Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juni 2026 in de zaken tussen
[eiseres] V.O.F., uit [plaats] , eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister.
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- € 2.850,- voor het onderbetalen van [werknemer 2] met € 251,43
- € 2.850,- voor het niet tijdig en onderbetalen van [werknemer 1] met € 93,88
€ 240,-, dat is uitbetaald op 8 juni 2022, zou zien op loonperiode 5, dan geldt nog dat het minimumloon niet tijdig en niet volledig is uitbetaald. Bij gebreke van een andersluidende afspraak, was eiseres namelijk verplicht om uiterlijk direct na afloop van loonperiode 5, dus op 23 mei 2022, het volledige brutominimumloon te voldoen.