Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5098

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
10 juni 2026
Zaaknummer
11040046 \ MB VERZ 24-509
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens onduidelijke pleeglocatie

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het overschrijden van een doorgetrokken streep op de Beekseweg te Diessen op 11 februari 2023. Betrokkene stelde dat hij ten onrechte niet is staandegehouden en dat de gedraging niet is verricht, mede omdat de locatie onduidelijk was.

De officier van justitie handhaafde de boete, maar erkende een overschrijding van de redelijke termijn en stelde voor de boete met 25% te matigen. De kantonrechter oordeelde echter dat de verbalisant onvoldoende had omschreven waar de overtreding precies had plaatsgevonden, waardoor niet kan worden vastgesteld of de gedraging is verricht.

Daarom werd de boete vernietigd, het betaalde bedrag terugbetaald en een proceskostenvergoeding van €1.267 toegekend aan betrokkene. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onvoldoende vastgestelde pleeglocatie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 11040046 \ MB VERZ 24-509
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 1 juni 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 mei 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens gemachtigde is verschenen [persoon] . Betrokkene is niet verschenen.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in beide richtingen) op de Beekseweg te Diessen op 11 februari 2023 om 11:09 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat betrokkene ten onrechte niet is staandegehouden. Gemachtigde stelt verder dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene is niet staandegehouden en kan zich niet indenken waar en wanneer de vermeende gedraging precies zou hebben plaatsgevonden. Het zaakoverzicht is erg summier. Zo bevat de gedragingsgegevens slechts een standaardtekst. De pleeglocatie betreft een lange weg met meerdere doorgetrokken strepen. Het had in de weg van de officier van justitie gelegen een aanvullend proces-verbaal bij de verbalisant op te vragen. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat primair verzocht wordt om de boete te vernietigen en subsidiair verzocht wordt om de boete met 25% te matigen omdat de redelijke termijn is overschreden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De pleeglocatie is duidelijk en specifiek genoeg. De Beekseweg is inderdaad een lange straat, maar uit het zaakoverzicht volgt dat de gedraging buiten de bebouwde kom plaats heeft gevonden. Gelet daarop is de straat niet zodanig lang dat het voor betrokkene onduidelijk is waar hij zich tegen dient te verdedigen. Verder ziet de zittingsvertegenwoordiger geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Op basis van het dossier kan de gedraging worden vastgesteld en is er terecht op kenteken bekeurd. Daarnaast deed zich zonder stopmiddelen en met een privévoertuig geen reële mogelijkheid tot staandehouding voor. Gelet op het voorgaande is het beroep volgens de zittingsvertegenwoordiger inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, is er aanleiding voor een matiging van 25%.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld of de gedraging is verricht. De verbalisant heeft voldoende omschreven waarom is afgezien van een staandehouding, maar heeft nagelaten de specifieke pleeglocatie te vermelden, dan wel te omschrijven, zodat onvoldoende kan worden vastgesteld waar de gedraging specifiek heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskostenvergoeding
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 666,- = € 333,00
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 934,- = € 467,00
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 934,- =
€ 467,00
€ 1.267,00

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 259, dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.267.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en uitgesproken op 1 juni 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: