Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 467,00
€ 233,50
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het niet geven van een richtingaanwijzer bij het inhalen op de A59 te Waalwijk op 3 september 2023. Betrokkene stelde zich op het standpunt dat hij niet onrechtmatig had ingehaald en dat de verklaring van de verbalisant tegenstrijdig en onvoldoende was om de overtreding vast te stellen.
De officier van justitie verklaarde het administratief beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting werd benadrukt dat de verklaring van de verbalisant onduidelijkheden bevatte, zoals de positie van de voertuigen en het gebruik van een onjuiste feitcode. Ook werd aangevoerd dat aanvullende vragen gesteld hadden moeten worden conform het Keskin-arrest.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging niet voldoende was komen vast te staan vanwege de onduidelijkheden en het ontbreken van een aanvullend proces-verbaal. Daarnaast was de redelijke termijn overschreden, wat aanleiding gaf tot matiging van de sanctie. De boete en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd, het betaalde bedrag werd terugbetaald en een proceskostenvergoeding van €566,50 werd toegekend.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd vanwege onvoldoende bewijs en overschrijding van de redelijke termijn.