Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5103

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
10 juni 2026
Zaaknummer
11163453 \ MB VERZ 24-915
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens parkeren zonder hinder

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het parkeren van een voertuig op een wijze die gevaar of hinder voor het verkeer zou kunnen veroorzaken op de Spoorlaan te Tilburg op 13 juni 2023.

Betrokkene stelde dat er een vrijstellingsverklaring van NS en Prorail was, waardoor parkeren op het spoorwegterrein was toegestaan. Tevens werd aangevoerd dat het voertuig zodanig was geparkeerd dat voetgangers geen hinder ondervonden en dat er een brief achter de voorruit lag met een contactnummer voor het geval van hinder.

De officier van justitie erkende de ontheffing en verzocht het beroep gegrond te verklaren. De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de gedraging heeft plaatsgevonden en dat er geen sprake was van hinder. Daarom werd de boete vernietigd en het betaalde bedrag terugbetaald. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete is vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 11163453 \ MB VERZ 24-915
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 18 mei 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde] B.V.

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 mei 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens gemachtigde is verschenen [persoon] . De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd op de Spoorlaan te Tilburg op 13 juni 2023 om 08:15 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt een vrijstellingsverklaring van de NS en Prorail parkeerbewijs te hebben waardoor het is toegestaan om, indien nodig, te parkeren op het spoorwegterrein van Prorail.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat er behoorlijk wat werkzaamheden waren waardoor ervoor is gekozen om het voertuig aan de zijkant te parkeren zodat voetgangers er geen hinder van ondervonden. Verder zat er nog een brief achter de voorruit waarop stond dat gebeld mocht worden als er sprake was van hinder.
De zittingsvertegenwoordiger heeft, ook vanwege de ontheffing, verzocht het beroep gegrond te verklaren, aangezien geen sprake is van hinder. Als naar de foto wordt gekeken dan kan iemand alsnog plaatsnemen op het bankje. De boete is onterecht opgelegd.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat dat gemachtigde aannemelijk heeft gemaakt in het bezit te zijn van een ontheffing en geen sprake is van hinder. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 169, dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: