4.3.2.De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte samen met de medeverdachte op 8 oktober 2024 met een bedrijfswagen over de A58 is gereden. [medeverdachte] was de bestuurder van de bedrijfswagen en [verdachte] de bijrijder. De politie heeft de bedrijfswagen bij [tankstation] in Krabbendijke staande gehouden vanwege een melding dat sprake zou zijn van een ontvoering. Bij het openen van de laadruimte werd een sterke amfetaminegeur geroken. Vervolgens werden door de politie allerlei spullen in de bedrijfswagen aangetroffen, zoals:
- een IBC container;
- een RVS ketel;
- een RVS koelbuis;
- meerdere gevulde jerrycans;
- meerdere zakken met daarin een harde substantie en
- meerdere maatbekers.
De vloeistoffen en poeders die in de jerrycans en zakken in de bedrijfswagen werden aangetroffen, zijn nader onderzocht door het NFI. Het bleek te gaan om methylamine,
formamide, aceton en zwavelzuur. Ook staan in de tenlastelegging PMK-glycidezuur en helional opgenomen, maar deze werden niet aangetroffen. Wel werd een vloeistof aangetroffen bevattende PMK en de ethylester van PMK-glycidezuur en een vloeistof bevattende PMK en een lage concentratie MDMA.
In de bedrijfswagen werd verder een factuur gevonden van [bedrijf] uit [plaats] . Hieruit blijkt dat [medeverdachte] op 26 september 2024 twintig stapelbare jerrycans van 25 liter had gekocht.
Daarnaast werd in de telefoon van [medeverdachte] een chat gevonden tussen hem en [verdachte] . Hierin werden in de periode van 29 oktober 2023 tot en met 6 juli 2024 onder andere de volgende termen teruggevonden:
- ‘ Hebben chauf nodig’;
- ‘ Bergen op Zoom gesprek over handel’;
- ‘ Ze willen 50’;
- ‘ ff tegen die lasser zeggen’;
- ‘ Voor bouwen inrichten etc’;
- ‘ Apaan en kleine dingen brengen’;
- ‘ Hij gaat die dingen bestellen voor de geur’;
- ‘ Moeten nog ff van die maatbekers halen en handschoenen etc’;
- ‘ We moeten eigenlijk ff jerrycans halen wel’;
- ‘ En kan 2k ophalen bij lange’;
- ‘ Dan moet jij maar ff 300 pakken voor jezelf’;
- ‘ Van die 2k’;
- ‘ Oké bus is geregeld’
- ‘ Moet nog afkoelen en scheiden’;
- ‘ mss kan je terug weg die pap meenemen’;
- ‘ Ik ga zo naar de andere kant ivm controle popo’;
- ‘ Leuke handel man’;
- ‘ Haha rvs’;
- ‘ Ketels’.
In de bij [medeverdachte] in gebruik zijnde telefoon (iPhone 8) werd een chatgesprek aangetroffen tussen hem en ene ‘ [naam] ’ op 1 oktober 2024 met daarin de volgende teksten:
- ‘ Via die zwager staat nu 24 wij krijgen beter prijs’;
- ’22.800 + 18.700 + 6.050’;
- ’40.830 + 88.000 =’;
- ‘128 830’;
- ‘ Kunnen mss iets geks doen’;
- ‘ Met die van Duitsland hij heeft nog 2200 kg appaan’;
- ‘50/50’;
- ‘ Hij heeft geen plek en vertrouwd alleen mij’;
- ‘ Moet dan kok kosten betalen’;
- ‘ En chems’.
Voorhanden hebben
Er is sprake van ‘voorhanden hebben’ zoals bedoeld in de artikel 10a van de Opiumwet als verdachte de wetenschap van en de beschikkingsmacht over de aangetroffen voorwerpen en stoffen had. De rechtbank stelt vast dat de in de tenlastelegging opgenomen voorwerpen en stoffen zijn aangetroffen in een bedrijfswagen waarvan verdachte de bijrijder was. Verdachte heeft geen enkele verklaring hierover af willen leggen. Gelet op de chatgesprekken tussen verdachten, de hoeveelheid van hetgeen werd aangetroffen en de geur die vrijkwam toen de politie de laadruimte opende, stelt de rechtbank vast dat het niet anders kan dan dat beide verdachten wetenschap hebben gehad van wat er in de bedrijfswagen lag. Verdachte had de voorwerpen en stoffen daarmee samen met [medeverdachte] voorhanden.
Opzet op voorbereidingshandelingen
Het is de rechtbank vanuit andere strafzaken bekend dat IBC’s en RVS-ketels vaak gebruikt worden bij het productieproces in drugslabs. Wat de RVS-koelbuis betreft, is de rechtbank ambtshalve bekend dat dit een deel van een (productie)ketel betreft. Gelet op de aard en de combinatie van de goederen in de bedrijfswagen en de in de telefoon van [medeverdachte] aangetroffen communicatie met onder meer [verdachte] , concludeert de rechtbank dat verdachten goederen en chemicaliën voorhanden hadden die bestemd waren voor het vervaardigen en bewerken van synthetische drugs. Door deze spullen te vervoeren, terwijl zij wisten waar deze voor gebruikt worden, is het opzet van verdachten naar het oordeel van de rechtbank hier ook op gericht geweest.
Gelet op de bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van harddrugs.