ECLI:NL:RBZWB:2026:5220

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448192 / JE RK 26-849
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van de Kraats
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.3 JwArt. 6.1.2 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige wegens ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen

De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 15 mei 2026 een spoedmachtiging verleend voor de gesloten plaatsing van een minderjarige geboren in 2010, op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge. De minderjarige verblijft op een open groep maar onttrekt zich dagelijks en in toenemende mate aan de geboden hulp. Er zijn ernstige zorgen over haar veiligheid en ontwikkeling, mede door signalen van betrokkenheid bij criminele uitbuiting en middelengebruik.

De kinderrechter oordeelt dat onmiddellijke jeugdhulp noodzakelijk is en dat een gesloten instelling de enige geschikte en noodzakelijke maatregel is om verdere onttrekking aan hulp te voorkomen. De gedragswetenschapper stemt in met een plaatsing van drie maanden. Omdat de vader instemt, is een ondertoezichtstelling niet vereist. De kinderrechter machtigt de gesloten plaatsing voor twee weken en houdt de verdere behandeling aan.

De beschikking is in het openbaar uitgesproken en partijen worden uitgenodigd voor een zitting. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: Spoedmachtiging verleend voor gesloten plaatsing van minderjarige voor twee weken met aanhouding van verdere behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448192 / JE RK 26-849
Datum uitspraak: 15 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeenteHalderberge,
hierna te noemen het college,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. P.J.M. Groenhuis-Kools uit Breda.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van het college met bijlagen, ontvangen op 15 mei 2026;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 15 mei 2026.

2.De feiten

2.1.
De moeder was ten tijde van de geboorte van [minderjarige] minderjarig en daardoor onbevoegd tot het verkrijgen van het ouderlijk gezag over [minderjarige] . De vader is bij beschikking van 15 juli 2010 belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft op een open plek bij [accommodatie] te [plaats] .

3.Het verzoek

3.1.
Het college verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken. Het college verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
3.2.
Het college verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van drie maanden.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [minderjarige] verblijft op een open groep van [accommodatie] en onttrekt zich structureel en in toenemende mate aan de geboden hulp. De onttrekkingen vinden inmiddels dagelijks plaats en worden gevaarlijker van aard. Er zijn signalen dat [minderjarige] betrokken is bij criminele uitbuiting, waaronder het ronselen van anderen om aan middelen te komen en het doen van transporten voor anderen. Op 13 mei 2026 contacteerde [minderjarige] de groepsleiding laat in de avond met de mededeling dat zij werd aangerand door jongens die daar niet mee wilden stoppen. De politie is ingeschakeld. Zij was op dat moment zwaar onder invloed. Op 15 mei 2026 geeft [minderjarige] in een gesprek met haar begeleider aan dat zij negen van tien nachten niet op de groep is, maar buiten en dat zij 2 gram cannabis per dag gebruikt. Zij geeft zelf aan dat zij niet weet “hoe het anders moet”.
4.2.
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
4.3.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] , omdat het gelet op de forse zorgen wenselijk is dat zij per direct wordt geplaatst in een voor haar veiligere en gestructureerde gesloten setting. Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken.
4.4.
De gedragswetenschapper stemt in met een plaatsing van [minderjarige] in een gesloten setting voor de duur van drie maanden.
4.5.
Omdat de vader instemt met het verzoek, is een ondertoezichtstelling van [minderjarige] niet vereist. [2]
4.6.
Het college, [minderjarige] , haar advocaat, de vader en de moeder worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5.
De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
verleent een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 15 mei 2026 tot 29 mei 2026;
5.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
5.3.
roept het college, de vader, [minderjarige] en haar advocaat op voor de zitting van mr. Pellikaan op
[datum] 2026 om [uur]in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;
5.4.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
5.5.
vraagt de griffier de moeder (als informant) op te roepen.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026, in aanwezigheid van Weterings als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).
2.Artikel 6.1.2, derde lid, Jw.