Op 28 juni 2024 werd verdachte staande gehouden met een kleine vrachtwagen waarin drie sporttassen met in totaal 64,03 kilogram ketamine werden aangetroffen. Verdachte, werkzaam als zzp’er in de transportsector, voerde aan niet te weten wat de tassen bevatten en dat hij slechts een ritje uitvoerde voor een vriend zonder vrachtbrief of kennis van de inhoud.
De rechtbank achtte deze verklaring ongeloofwaardig en oncontroleerbaar, mede omdat verdachte niet wilde zeggen wie de vriend was en waar de tassen naartoe moesten. Gezien zijn feitelijke beschikkingsmacht over het voertuig en de tassen, concludeerde de rechtbank dat verdachte wetenschap had van de inhoud en dat hij zonder registratie ketamine in voorraad had.
De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging dat het opzet ontbrak en dat bewijs zoals het proces-verbaal en telefoongegevens niet toereikend waren. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, rekening houdend met de ernst van het feit en maatschappelijke gevolgen van de handel in ketamine.
De rechtbank legde een lagere straf op dan de officier van justitie had geëist, maar benadrukte dat de handel in ketamine schadelijk is voor de volksgezondheid en vaak gepaard gaat met criminele activiteiten. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht op de straf. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen.