ECLI:NL:RBZWB:2026:5007

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447457 / FA RK 26-2106
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Benjaddi
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging voor opname en verblijf wegens beginnende vasculaire dementie

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging te verlenen voor opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1954, die lijdt aan beginnende vasculaire dementie en bijkomende lichamelijke beperkingen. Betrokkene verblijft momenteel bij een Wvggz-accommodatie en verzet zich tegen opname in een verpleeghuis, met de wens om thuis te wonen of in de huidige accommodatie te blijven.

Tijdens de zitting, gehouden met gesloten deuren, werden betrokkene, zijn advocaat, een psychiater en een verpleegkundige gehoord. De psychiater en verpleegkundige stelden dat betrokkene 24-uurs zorg nodig heeft vanwege cognitieve stoornissen, fysieke beperkingen en incontinentie. Betrokkene is niet zelfredzaam en vertoont gedrag dat kan leiden tot ernstig nadeel, zoals verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

De rechtbank concludeerde dat betrokkene onder de reikwijdte van de Wet zorg en dwang (Wzd) valt en dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om ernstig nadeel te voorkomen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar. Daarom verleent de rechtbank de machtiging voor de duur van zes maanden, tot 8 november 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene voor zes maanden wegens beginnende vasculaire dementie en ernstige zorgbehoefte.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447457 / FA RK 26-2106
Datum uitspraak: 8 mei 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een machtiging voor als bedoeld in artikel 24 Wet Pro zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1954 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
verblijvende bij de [accommodatie] , [afdeling] , te [plaats 2] ,
advocaat: mr. M.A.J. Timmermans-Roelands uit Bergen op Zoom.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 22 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 mei 2026 bij de [accommodatie] te [plaats 2] . Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • psychiater, mevrouw [persoon 1] ;
  • verpleegkundige, mevrouw [persoon 2] .

2.Het verzoek

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het goed met hem gaat. Het liefste zou hij naar huis gaan. Volgens betrokkene kan zijn zus voor hem zorgen. Daarnaast kan hij ook nog veel dingen zelf. Als betrokkene niet naar huis kan, zou hij bij de [accommodatie] willen blijven. Daar wordt goed voor hem gezorgd. Betrokkene wil in ieder geval niet naar een verpleeghuis.
3.2.
De psychiater verklaart, samengevat, dat betrokkene 24-uur per dag zorg nodig heeft. Hij is afhankelijk van zorg- en hulpverlening op alle vlakken. Bij betrokkene is sprake van cognitieve stoornissen, waarbij wordt gedacht aan vasculaire dementie. Daarnaast heeft betrokkene ook lichamelijke problemen. Hij zit in een rolstoel en kan met moeite met een rollator lopen. Betrokkene is incontinent en hij kan zichzelf daarin niet verzorgen. Een terugkeer naar huis is niet mogelijk. Betrokkene heeft een zus, maar zij is niet bij hem betrokken. Wanneer betrokkene wordt overgeplaatst naar een accommodatie van [zorginstelling] , waar er nu een plek voor hem beschikbaar is, zal hij in een setting terechtkomen waar hem meer levenskwaliteit geboden wordt.
3.3.
De verpleegkundige vult hierop, samengevat, nog aan dat betrokkene niet zelfstandig kan functioneren. In de huidige setting wordt betrokkene de minimale zorg geboden omdat dit geen verblijfslocatie is. In de setting van [zorginstelling] zal betrokkene intensievere zorg worden geboden, passend bij zijn aandoening. De verpleegkundige gunt betrokkene een overplaatsing naar [zorginstelling] .
3.4.
De advocaat bepleit, samengevat, om afwijzing van het verzoek. Betrokkene wil niet worden overgeplaatst naar een verpleeghuis. Hij heeft moeite met die benaming. Hij wil weer thuis wonen en is, volgens hem, goed in staat om voor zichzelf te zorgen. Wanneer betrokkene niet terug naar huis kan, wil hij bij de [accommodatie] blijven.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten beginnende vasculaire dementie. De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat bij betrokkene sprake is van apraxie en oriëntatiestoornissen in persoon. Het ontbreekt betrokkene daarbij aan ziektebesef en -inzicht. Hoewel betrokkene nu verblijft bij een Wvggz-accommodatie, is gebleken dat Wzd-problematiek voorliggend is. Gezien de aandoening en de zorgbehoefte van betrokkene, valt hij onder de reikwijdte van de Wzd.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
4.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene niet zelfredzaam is. Hij is volledig afhankelijk van anderen. Wanneer betrokkene geen zorg krijgt, zal hij niet zelf aan zijn eigen eerste levensbehoeften kunnen voldoen, met alle gevolgen van dien. Daarnaast is betrokkene incontinent, loopt hij regelmatig naakt over de gang en kan hij snel in conflict raken met anderen.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Zoals tijdens de zitting is gebleken wil betrokkene niet naar een verpleeghuis. Hij is ervan overtuigd dat hij voor zichzelf kan zorgen.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overgelegde stukken en de zitting is genoegzaam gebleken dat betrokkene 24-uurs zorg nodig heeft, wat in een ambulant kader, zonder steunsysteem en acceptatie van zorg, niet te realiseren is.
4.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1954 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 november 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier, en op schrift gesteld op 26 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.