);
* 1 STK Plasticzakje (Omschrijving: PL2000-2025334508-G2941278 gele bigshopper met daarin sealbags, Geel);
- verklaart aan het verkeer onttrokken de volgende voorwerpen:
* 2.573 GR Amfetamine (Omschrijving: PL2000-2025334508-G2941307);
* 2.488 GR Amfetamine (Omschrijving: PL2000-2025334508-G2941309);
* 2.368 GR Amfetamine (Omschrijving: PL2000-2025334508-G2941312);
* 2.676 GR Amfetamine (Omschrijving: PL2000-2025334508-G2941315);
* 2.485 GR Amfetamine (Omschrijving: PL2000-2025334508-G2941316);
* 124 GR Xtc (Omschrijving: PL2000-2025334508-G2941292);
* 124 GR Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2000-2025334508-G2941304
ketamine);
* 84 GR Amfetamine (Omschrijving: PL2000-2025334508-G2954115).
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.S. van Bree, voorzitter, mr. C.H.W.M. Sterk en
mr. F.L. Donders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.B.H. van Overveld, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 17 juni 2026.
De voorzitter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
1 hij op of omstreeks 14 december 2025 te [woonplaats] , gemeente Woensdrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA, zijnde amfetamine en/of MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; ( art 10 lid 3 Opiumwet Pro, art 2 ahf Pro/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
2 hij op of omstreeks 14 december 2025 te [woonplaats] , gemeente Woensdrecht een wapen van categorie III, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een, alarm-revolver, van het merk Magnum, type Bruni, kaliber 380 voorhanden heeft gehad; ( art 26 lid 1 Wet Pro wapens en munitie )