ECLI:NL:RBZWB:2026:5194

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
13 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447843 / FA RK 26-2309
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Gremmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor verplichte klinische zorg bij psychotische stoornis en middelengebruik

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 13 mei 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1998, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen gecombineerd met middelgerelateerde en verslavingsstoornissen. Betrokkene is recent klinisch opgenomen na een psychotische decompensatie veroorzaakt door het stoppen met excessief middelengebruik, wat leidde tot agressief gedrag en gevaarlijke situaties.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, evenals een waarnemend psychiater en een verpleegkundige. De officier van justitie was niet aanwezig. Betrokkene erkent de noodzaak van verdere klinische zorg en stemt in met de zorgmachtiging, ondanks de zwaarte van de maatregel.

De rechtbank concludeert dat betrokkene ernstig nadeel veroorzaakt door zijn stoornis, waaronder gevaar voor de veiligheid en maatschappelijke teloorgang. Gezien het ontbreken van minder bezwarende alternatieven en de noodzaak tot controle op medicatie en middelengebruik, wordt de zorgmachtiging toegekend voor zes maanden. De machtiging omvat onder meer medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting en beperkingen in het eigen leven, waaronder contact met het ambulante zorgteam.

De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter Gremmen, en schriftelijk vastgelegd op 21 mei 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden voor verplichte klinische zorg en medicatie aan betrokkene met een psychotische stoornis en middelenverslaving.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447843 / FA RK 26-2309
Datum uitspraak: 13 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats 1],
verblijvende te [plaats 2], [accommodatie], [adres],
advocaat mr. F.E.R.M. Verhagen uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 4 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [persoon 1], waarnemend psychiater;
  • de heer [persoon 2], verpleegkundige.
1.3
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

De rechtbank heeft een machtiging tot voortzetting crisismaatregel verleend tot en met 4 mei 2026. Betrokkene verblijft met deze machtiging bij [accommodatie].

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene merkt op dat zijn behandelaar ervan uit gaat dat er bij hem sprake is van psychotische kwetsbaarheid. Hij kampt ook veel met opgekropte woede. Hoewel hij de verzochte zorgmachtiging als een zware en ingrijpende maatregel ziet onderkent hij dat hij nog klinische zorg nodig heeft om verder te stabiliseren en zijn leven weer op te kunnen pakken. Hij kan daarom akkoord gaan met de zorgmachtiging. Dit geldt ook waar die zorg ziet op het verplicht (kunnen) toepassen van controles, waaronder op middelengebruik.
4.2.
De waarnemend psychiater brengt naar voren dat betrokkene sinds enkele weken verplicht klinisch in de GGZ instelling is opgenomen, nadat hij in een toestand van floride psychotische decompensatie was geraakt wegens het stoppen met excessief (poly)middelen-gebruik. De psychose ging gepaard met ernstig nadeel in de vorm van agressief en dreigend gedrag naar anderen, waaronder naar zorgpersoneel en naar materialen. Ook zorgde betrokkene voor gevaarlijke situaties wegens roekeloos autorijgedrag. Gezien wordt dat betrokkene met de tot dusver geboden klinische zorg stapsgewijs herstelt. Betrokkene stelt zich op dit moment open voor toediening van de hem voorgeschreven medicatie en hij is ook goed in contact met zijn behandelaar over een stapsgewijze afbouw van een aantal medicijnen. Wel staat daar tegenover dat hij niet altijd consequent de overige behandeladviezen opvolgt en hij om die reden een verplicht kader - bij wijze van extra vangnet - nog nodig heeft. Door zijn behandelaar is vastgesteld dat niet alleen middelengebruik aan de toestand, waarin betrokkene is geraakt onderliggend is, maar dat er al gedurende langere tijd van psychotische kwetsbaarheid sprake is. Wel is het van belang in het kader van het herstelproces dat betrokkene het middelengebruik definitief achter zich weet te laten en dat hij de hem voorgeschreven medicatie consequent blijft gebruiken. Met deze toelichting kan hij achter de zorgmachtiging staan, ook waar die ziet op voortzetting van de klinische opname en het beperken van de bewegingsvrijheid. Deze zorgvormen zullen in geval van toewijzing van het verzoek (steeds) voor een zo kort mogelijke duur, dus niet langer dan strikt noodzakelijk, worden toegepast. Op dit moment kan geen exacte termijn worden gegeven ten aanzien van een eventuele toekomstige klinische opname. Als de overige noodzakelijke zorgvormen benoemt hij het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles in verband met medicatiegebruik, insluiten, onderzoek aan kleding of lichaam en het controleren op de aanwezigheid van gedragbeïnvloedende middelen tijdens opname en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, bestaande uit het onderhouden van contact met het ambulante zorgteam.
4.3.
De advocaat van betrokkene voert aan dat haar cliënt begrijpt dat hij om verder te kunnen herstellen nog verplichte klinische zorg nodig heeft. Dit betekent ook dat hij achter een zorgmachtiging kan staan, voor zover het de zorgvormen betreft, zoals die ter zitting zijn besproken. Ze vraagt zich af of de controle op drugs onder verrichten van medische controles kan vallen. Als zijn advocaat spreekt zij de hoop uit dat haar cliënt met de verplichte klinische zorg verder zal herstellen en hij zijn leven binnen afzienbare tijd weer zal kunnen oppakken.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring en de mondelinge behandeling ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middel gerelateerde en verslavingsstoornissen.
5.3.
Ook is uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
  • maatschappelijke teloorgang;
  • het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene op 10 april 2026 crisis is opgenomen in een toestand, waarin sprake was van psychotische decompensatie in het kader van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middel gerelateerde en
verslavingsstoornissen. Betrokkene had kort vóór de crisisopname in de avond roekeloos auto gereden en vervolgens in de ochtend een eenzijdig ongeval veroorzaakt en verkeerde in verwarde toestand. Betrokkene vertoonde ernstige agressie en moest tijdens de opname in een EBK (extra beveiligde kamer) worden opgenomen.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Betrokkene werkt momenteel consequent mee aan toediening van de hem voorgeschreven medicatie. Gezien wordt dat daardoor zijn toestand geleidelijk aan verbetert. Echter is ook gebleken dat de overige behandeladviezen door hem niet altijd overeenkomstig worden opgevolgd. Ook heeft betrokkene eerder blijk gegeven van een wisselende opstelling ten aanzien van de hem geboden klinische zorg, met als gevolg dat tot een EBK plaatsing werd besloten. De psychose is nog niet volledig opgeklaard. Het is noodzakelijk dat er controle op zijn middelengebruik uitgeoefend kan (blijven) worden. Daarvan uitgaande ziet de rechtbank geen of althans onvoldoende mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis en is daarom verplichte zorg nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid
tijdens opname;
- insluiten;
- onderzoek aan kleding of lichaam
tijdens opname;
- controleren op de aanwezigheid van gedragbeïnvloedende middelen
tijdens opname;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot
gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, daaronder in dit geval te
verstaan dat betrokkene periodiek contact moet blijven houden met zijn ambulant
behandelteam;
- opnemen in een accommodatie, telkens zo lang als nodig en zo kort als mogelijk.
De rechtbank is van oordeel dat onderzoeken op middelengebruik zoals ademtests en urinecontroles vallen onder de verplichte zorg ‘het controleren op aanwezigheid van gedragbeïnvloedende middelen’.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.8.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor de duur van zes maanden, als verzocht.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats],
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 november 2026;
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026 door mr. Gremmen, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 21 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.