ECLI:NL:RBZWB:2026:512

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
25/2954 OWBOUW
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 7:3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belanghebbenschap bij omgevingsvergunning

Eiseres maakte bezwaar tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een vierde transformator en spoelgebouw bij hoogspanningsstation Tilburg 380 kV. Het college verklaarde haar bezwaar niet-ontvankelijk omdat zij geen belanghebbende was in de zin van artikel 1:2 Awb Pro. Eiseres voerde aan dat zij wel belanghebbende is vanwege haar betrokkenheid bij de homo-ontmoetingsplaats (HOP) en eerdere erkenning als belanghebbende in soortgelijke procedures.

De rechtbank oordeelde dat het bouwplan niet binnen het terrein van de HOP ligt en dat de omgevingsvergunning geen directe invloed heeft op het openhouden van de HOP. De onbereikbaarheid van de HOP is het gevolg van een ander besluit tot onttrekking van een weg aan de openbaarheid, los van de vergunning. Daarom heeft eiseres geen rechtstreeks belang bij het bestreden besluit.

De rechtbank verwierp ook de stellingen over schending van rechtszekerheid en vooringenomenheid wegens onvoldoende onderbouwing. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiseres kreeg geen vergoeding van kosten.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat zij geen belanghebbende is bij de verleende omgevingsvergunning.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2954 OWBOUW

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg (college), verweerder.

