ECLI:NL:RBZWB:2026:5203

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
13 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447536 / FA RK 26-2153
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Gremmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor chronisch psychotische betrokkene voor 24 maanden

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 13 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor een betrokkene geboren in 1993, die lijdt aan een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis en een stoornis in middelengebruik. De betrokkene heeft in het verleden meerdere psychotische decompensaties gekend en is sinds medio 2024 klinisch opgenomen geweest. Hoewel het toestandsbeeld met medicatie is verbeterd, ontbreekt ziekte-inzicht en is er sprake van cannabisgebruik, wat het risico op herhaling vergroot.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, evenals de casemanager. De betrokkene ervaart bijwerkingen van medicatie en wenst geen ambulante FACT-zorg meer. De casemanager benadrukte het chronische karakter van de stoornis en het belang van verplichte zorg om ernstig nadeel te voorkomen.

De rechtbank concludeerde dat er sprake is van ernstig nadeel en een aanzienlijk risico daarop, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Gezien het ontbreken van intrinsieke motivatie en het weigeren van vrijwillige zorg, achtte de rechtbank verplichte zorg noodzakelijk. De toegewezen zorgmachtiging omvat het toedienen van medicatie, medische controles en beperkingen in de vrijheid, waaronder het onderhouden van contact met het ambulante behandelteam.

De zorgmachtiging wordt toegekend voor 24 maanden, met het oog op de chronische aard van de stoornis en de noodzaak van langdurige behandeling en begeleiding. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026 door rechter Gremmen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor 24 maanden met verplichte medicatie en ambulante zorg.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447536 / FA RK 26-2153
Datum uitspraak: 13 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende [adres] ,
advocaat mr. J.H.P.M. Verhagen uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon] , casemanager.
1.3
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 11 juni 2026.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van 24 maanden voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene merkt op dat hij last heeft gehad van psychotische momenten, waarbij hij stemmen hoorde en zekere beelden zag. Op dit moment is daar geen sprake van. Zijn moeder vindt dat hij medicatie moet blijven gebruiken. Die opvatting deelt hij niet. Hij heeft erg last van bijwerkingen. Door de medicatie raakt hij afgevlakt en heeft hij problemen op het seksuele vlak. Ook kampt hij met boosheid vanwege de eerdere klinische opname in 2024, omdat hij toen niets verkeerds had gedaan. Hij wenst het liefst ook geen ambulante FACT zorg meer te ontvangen.
4.2.
De casemanager brengt naar voren dat betrokkene in het verleden meerdere keren psychotisch is gedecompenseerd. Gebleken is dat bij hem van een chronisch psychotisch toestandsbeeld sprake is. Er hebben enkele klinische zorgopnames plaats gevonden, de laatste dateert van medio 2024. Betrokkene is vervolgens ingesteld op medicatie, waarop zijn toestandsbeeld geleidelijk verbeterde. Inmiddels functioneert betrokkene relatief stabiel. Het ontbreekt bij hem echter nog steeds aan ziektebesef en -inzicht. Dit maakt ook dat hij aan de noodzakelijke zorg, waaronder de hem voorgeschreven medicatie, alleen meewerkt omdat er een zorgmachtiging onderliggend is. Ook is er nog steeds sprake van middelenge-bruik, te weten cannabis, wat de kans groter maakt dat betrokkene opnieuw psychotisch zal raken. Er zal doelgerichte behandeling en daarnaast (woon)begeleiding worden ingezet om ervoor te zorgen dat betrokkene beter met zijn kwetsbaarheden leert om te gaan en hij adequate dagbesteding zal hebben. De verwachting is dat er daarvoor een langere periode nodig zal zijn. Zij kan daarom achter een zorgmachtiging staan voor de aldus verzochte duur van 24 maanden. Dit zorgt ook voor een lagere zittingsfrequentie, hetgeen minder belastend is voor betrokkene. Als de op dit moment strikt noodzakelijke zorgvormen die verplicht dienen te kunnen worden toegepast benoemt zij het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, bestaande uit het onderhouden van contact en meewerken met het ambulante zorgteam.
4.3.
De advocaat van betrokkene voert aan dat hij gedurende circa 10 jaar bekend is met zijn cliënt, zij het in wisselende omstandigheden, maar waarbij hij betrokkene wel als een vriendelijk en gemoedelijk persoon heeft leren kennen. Ook blijkt uit het zaakdossier dat er met betrekking tot betrokkene geen justitiële documentatie voorhanden is. Verder heeft hij van zijn cliënt begrepen dat hij met name moeite heeft met de verzochte zorgmachtiging, waar die ziet op het verplicht toedienen van medicatie. In dat verband wijst hij erop dat betrokkene veel last heeft van bijwerkingen, nu de medicatie ervoor zorgt dat hij afvlakt en hij daarnaast problemen op het seksuele vlak ervaart. Dit bij elkaar is erg vervelend, zeker voor iemand in de leeftijd van zijn cliënt. Afgezien daarvan rust ook op zijn cliënt de verantwoordelijkheid om serieus te letten op zijn middelengebruik. Met deze toelichting wenst hij namens zijn cliënt te pleiten voor een afwijzing van het verzoek. In het geval dat de rechtbank wel toewijzend beslist verzoekt hij namens zijn cliënt aan zijn behandelaar om te onderzoeken of/in hoeverre er ruimte is om de medicatie dosering te verminderen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring en de mondelinge behandeling ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis en een stoornis in middelengebruik. De enkele ontkenning van betrokkene dat er bij hem op dit moment van een psychische stoornis sprake is geeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring.
5.3.
Ook is uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene in het verleden meerdere keren psychotisch is gedecompenseerd. In psychotische toestand is betrokkene geagiteerd, is zijn intake (met name vocht) zeer beperkt, slaapt hij onregelmatig en sommige nachten bijna geheel niet. Eerder heeft hij in psychotische toestand de politie gebeld met de mededeling dat er schiet- en steekincidenten in de woning plaatsvonden waarna politie de woning heeft moeten ontruimen. Tijdens de laatste opname heeft betrokkene op de afdeling sigaretten op zijn lichaam uitgedrukt waarna hij behandeling van de wonden weigerde.
Sinds de laatste klinische zorgopname medio 2024 is het toestandsbeeld van betrokkene met medicatie toediening geleidelijk aan verbeterd. Wel is het risico op herhaling van psychotische ontregelingsmomenten nog steeds aanwezig, in de eerste plaats omdat betrokkene de noodzaak van de medicatie toediening niet onderkent bij gebrek aan voldoende ziekte-inzicht. Daarnaast omdat hij nog steeds middelen, te weten cannabis gebruikt, wat de kans groter maakt dat hij opnieuw psychotisch zal raken.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Gebleken is van onvoldoende bij betrokkene aanwezige intrinsieke motivatie om aan de noodzakelijk geachte zorg consequent mee te werken. Betrokkene wil geen medicatie en geen hulp van het FACT team. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, daaronder in dit geval te verstaan dat betrokkene periodiek contact moet blijven houden met zijn ambulant behandelteam.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.8.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor de duur van 24 maanden. Betrokkene heeft al jaren zorgmachtigingen. Er is sprake van een chronisch psychotisch toestandsbeeld en de verwachting is dat voor de in te zetten behandeling en (woon)begeleiding een langere periode nodig zal zijn. De rechtbank heeft er onvoldoende vertrouwen in dat de betrokkene zonder machtiging de medicatie en de zorg vrijwillig zal accepteren.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] ,
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 mei 2028;
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026 door mr. Gremmen, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 21 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.