Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een ex-werknemer op grond van de WIA. De aanvraag werd op 10 juli 2025 ontvangen, maar het UWV heeft nog geen besluit genomen.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres het UWV op 23 september 2025 in gebreke heeft gesteld. Na ontvangst van deze ingebrekestelling op 24 september 2025 zijn twee weken verstreken zonder besluit, waardoor het beroep kennelijk gegrond is.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan beperkte capaciteit van verzekeringsartsen, waardoor de herbeoordeling nog niet heeft plaatsgevonden. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om alsnog een besluit te nemen, gezien het belang van zorgvuldige besluitvorming.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt het UWV op binnen vier maanden na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen.