Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Van der Sande;
- mevrouw [naam 1] , behandelaar;
- mevrouw [naam 2] , moeder van betrokkene.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 15 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel voor een minderjarige betrokkene die verblijft in een zorgaccommodatie. De crisismaatregel was op 11 mei 2026 door de burgemeester van Goes afgegeven. Tijdens de zitting werden betrokkene, haar advocaat, een behandelaar en haar moeder gehoord.
Betrokkene gaf aan dat de afgelopen periode erg hectisch was en zij graag naar huis wil om haar normale activiteiten zoals sporten weer op te pakken. De behandelaar stelde dat betrokkene op de afdeling eerder achteruitgaat dan opknapt en dat een opname niet doelmatig is. Behandeling in een ambulant kader via Intensive Home Treatment (IHT) wordt opgestart, waar betrokkene ook voor openstaat. De moeder onderschreef het belang van terugkeer naar huis naast therapieën. De advocaat bepleitte afwijzing van het verzoek omdat betrokkene zelf hulp zocht en de huidige setting niet geschikt is.
De rechtbank concludeerde dat er weliswaar sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door psychische stoornissen, maar dat verlenging van de crisismaatregel niet doelmatig is en niet voldoet aan de wettelijke criteria. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af. De beschikking werd mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter De Beer.
Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens het ontbreken van doelmatigheid en wettelijke criteria.