ECLI:NL:RBZWB:2026:5213

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447885 / FA RK 26-2322
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Maandag
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor twaalf maanden wegens schizofreniespectrumstoornis zonder ziekte-inzicht

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 15 mei 2026 een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden aan betrokkene, geboren in 1980, vanwege een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene vertoont recidiverende psychotische ontregelingen met ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid van haar gezin en omgeving.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werden betrokkene, haar echtgenoot, een casemanager en een psychiater gehoord. De psychiater gaf aan dat betrokkene geen ziekte-inzicht heeft en alleen meewerkt aan zorg omdat dit verplicht is. Betrokkene zelf ontkent problemen en geeft aan medicatie te nemen, maar vindt dit niet nodig en stopt zodra de zorgmachtiging vervalt.

De rechtbank concludeerde dat vrijwillige zorg niet mogelijk is vanwege het ontbreken van ziektebesef en het patroon van stoppen met medicatie. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk. De machtiging omvat het toedienen van medicatie, medische controles en beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. Opname en bewegingsbeperkingen zijn niet toegewezen omdat deze niet noodzakelijk zijn.

De zorgmachtiging geldt tot en met 15 mei 2027. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatie en beperkingen in de vrijheid, vanwege het ontbreken van ziekte-inzicht bij betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447885 / FA RK 26-2322
Datum uitspraak: 15 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. M.M.M. Heesmans uit Roosendaal.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 6 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • echtgenoot van betrokkene;
  • mevrouw [naam 1] , casemanager;
  • de heer [naam 2] , psychiater.
1.3.
De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 3 juni 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene zegt dat het goed met haar gaat. Ze vindt dat ze verder niets nodig heeft, want er is niets aan de hand. Betrokkene neemt haar medicatie gewoon in, maar vindt het eigenlijk niet nodig.
4.2.
De psychiater zegt dat een eerdere zorgmachtiging verlopen is omdat alles goed leek te gaan met betrokkene. Dit bleek later helaas niet het geval. Betrokkene is toen weer ontregeld waarop een zorgmachtiging is aangevraagd. De medicijnen werken erg goed. Echter blijft betrokkene ontkennen wat er is gebeurd en blijft zij zeggen dat het goed gaat. Er is volgens de psychiater geen sprake van samenwerking en vrijwilligheid. Dit gebeurt alleen omdat het verplicht is. De psychiater vindt ambulante hulp momenteel voldoende. Een opname is nu niet aan de orde.
4.3.
De casemanager sluit zich aan bij hetgeen de psychiater naar voren heeft gebracht. Ze ziet dat het nu veel beter gaat met betrokkene. Ze hebben regelmatig contact en bespreken dan hoe het thuis gaat.
4.4.
De echtgenoot sluit zich aan bij hetgeen de psychiater en casemanager naar voren hebben gebracht. De echtgenoot vindt dat het goed gaat thuis dankzij de medicatie.
4.5.
De advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek. Betrokkene vindt dat het goed gaat en dat ze de zorgmachtiging niet nodig heeft. Als het niet verplicht moet, gaat ze het ook niet doen, want er is niets aan de hand. Wanneer de rechtbank besluit de zorgmachtiging toe te wijzen pleit de advocaat voor enkel de vormen van verplichte zorg medicatie, medische controles en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. Als dit goed gaat, zijn andere vormen van zorg volgens de advocaat niet voorzienbaar en dient dat niet te worden opgenomen in de zorgmachtiging.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat er bij betrokkene sprake is van recidiverende psychotische ontregelingen. Haar gedrag wordt op die momenten bepaald door haar waangedachten en actieve hallucinaties. Betrokkene hoort stemmen en geluiden en heeft paranoïde wanen. Dit zorgt voor enorme onrust en ontregeling. Betrokkene vertoont dan zwerfgedrag en veroorzaakt overlast. Daarnaast laat zij ook (fysieke) agressie zien richting haar echtgenoot. Ook dreigt deze agressie richting andere gezinsleden, waaronder haar kinderen, waardoor deze bang zijn voor haar.
Dit brengt grote zorgen over de impact op de kinderen en over de veiligheid en stabiliteit binnen het gezin met zich mee.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het ziektebesef en ziekte-inzicht ontbreekt volledig bij betrokkene. Betrokkene laat een patroon zien waarbij zij zich onttrekt aan haar depot om vervolgens na enkele maanden te moeten worden opgenomen. Betrokkene ontkent haar klachten, waardoor de verwachting is dat zij zal stoppen met haar medicatie als er geen zorgmachtiging meer is. Betrokkene geeft in dit kader zelf ook aan te stoppen wanneer het niet meer verplicht is. Volgens haar is er niets aan de hand. De rechtbank heeft hierdoor onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
5.8.
Ten aanzien van de verzochte vormen van verplichte zorg ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ oordeelt de rechtbank deze niet toe te wijzen omdat dit niet noodzakelijk en voorzienbaar is gebleken.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 mei 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026 door mr. Maandag, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 22 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.