Uitspraak
- de akte houdende vermeerdering van eis tevens overleggen nadere producties, genummerd 10 en 11, van de zijde van de vrouw;
- de mondelinge behandeling van 30 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen zijn in 2008 gehuwd en hebben twee kinderen, waaronder een minderjarige. De echtscheiding is uitgesproken bij beschikking van 15 juli 2025, waarbij de woning aan de man werd toegedeeld tegen taxatiewaarde met een termijn van drie maanden voor overdracht. Deze termijn is verstreken zonder overdracht.
De vrouw vordert onder meer de verkoop van de woning en dwangsommen wegens het niet nakomen van verplichtingen door de man. De man vordert medewerking van de vrouw aan de overdracht van de woning en ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de termijn niet als fataal is bedoeld en dat de man door omstandigheden vertraging heeft opgelopen bij financiering. De vrouw heeft de overdracht op 23 april 2026 zelf verhinderd door niet te tekenen. De woning moet daarom alsnog aan de man worden overgedragen. De overige vorderingen van de vrouw worden afgewezen, mede omdat zij haar vorderingen inzake inboedel, spaarrekening en voertuigen heeft ingetrokken.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De woning moet alsnog aan de man worden overgedragen en de vorderingen van de vrouw worden afgewezen.