Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5113

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
10 juni 2026
Zaaknummer
11149961 \ MB VERZ 24-887
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke gegrondverklaring beroep tegen verkeersboete voor inrijden tegen verplichte rijrichting

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het inrijden tegen de verplichte rijrichting op een eenrichtingsweg in Tilburg op 2 oktober 2023. Betrokkene voerde aan dat het verkeersbord ter plaatse toestond om in die rijrichting te rijden en dat hij geen andere borden had gezien. Ook stelde hij dat het bord bedoeld was voor rechtdoorrijdende weggebruikers en dat de situatie recent was veranderd, waardoor hij niet direct op de hoogte kon zijn.

De officier van justitie handhaafde de boete, maar erkende dat de redelijke termijn was overschreden en stelde voor de boete met 25% te matigen. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging waarvoor de boete was opgelegd voldoende was vastgesteld en dat betrokkene dit niet betwistte. De boete was dus terecht opgelegd.

Echter, vanwege de verwarring die het verkeersbord kon veroorzaken en de overschrijding van de redelijke termijn, matigde de kantonrechter de boete tot de helft van het oorspronkelijke bedrag. De beslissing van de officier van justitie werd dienovereenkomstig gewijzigd en het teveel betaalde bedrag moest worden terugbetaald aan betrokkene.

De uitspraak werd gedaan op 18 mei 2026 door kantonrechter K. Verschueren en is niet vatbaar voor hoger beroep.

Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete gematigd tot de helft wegens verwarring over verkeersbord en termijnoverschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 11149961 \ MB VERZ 24-887
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 18 mei 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 mei 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: tegen de verplichte rijrichting inrijden (bord C3, eenrichtingsweg) op de [straat] te Tilburg op 2 oktober 2023 om 16:18 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat een bord op de pleeglocatie toestaat om in die rijrichting te mogen rijden. Dit verkeersbord staat er nog steeds. Betrokkene verwijst naar de bijlage voor het verkeersbord.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat het verkeersbord is bedoeld voor weggebruikers die rechtdoor gaan. De foto is verder ver na de boete gemaakt. Als je niet rechtdoor mocht rijden, dan zou het bord er ook niet staan. Betrokkene had geen andere borden gezien, ook vanwege het feit dat hij al jaren die kant op mocht rijden. Dat het mogelijk slechts een week was veranderd, maakt niet dat betrokkene het direct kon weten. De boete is niet redelijk.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het zou kunnen dat het bord later gedraaid is. Ondanks wijzigingen blijft het de verantwoordelijkheid van betrokkene om op de bebording te letten. De boete is dus terecht opgelegd. Gelet op het voorgaande is het beroep volgens de zittingsvertegenwoordiger inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, is er aanleiding voor een matiging van 25%.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent dit feitelijk ook niet.
De boete is dus terecht opgelegd.
Omstandigheden
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat de kantonrechter begrip heeft voor de destijds ontstane verwarring door het getoonde verkeersbord en dat de redelijke termijn is overschreden. De boete zal worden gematigd tot de helft.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 80, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 80, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: