ECLI:NL:RBZWB:2026:5177

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
C/02/446568 / JE RK 26-535
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Zuijdweg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265g BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling begeleid contact en zorgregeling tijdens ondertoezichtstelling minderjarigen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken voor drie minderjarige kinderen die onder toezicht staan van de GI sinds mei 2024.

De moeder heeft meerdere keren positief getest op cocaïnegebruik, waardoor geplande bezoekmomenten met de kinderen niet konden doorgaan. De GI verzoekt daarom een formele regeling voor begeleid contact van 1,5 uur per week bij de moeder thuis, met regie over uitbreiding of afschaling bij de GI. De vader en de kinderen zijn gehoord; de kinderen vinden het contact belangrijk maar begrijpen niet altijd waarom bezoeken niet doorgaan.

De kinderrechter oordeelt dat het belang van de kinderen gediend is met een vastgelegde regeling die rust en duidelijkheid biedt. De moeder moet eerst aantonen dat zij clean blijft voordat uitbreiding mogelijk is. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt.

Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter stelt een begeleid contact van 1,5 uur per week vast met regie bij de gecertificeerde instelling tijdens ondertoezichtstelling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/446568 / JE RK 26-535
Datum uitspraak: 12 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over de vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Middelburg,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2015 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2011 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2008 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 20 maart 2026, ontvangen op 20 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hier geen gebruik van gemaakt. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren
.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] .
2.2.
Bij beschikking van deze rechtbank van 7 mei 2024 zijn [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 7 mei 2024 en tot 21 mei 2024. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden. Bij beschikking van deze rechtbank van 13 mei 2024 is de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] verlengd met ingang van 21 mei 2024 en tot 7 augustus 2024.
2.3.
Bij beschikking van deze rechtbank van 30 juli 2024 zijn [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 30 juli 2024 en tot 30 juli 2025. Deze maatregel is bij beschikking van 17 juli 2025 verlengd tot 30 juli 2026.
2.4.
[minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] verblijven bij de vader.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt, met uitvoerbaar bij voorraadverklaring, op grond van artikel 1:265g lid 1 BW een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen, waarbij er één keer per week 1,5 uur begeleid contact plaatsvindt tussen de kinderen en de moeder, waarbij gedurende de ondertoezichtstelling de regie wordt belegd bij de GI. De kinderen verblijven de rest van de tijd bij vader.

4.De standpunten

4.1
De GI verzoekt de kinderrechter om de regeling op basis waarvan op dit moment de moeder contact heeft met de kinderen vast te leggen in een beschikking. De omgangsmomenten vinden bij moeder thuis plaats en worden begeleid door [coaching] . Voorafgaand aan het bezoek wordt de thuissituatie van de moeder gecontroleerd of deze geschikt is voor ontvangst van de kinderen en wordt moeder getest op middelengebruik. In de afgelopen periode heeft de moeder meermaals positief getest op cocaïne, waardoor de bezoeken met de kinderen niet konden doorgaan. De jeugdbeschermer vindt het niet wenselijk voor de kinderen om hen elke week te moeten vertellen dat het bezoek niet doorgaat vanwege het gebruik van moeder en houdt de uitleg aan hen daarom beknopt en algemeen. Een formele regeling zal rust, voorspelbaarheid en duidelijkheid creëren voor de kinderen en voorkomt verdere teleurstellingen bij hen. Het zorgt ervoor dat contact met de moeder in een veilige, begeleide setting plaatsvindt. Tegelijk houdt dit ruimte voor opbouw wanneer de situatie van de moeder verbetert.
4.2
De moeder bevestigt dat zij positief heeft getest op gebruik van cocaïne. De moeder was hier erg verbaasd over. Veertien dagen geleden heeft zij een enkele keer gebruikt en zij had niet verwacht dat dit nog zichtbaar zou zijn in haar urine. Zij betreurt dat het bezoekmoment van afgelopen maandag daarom niet kon doorgaan. De moeder gebruikt sindsdien niets meer en kan zeker zonder. Zij heeft hier geen hulp bij nodig. Het zal dan ook niet meer voorkomen dat een bezoek niet door kan gaan vanwege haar gebruik, want zij beseft dat dit een harde eis is voor haar contact met de kinderen. De moeder kan zich vinden in de door de GI verzochte regeling, al heeft zij het liefst haar kinderen weer thuis. Ze mist haar kinderen enorm.
4.3
De vader merkt dat elke keer als een bezoek met de moeder niet doorgaat het een teleurstelling is voor de kinderen. Het helpt de kinderen dat zij op zo’n moment goed opgevangen worden door [coaching] door dan alsnog iets leuks met elkaar te gaan doen. De vader heeft geen bezwaar tegen het verzoek van de GI.
4.4
[minderjarige 2] heeft in een afzonderlijk gesprek de kinderrechter verteld dat het goed met hem gaat. Hoewel het erg druk in huis kan zijn, vindt hij het fijn thuis. Zijn moeder ziet hij niet zo vaak. Normaal gesproken zijn de bezoekmomenten op maandag, maar die zijn al lange tijd niet doorgegaan. Het is voor [minderjarige 2] niet duidelijk waarom niet, hem is alleen verteld dat de moeder niet aan de eisen voldoet. [minderjarige 2] zou hier graag meer uitleg over horen en het liefst zijn moeder vaker willen zien. [minderjarige 2] vindt het voorstel van de jeugdbeschermer prima om iedere week een begeleid contact te hebben met zijn moeder en dat hij gaat kijken of dit uitgebreid kan worden. Tot slot merkt [minderjarige 2] op dat hij zich afvraagt of de buddy vanuit Open Door nog langer bij hem langs moet komen. Hij ziet hier namelijk het nut niet van in nu het goed gaat op school en er geen verzuim meer is.
4.5
[minderjarige 3] heeft de kinderrechter verteld dat hij inmiddels druk aan het werk is bij [organisatie] en het hier erg naar zijn zin heeft. Op de dagen dat hij niet werkt heeft hij [bedrijf 1] en [bedrijf 2] . Hier kan hij zijn energie kwijt en krijgt hij extra begeleiding voor als zijn hoofd vol zit. Thuis gaat het goed. [minderjarige 3] vindt het lastig dat de bezoekmomenten met zijn moeder vaak niet doorgaan. [minderjarige 3] weet niet waarom dit is en wil het ook niet weten. Een bezoek van 1,5 uur per week vindt hij prima en ook dat de jeugdbeschermer daarbij kijkt of het uitgebreid kan worden of onbegeleid kan.