Samenvatting

1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres waarbij haar bezwaarschrift niet-ontvankelijk is verklaard, omdat zij geen belanghebbende is bij de verlening van een omgevingsvergunning. Eiseres is het niet eens met de niet-ontvankelijk verklaring van haar bezwaarschrift. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het college het bezwaar van eiseres op goede gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college op goede gronden het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk heeft verklaard
.Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 15 april 2025 (bestreden besluit) waarbij haar bezwaarschrift gericht tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een vierde transformator en spoelgebouw bij hoogspanningsstation Tilburg 380kV op het perceel [adres] (het bouwplan) aan TenneT TSO (vergunninghouder) niet-ontvankelijk is verklaard.
Het college heeft gereageerd op het beroep met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 5 november 2025 op zitting behandeld. Namens eiseres zijn [naam ] en haar gemachtigde verschenen. Verder was mr. S.N. van de Heijkant namens het college aanwezig.
De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak verlengd.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten en omstandigheden
2. Op 2 oktober 2024 heeft vergunninghouder een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college voor het plaatsen van een vierde transformator en spoelgebouw bij hoogspanningsstation Tilburg 380kV op het perceel [adres] (bouwplan).
Met het besluit van 23 december 2024 (primair besluit) heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan vergunninghouder voor het bouwplan. De omgevingsvergunning is verleend voor de volgende activiteiten:
  • bouwactiviteit (omgevingsplan);
  • bouwactiviteit (technisch).
Eiseres heeft op 18 januari 2025 bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
Met het bestreden besluit is het bezwaar van eiseres kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingediend.
Bestreden besluit
3.1.
Het college heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat eiseres geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is. Eiseres is een rechtspersoon waardoor van een persoonlijk belang alleen sprake zou kunnen zijn als zij eigenaar is of een ander zakelijk recht heeft op de grond van het perceel waarop het bouwplan betrekking heeft of in de omgeving daarvan. Daar is geen sprake van waardoor eiseres geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, Awb is.
3.2.
Verder behartigt eiseres algemene en collectieve belangen rondom de homo-ontmoetingsplaats (HOP) en verricht zij daartoe ook feitelijke werkzaamheden, maar is er volgens het college geen sprake van een rechtstreeks betrokken belang. Het bouwplan is niet binnen de HOP gelegen, maar aan de andere zijde van het [adres] . De grond is niet langer eigendom van de gemeente Tilburg. Dat niet meer op het [adres] kan worden geparkeerd en er niet meer via die weg toegang is tot het bos, is het gevolg van een besluit tot het onttrekken van het [adres] aan de openbaarheid. Dit besluit staat los van de verlening van de omgevingsvergunning aan vergunninghouder.
Beroepsgronden
4.1.
Eiseres stelt dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard door het college. Het bestreden besluit is onzorgvuldig voorbereid, omdat eiseres ten onrechte niet is gehoord. Daarnaast is het bestreden besluit in strijd met de effectieve rechtsbescherming en de rechtszekerheid. Verder is het bestreden besluit met vooringenomenheid genomen. Bij diverse besluiten die zien op eiseres is steeds één behandeld ambtenaar betrokken geweest.
4.2.
Eiseres is volgens de gemeenteraad van de gemeente Tilburg belanghebbend bij het besluit om het [adres] te onttrekken aan het openbaar verkeer. [1] Alleen al om die reden is eiseres ook belanghebbende in deze zaak, zo stelt eiseres. Bovendien heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) eerder in een soortgelijke uitspraak eiseres aangemerkt als belanghebbende. Daarbij komt dat de bouwlocatie exact op het tracé van het [adres] is gelegen waar ook de langsparkeergelegenheid is, die bij de HOP behoort en daardoor als onderdeel van de HOP aangemerkt dient te worden.
Oordeel van de rechtbank
5. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of het college het bezwaar van eiseres op goede gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat eiseres geen belanghebbende is bij de verleende omgevingsvergunning aan vergunninghouder.
Wat is het (wettelijk) kader?
6.1.
Voor de vraag of een rechtspersoon belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Awb, is bepalend of de rechtspersoon krachtens zijn statutaire doelstelling en blijkens zijn feitelijke werkzaamheden een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken algemeen of collectief belang in het bijzonder behartigt. Met artikel 1:2, derde lid, van de Awb heeft de wetgever blijkens de totstandkomingsgeschiedenis [2] veilig willen stellen dat organisaties als belanghebbende kunnen opkomen, mits een algemeen of collectief belang dat zij zich statutair ten doel stellen te behartigen en waarvoor zij zich daadwerkelijk inzetten, bij het besluit rechtstreeks is betrokken.
6.2.
Anders dan eiseres meent, dient het bestuursorgaan per besluit te beoordelen of een betrokkene al dan niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. De belangen die eiseres behartigt, moeten namelijk rechtstreeks betrokken zijn bij het besluit waartegen bezwaar wordt gemaakt. Dat eiseres in andere procedures met een andere rechtsvraag die ziet op een ander besluit, wel ontvankelijk is geacht in haar bezwaar of beroep, leidt niet reeds om die reden tot het oordeel dat eiseres in deze zaak in haar beroep kan worden ontvangen.
6.3.
Eén van de doelstellingen van eiseres staat in artikel 3, negende lid, van de Statuten en luidt als volgt:
“De stichting heeft ten doel om te streven naar het open houden van homo-ontmoetingsplaatsen, en behartigt de belangen van al de bezoekers van deze plaatsen.”
6.4.
De rechtbank stelt vast dat het bouwplan bestaat uit het plaatsen van een vierde transformator en spoelgebouw bij hoogspanningsstation Tilburg 380 kV op het perceel [adres] . Het bouwplan is niet binnen het terrein van de HOP geprojecteerd. De voor het bouwplan verleende omgevingsvergunning heeft dus geen rechtstreekse invloed op het open houden van de HOP. Op het terrein van de HOP zelf wordt namelijk niet gebouwd. Het bouwplan is wel gelegen op of nabij het [adres] .
6.5.
Eiseres heeft aangevoerd dat zij wil dat de weg naar de HOP openbaar blijft, dus niet wordt onttrokken aan het verkeer, zodat de HOP toegankelijk blijft en er naast de weg geparkeerd kan worden. Naar het oordeel van de rechtbank is de omstandigheid dat de HOP niet meer bereikbaar zal zijn dus niet het gevolg van de verleende omgevingsvergunning. Dat de HOP niet toegankelijk meer zal zijn, is een gevolg van een eventueel te nemen besluit tot onttrekking van het [adres] aan de openbaarheid. Eiseres ondervindt dus geen feitelijke gevolgen van het bestreden besluit dat het realiseren van het bouwplan mogelijk maakt. Eiseres is daarom geen belanghebbende bij de verleende omgevingsvergunning. De rechtbank is van oordeel dat het college het bezwaar van eiseres op goede gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard.
6.6.
Ook bij de rechtbank bestaan geen twijfels over de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar. Het college heeft dus op grond van artikel 7:3, aanhef en onder a, van de Awb van het horen van eiseres kunnen afzien. Het bezwaar mocht dan ook kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard.
7. Naar het oordeel van de rechtbank is de stelling dat het bestreden besluit in strijd zou zijn met de rechtszekerheid, door eiseres niet nader onderbouwd. Eiseres ontleent aan de omstandigheid dat zij in het kader van de handhavingsprocedure wel als belanghebbende is aangemerkt, steun voor haar stelling dat zij ook bij het bestreden besluit belanghebbende is. De handhavingsprocedure ziet echter niet op het bouwplan dat met de omgevingsvergunning vergund wordt. Ten slotte heeft eiseres niet met objectieve en verifieerbare gegevens onderbouwd dat sprake is van enige vorm van vooringenomenheid aan de zijde van het college. De enkele omstandigheid dat een ambtenaar steeds bij de besluitvorming is betrokken kan niet reeds om die reden leiden tot het oordeel dat het college vooringenomen zou zijn.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten, noch van de door haar gestelde andere kosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.C.J.J. van Roij, griffier, op 22 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht
Artikel 1:2, eerste en derde lid
1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
2. Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

Voetnoten

1.Zie het beroep met zaaknummer 25/2955.
2.Kamerstukken II 1988/1989, 21 221, nr. 3, p. 32-35.