Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het inrijden tegen de verplichte rijrichting op een eenrichtingsweg in Tilburg op 2 oktober 2023. Betrokkene voerde aan dat het verkeersbord ter plaatse toestond om in die rijrichting te rijden en dat hij geen andere borden had gezien. Ook stelde hij dat het bord bedoeld was voor rechtdoorrijdende weggebruikers en dat de situatie recent was veranderd, waardoor hij niet direct op de hoogte kon zijn.
De officier van justitie handhaafde de boete, maar erkende dat de redelijke termijn was overschreden en stelde voor de boete met 25% te matigen. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging waarvoor de boete was opgelegd voldoende was vastgesteld en dat betrokkene dit niet betwistte. De boete was dus terecht opgelegd.
Echter, vanwege de verwarring die het verkeersbord kon veroorzaken en de overschrijding van de redelijke termijn, matigde de kantonrechter de boete tot de helft van het oorspronkelijke bedrag. De beslissing van de officier van justitie werd dienovereenkomstig gewijzigd en het teveel betaalde bedrag moest worden terugbetaald aan betrokkene.
De uitspraak werd gedaan op 18 mei 2026 door kantonrechter K. Verschueren en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete gematigd tot de helft wegens verwarring over verkeersbord en termijnoverschrijding.