Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon] , casemanager.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 13 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor een betrokkene geboren in 1993, die lijdt aan een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis en een stoornis in middelengebruik. De betrokkene heeft in het verleden meerdere psychotische decompensaties gekend en is sinds medio 2024 klinisch opgenomen geweest. Hoewel het toestandsbeeld met medicatie is verbeterd, ontbreekt ziekte-inzicht en is er sprake van cannabisgebruik, wat het risico op herhaling vergroot.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, evenals de casemanager. De betrokkene ervaart bijwerkingen van medicatie en wenst geen ambulante FACT-zorg meer. De casemanager benadrukte het chronische karakter van de stoornis en het belang van verplichte zorg om ernstig nadeel te voorkomen.
De rechtbank concludeerde dat er sprake is van ernstig nadeel en een aanzienlijk risico daarop, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Gezien het ontbreken van intrinsieke motivatie en het weigeren van vrijwillige zorg, achtte de rechtbank verplichte zorg noodzakelijk. De toegewezen zorgmachtiging omvat het toedienen van medicatie, medische controles en beperkingen in de vrijheid, waaronder het onderhouden van contact met het ambulante behandelteam.
De zorgmachtiging wordt toegekend voor 24 maanden, met het oog op de chronische aard van de stoornis en de noodzaak van langdurige behandeling en begeleiding. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026 door rechter Gremmen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor 24 maanden met verplichte medicatie en ambulante zorg.