Uitspraak
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2012 te [geboorteplaats 1] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2013 te [geboorteplaats 1] ,
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2021 te [geboorteplaats 2] .
1.Het procesverloop
- het op 3 december 2025 ontvangen verzoek;
- de op 14 januari 2026 ontvangen brief van de man.
- het op 6 februari 2026 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken met bijlagen;
- het op 16 februari 2026 ontvangen verweerschrift op de zelfstandige verzoeken tevens aanvullend verzoekschrift.
2.De feiten
- De man en de moeder hebben een affectieve relatie gehad. Uit die relatie zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] geboren.
- Op de geboorteakte van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] staat geen vader genoemd.
- De moeder heeft het gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
- De man heeft in de procedure met zaaknummer C/02/404162 / FA RK 22-5537 verzocht om hem vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Dit verzoek heeft hij tijdens de zitting van 19 november 2025 ingetrokken.
- De man, de moeder en de minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben de Nederlandse nationaliteit.
- De man, de moeder en de minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland.
3.De verzoeken
- te bepalen dat de vrouw alleen belast zal zijn met het ouderlijk gezag over voormelde minderjarigen;
- te wijzigen de beschikking van deze rechtbank van 26 juni 2023, voor zover deze beschikking betreft het daarin bepaalde door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen en bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat de man als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van voormelde minderjarige kinderen aan de vrouw dient te betalen een bedrag van € 211,- per maand per kind, zulks bij vooruitbetaling en jaarlijks te vermeerderen met de wettelijke indexering, althans zodanige bedragen mits hoger dan de thans verschuldigde bijdragen, als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren,
- kosten rechtens.
4.De standpunten
In casuis het overduidelijk dat de erkenning in het belang van de kinderen is, dat de moeder instemt met die erkenning en de Raad eveneens de erkenning in het belang van de kinderen acht. Indien wordt vastgehouden aan artikel 1:204 BW Pro wordt in strijd met de belangen van de minderjarigen gehandeld. De bijzondere curator verzoekt dan ook om in het licht van artikel 8 EVRM Pro wel de vervangende toestemming tot erkenning te verlenen.
5.De beoordeling
5.De beslissing
7 juli 2026 PRO FORMA,zulks in afwachting van het rapport van de deskundige;
kinderalimentatieaf van deze procedure en stuurt deze door naar cluster familie van dit team voor verdere behandeling;