Uitspraak
1.[huurder 1] ,
2.2. [huurder 2] ,
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 27 mei 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
LB Huizen B.V. heeft een huurovereenkomst gesloten met [huurder 1] en [huurder 2] voor een woning in [woonplaats]. Vanaf oktober 2025 ontstond een aanzienlijke huurachterstand die oploopt tot €12.100,00. Ondanks meerdere aanmaningen en een aanmelding voor schuldhulpverlening, bleef betaling uit.
De verhuurder vordert ontruiming van de woning en betaling van de achterstallige huur, alsmede de lopende huur tot aan de ontruiming. [huurder 1] voert verweer dat er sprake is van gebreken in de woning waardoor een lagere huur was afgesproken, maar dit is niet onderbouwd. [huurder 2] verschijnt niet en verweer wordt niet erkend.
De kantonrechter oordeelt dat de ontruiming gerechtvaardigd is omdat het zeer waarschijnlijk is dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op 14 dagen. Tevens worden de vorderingen tot betaling van de huurachterstand en lopende huur toegewezen. De proceskosten worden aan de gedaagden opgelegd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de huurders tot ontruiming binnen 14 dagen en betaling van de huurachterstand en proceskosten.