ECLI:NL:RBZWB:2026:5199

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
13 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448118 / JE RK 26-831
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Se Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.3 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met problematisch wegloopgedrag

Het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen verzoekt om een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige geboren in 2012, vanwege ernstig problematisch wegloopgedrag en gedragsproblemen. De minderjarige vertoont onder meer zelfbepalend gedrag, emotieregulatieproblemen, schoolverzuim, winkeldiefstal en een aanhouding wegens mishandeling met verboden middelen.

De ouders stemmen in met de opname en verblijf in een gesloten accommodatie. De gedragswetenschapper heeft op basis van dossieronderzoek ingestemd met de spoedmachtiging. De kinderrechter oordeelt dat onmiddellijke jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige ernstig belemmeren.

Er is een ernstig vermoeden dat de minderjarige zich onttrekt aan noodzakelijke hulp en dat minder ingrijpende maatregelen niet toereikend zijn. Daarom wordt een spoedmachtiging verleend voor de duur van twee weken, met ingang van 13 mei 2026 tot 27 mei 2026, en wordt de mondelinge behandeling van het resterende verzoek aangehouden.

Tijdens de mondelinge behandeling zullen het college, de minderjarige, haar advocaat en de ouders worden gehoord. Het college dient vooraf een instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper te overleggen die de minderjarige persoonlijk heeft onderzocht. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp voor de duur van twee weken wegens ernstig problematisch gedrag van de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/448118 / JE RK 26-831
Datum uitspraak: 13 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE VLISSINGEN,
locatie Vlissingen,
hierna te noemen: het college,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats] (Syrië),
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. R. Wouters uit Middelburg.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van het college met bijlagen, ontvangen op 13 mei 2026.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar vader en moeder.

3.Het verzoek

3.1.
Het college verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. Het college verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
3.2.
De gedragswetenschapper, dhr. [persoon] , heeft ingestemd met een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van vier weken. Hij heeft dit gedaan op basis van dossieronderzoek. Dit blijkt uit de overgelegde verklaring van 13 mei 2026.
3.3.
De vader en de moeder stemmen in met opneming en verblijf van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. Dit blijkt uit de overgelegde instemmingsverklaring van 11 mei 2026.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. Er zijn al langere tijd grote zorgen over [minderjarige] . [minderjarige] vertoont problematisch wegloopgedrag. [minderjarige] is al meerdere malen van huis weggelopen en blijft soms ook voor een langere tijd weg. Het is dan onduidelijk waar zij verblijft en met wie zij zich bevindt. De vrees bestaat dat [minderjarige] in aanraking komt met jongens en/of mannen met verkeerde intenties. Ook lijkt zij op de momenten dat zij weg is van huis veel geld uit te geven, terwijl onduidelijk is hoe zij aan dit geld komt. [minderjarige] accepteert geen gezag, vertoont zelfbepalend gedrag en heeft moeite met emotieregulatie en impulscontrole. Zo is zij vorig jaar regelmatig met andere leerlingen op school in conflict geraakt en gaat zij sinds september 2025 helemaal niet meer naar school. In april 2026 is [minderjarige] betrapt op winkeldiefstal bij de [winkel] en afgelopen maand is zij in [plaats] aangehouden op verdenking van eenvoudige mishandeling. Bij de fouillering bleek dat zij een mes en Lyrica bij zich had. Het is onduidelijk of dit problematische gedrag vanuit haarzelf komt, of dat zij hiertoe wordt gedwongen. Zij lijkt sterk beïnvloed te worden door leeftijdsgenoten en online rolmodellen. Uit observaties en gesprekken blijkt dat zij via online platforms in aanraking komt met groepen jongeren die grensoverschrijdend gedrag normaliseren, waaronder conflicten, online confrontaties en het verheerlijken van risicovol gedrag. Ook lijkt het alsof [minderjarige] begonnen is met roken door groepsdruk en fungeert dit mogelijk als coping mechanisme om om te gaan met stress, frustraties en emotionele spanningen. De ouders hebben, mede gelet op de taalbarrière en beperkte digitale vaardigheden, onvoldoende zicht op wat [minderjarige] (online) doet en kunnen haar hierin onvoldoende sturen. Het lukt hen niet om, in samenwerking met de hulpverlening, een veilige situatie te creëren voor [minderjarige] .
4.2.
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
4.3.
De kinderrechter is gelet op het voorgaande ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter het college om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken, met ingang van 13 mei 2026 en tot 27 mei 2026, onder aanhouding van het resterende deel van het (spoed)verzoek.
4.4.
Het college en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna te noemen mondelinge behandeling.
4.5.
Voorafgaand aan de mondelinge behandeling dient het volgende stuk door het college te worden overgelegd, zulks onder gelijktijdige verstrekking aan de belanghebbenden:
- de instemmingsverklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper ten aanzien van het restant van de spoedmachtiging, tot stand gebracht op basis van onderzoek van de minderjarige in persoon.
4.6.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 13 mei 2026 tot 27 mei 2026;
5.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt dat het college, [minderjarige] en haar advocaat en de vader en de moeder zullen worden gehoord tijdens de mondelinge behandeling op
[datum] 2026 om [uur]in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, aan de Kousteensedijk 2 in Middelburg, ten overstaan van de kinderrechter mr. De Beer voor de duur van 30 minuten;
5.3.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die mondelinge behandeling voor het college, [minderjarige] , haar advocaat, de vader en de moeder;
5.4.
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beschikking is gegeven door mr. Se Beer, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026, in aanwezigheid van mr. Verplanke als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).