Uitspraak
1.[eiser 1] ,wonende te [woonplaats] ,2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser 2] BV,statutair gevestigd te [plaats] ,
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de mondelinge behandeling van 7 mei 2026 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnota’s van partijen.
3.De feiten
“I can accept the rent increase from 1st January”
October November December rent. Op 8 april 2026 heeft [eiser 1] een bedrag van € 800,00 betaald aan [gedaagde] met als omschrijving:
Studio: January and Februari rent.
4.Het geschil
5.De beoordeling
“of uit eventuele andere afspraken die gedurende de looptijd van de Huurovereenkomst tussen partijen zouden zijn gemaakt”.Dit kan naar het oordeel van de kantonrechter niet anders worden uitgelegd dan dat partijen bij het sluiten van de vso de bedoeling hebben gehad om alle (eventuele) tussen hen over en weer bestaande verplichtingen van welke aard dan ook, waaronder dus ook de bewoning en gebruik van de studio, onder de finale kwijting te laten vallen. Dat het gebruik van de studio onderwerp van gesprek is geweest tijdens de onderhandelingen over de vso volgt uit de preambule onder B. en artikel 3.1 van de vso. De preambule onder B. refereert aan de bewoning in strijd met het bestemmingsplan terwijl in artikel 3.1 van de vso is vermeld dat met onmiddellijke ingang geen bewoning en/of overnachting zal plaatsvinden in het gehuurde.