ECLI:NL:RBZWB:2026:5248
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verschoning
- Peters
- Broeders
- Verschoor-Bergsma
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens schijn van partijdigheid
In deze zaak heeft de rechter die belast was met de hoofdzaak een verzoek tot verschoning ingediend. De zaak betreft een poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel in vereniging, waarbij de verdachte samen met anderen betrokken zou zijn geweest bij het omduwen van een eetkraam.
De rechter had eerder in een gerelateerde zaak van medeverdachten een beslissing genomen, waardoor het behandelen van deze zaak door dezelfde rechter de schijn van partijdigheid zou kunnen wekken. Dit vormde de grondslag voor het verschoningsverzoek.
De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat, hoewel rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, de uitzonderlijke omstandigheden hier aanleiding geven tot het toewijzen van het verzoek om de schijn van partijdigheid te vermijden. De behandeling van de hoofdzaak zal daarom worden voortgezet door een andere rechter, waarbij het proces wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment van het verzoek.
De beslissing is genomen in raadkamer op 1 juni 2026 en is onherroepelijk. Een afschrift van de beslissing is toegezonden aan de betrokken rechter, de teamvoorzitter en de partijen in de hoofdzaak.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege de schijn van partijdigheid, waarna de zaak door een andere rechter wordt voortgezet.