5.De beoordeling

5.1.
Ingevolge artikel 1:265g lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kinderrechter gedurende de ondertoezichtstelling op verzoek van de GI een verdeling van de zorg- en opvoedtaken wijzigen of vaststellen indien dat in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
5.2.
Uit de verkregen informatie en hetgeen tijdens de zitting naar voren is gebracht concludeert de kinderrechter dat dit inderdaad in het belang van de kinderen is. Op dit moment is de afspraak dat de kinderen elke maandag gedurende 1,5 uur onder begeleiding de moeder bezoeken in haar thuissituatie. Voorafgaand aan dit bezoek wordt de thuissituatie van de moeder gescand op veiligheid en wordt zij getest op middelengebruik. In de afgelopen periode hebben er geen bezoeken kunnen plaatsvinden omdat de moeder positief testte op drugsgebruik. De kinderrechter vindt het in het belang van de kinderen dat de zorgregeling bij beschikking wordt vastgelegd, zodat alle betrokkenen duidelijkheid hierover hebben en weten waar zij aan toe zijn en wat van hen verwacht wordt. Het uitgangspunt van deze regeling is één keer per week een begeleid bezoekmoment gedurende 1,5 uur. De regie over de verdere invulling van deze regeling komt in handen van de GI, zodat het aan de GI is om te bepalen of uitbreiding van de bezoeken of afschaling van de begeleiding mogelijk is. De moeder moet zich ervan bewust zijn dat de sleutel hiervoor bij haar ligt. De moeder heeft zichtbaar een goede band met haar kinderen, die er naar uitkijken om hun moeder te zien en nu steeds teleurgesteld raken als een bezoek niet door kan gaan. Drugsgebruik is absoluut ontoelaatbaar in het contact met de kinderen. Het is algemeen bekend dat gebruik van harddrugs een hardnekkig probleem kan zijn. De moeder moet dan ook eerst laten zien dat zij clean blijft en structureel in staat is om het contact met haar kinderen aan te gaan alvorens ingezet kan worden op uitbreiding. Het verzoek van de GI zal, als onweersproken, worden toegewezen.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
bepaalt dat de moeder, [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van begeleid contact met elkaar één keer per week 1,5 uur en waarbij gedurende de ondertoezichtstelling de regie over de uitbreiding van deze regeling in handen ligt van de GI;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2026 door mr. Zuijdweg, kinderrechter, in aanwezigheid van Bakker-Maljers als griffier, en op schrift gesteld op 26 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.