Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5047

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
BRE 25/6734
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen door Dienst Toeslagen

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door de Dienst Toeslagen. Na de uitspraak van de rechtbank van 9 juli 2025, waarin de Dienst Toeslagen werd opgedragen binnen twee weken te beslissen, heeft de Dienst Toeslagen alsnog op 6 januari 2026 een beslissing genomen. Hierdoor heeft verzoekster haar beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding.

De Dienst Toeslagen erkende in het verweerschrift dat verzoekster recht heeft op een proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat de Dienst Toeslagen geheel aan verzoekster tegemoet is gekomen door alsnog tijdig te beslissen, waardoor het verzoek om proceskostenveroordeling gegrond is.

De rechtbank veroordeelde de Dienst Toeslagen tot betaling van € 467,- aan proceskosten, omdat de zaak alleen ging over de overschrijding van de beslistermijn en er geen andere kosten waren gemaakt. Daarnaast wees de rechtbank erop dat de Dienst Toeslagen verplicht is het griffierecht van € 53,- te vergoeden, hetgeen de Dienst Toeslagen al had toegezegd.

De uitspraak werd gedaan door rechter J. van Alphen op 12 juni 2026 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens niet tijdig beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/6734 KINDER

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. I. van den Heuvel),
en

de Dienst Toeslagen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van de Dienst Toeslagen in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep dat zij heeft ingesteld na de uitspraak van de rechtbank van 9 juli 2025 [1] . In die uitspraak staat dat de Dienst Toeslagen binnen twee weken moet beslissen op het bezwaar van verzoekster. Verzoekster heeft het beroep ingetrokken omdat de Dienst Toeslagen op 6 januari 2026 alsnog een beslissing op bezwaar heeft genomen.
1.1.
De Dienst Toeslagen heeft in het verweerschrift erkend dat verzoekster recht heeft op een proceskostenvergoeding.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [2]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [3]
Is de Dienst Toeslagen aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de Dienst Toeslagen geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 23 december 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. De Dienst Toeslagen heeft op 6 januari 2026 alsnog beslist op het bezwaar van verzoekster. Hiermee is de Dienst Toeslagen tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet de Dienst Toeslagen aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. De Dienst Toeslagen moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat de Dienst Toeslagen verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. [4] De Dienst Toeslagen heeft al toegezegd het griffierecht te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. van Alphen, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 12 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

2.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
4.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.