Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5112

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
10 juni 2026
Zaaknummer
11174380 \ MB VERZ 24-968
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete voor inrijden tegen verplichte rijrichting

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het inrijden tegen de verplichte rijrichting op een eenrichtingsweg in Tilburg op 31 oktober 2023. Betrokkene stelde dat de gedraging niet had plaatsgevonden en dat er geen verkeerscamera’s op de locatie waren. Tevens wees betrokkene op een gewijzigde verkeerssituatie die mogelijk tot een onjuiste constatering door de verbalisant had geleid.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter vernietigde deze beslissing vanwege een gebrekkige motivering omtrent de waarneming van de gedraging. Uit de verklaring van de verbalisant bleek voldoende dat de overtreding had plaatsgevonden, en betrokkene ontkende dit feitelijk niet.

De kantonrechter matigde de boete tot de helft vanwege de verwarrende verkeerssituatie en de overschrijding van de redelijke termijn. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug te betalen. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete aangepast.

Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd tot de helft en beslissing officier van justitie vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 11174380 \ MB VERZ 24-968
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 18 mei 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 mei 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: tegen de verplichte rijrichting inrijden (bord C3, eenrichtingsweg) op de [straat] te Tilburg op 31 oktober 2023 om 16:46 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat er op de pleeglocatie helemaal geen verkeerscamera’s zijn. Betrokkene woont namelijk bij de pleeglocatie.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat de verkeerssituatie tussentijds is gewijzigd en op basis daarvan de verbalisant misschien een onjuiste constatering deed, terwijl betrokkene misschien direct had gekeerd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht de beslissing van de officier van justitie te vernietigen, aangezien hierin gebrekkig is gemotiveerd dat de gedraging middels een camerasysteem is waargenomen, terwijl dat niet zo is en de verbalisant fysiek ter plaatse was. Inhoudelijk heeft de zittingsvertegenwoordiger verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren. Er is geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Dat betrokkene mogelijk een vergissing heeft gemaakt is begrijpelijk, maar maakt niet dat de boete onterecht is opgelegd. Gelet op het voorgaande is het beroep volgens de zittingsvertegenwoordiger inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, is er aanleiding voor een matiging van 25%.

Overwegingen

Beslissing officier van justitie
De kantonrechter is het met de zittingsvertegenwoordiger eens en ziet aanleiding om de beslissing van de officier van justitie wegens een gebrekkige motvering te vernietigen.
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent dit feitelijk ook niet. Een wijzigende verkeerssituatie maakt juist dat betrokkene alert moet zijn.
De boete is dus terecht opgelegd.
Omstandigheden
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van een verwarrende situatie en redelijke termijn is overschreden. De boete zal worden gematigd tot de helft.
Het beroep tegen de inleidende beschikking is gelet hierop gedeeltelijk gegrond en die beschikking zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;
  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond en wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de boete wordt gewijzigd in
€ 80,-, plus € 9,- administratiekosten;
- draagt de officier van justitie op het bedrag van € 80,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: