ECLI:NL:RBZWB:2026:4996

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447704 / FA RK 26-2235
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:1 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met schizo-affectieve stoornis wegens ernstig nadeel en weigering vrijwillige zorg

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 8 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1967, die verblijft in een instelling. Betrokkene weigerde te communiceren tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond. De advocaat kon geen inhoudelijk standpunt innemen vanwege het ontbreken van contact.

De behandelaar gaf aan dat betrokkene lijdt aan een schizo-affectieve stoornis, bipolaire type, met een paranoïde psychotisch toestandsbeeld. Er is sprake van ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, verwaarlozing, agressie en gevaar voor veiligheid. Betrokkene vertoont grensoverschrijdend en agressief gedrag, weigert medewerking aan zorg en onderzoek, en vertoont ernstige verwaarlozing van zelfzorg.

De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is omdat vrijwillige zorg niet mogelijk is. De toegewezen zorg omvat medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, toezicht, en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De machtiging geldt tot 8 november 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden vanwege ernstig nadeel en weigering van vrijwillige zorg.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/447704 / FA RK 26-2235
Datum uitspraak: 8 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1967 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat mr. P.R. Klaver uit Bergen op Zoom.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 29 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van betrokkene;
  • mevrouw [persoon 1] , psychiater, aios, behandelaar;
  • mevrouw [persoon 2] , co-assistente.
1.3.
Uit artikel 6:1 Wvggz Pro volgt dat de rechter betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor het verlenen van een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat betrokkene niet in staat is of niet bereid is zich te doen horen. Voorafgaand aan de zitting bleek dat betrokkene in zijn kamer was en daar wilde blijven. De rechter is naar de kamer van betrokkene toegegaan en daar bleek dat betrokkene niet wilde praten. De rechtbank stelt vast dat betrokkene op de hoogte is van de zitting en dat betrokkene niet bereid is om verder in gesprek te gaan met de rechtbank over het voorliggend verzoek. Gelet hierop heeft de rechtbank – met instemming van de advocaat en de behandelaar – de zitting verder voortgezet terwijl betrokkene in zijn kamer van de instelling aanwezig was.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
De advocaat van betrokkene heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat hij vanwege het ontbreken van ieder contact met betrokkene zich onvoldoende gemachtigd voelt om namens betrokkene een inhoudelijk standpunt in te nemen. De advocaat heeft meerdere pogingen gedaan om in contact te komen met betrokkene maar dit is niet gelukt.
3.2.
De behandelaar heeft tijdens de zitting toegelicht dat betrokkene is aangemeld voor een second opinion bij het [ziekenhuis] om te onderzoeken of naast de reeds bekende schizoaffectieve stoornis mogelijk sprake is van een onderliggende somatische oorzaak voor de huidige ontregeling. Daarbij heeft de behandelaar aangegeven dat het huidige beeld van betrokkene afwijkt van eerdere episoden en dat vanwege de hoge leeftijd van betrokkene terughoudendheid bestaat met verdere verhoging of wijziging van de anti-psychotische medicatie. In afwachting van nader onderzoek wordt betrokkene wel behandeld met medicatie omdat het niet verantwoord os hem onbehandeld in zijn huidige toestand te laten.
Verder heeft de behandelaar verklaard dat betrokkene onvoldoende meewerkt aan zorg en onderzoek waardoor verplichte zorg noodzakelijk wordt geacht. Daarbij heeft de behandelaar opgemerkt dat het uitoefenen van toezicht, insluiten en het beperken van de bewegingsvrijheid voorzienbaar kunnen zijn mede gelet op de agressieve incidenten richting het personeel van de instelling.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van een schizo-affectieve stoornis, bipolaire type. Daarnaast is er op dit moment sprake van een paranoïde psychotisch toestandsbeeld met maniforme kenmerken. Het ontbreekt betrokkene aan ziekte-inzicht en ziektebesef.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
De rechtbank neemt daarbij in overweging dat er bij betrokkene sprake is van ernstig ontregeld gedrag dat wordt gestuurd door waangedachten. Als gevolg hiervan stelt betrokkene zich dwingend en grensoverschrijdend op richting groepsgenoten, wat agressieve reacties van anderen kan uitlokken. Daarnaast heeft betrokkene zich zowel verbaal als fysiek agressief gedragen richting medewerkers. Daarbij heeft hij met een mes dreigende bewegingen gemaakt in de richting van personeel en daarbij bedreigende uitlatingen gedaan. Verder maakt betrokkene denigrerende en provocerende opmerkingen richting medepatiënten en is er sprake van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ook is op zijn kamer rottend fruit en beschimmelde etensresten aangetroffen, rookt hij op zijn kamer en laat hij water doorlopen wat risico’s voor de veiligheid en hygiëne met zich brengt.
Daarnaast is er sprake van ernstige verwaarlozing van de zelfzorg door betrokkene.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene is onvoldoende medicatietrouw. Betrokkene is wisselend in zijn vrijwilligheid ten aanzien van medicatie en wil zijn medicatie vervangen door natuurlijke producten. Ook is er onvoldoende samenwerking met de hulpverlening en weigert betrokkene de medische controles. Adviezen of aanwijzingen van de zorg worden niet opgevolgd. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening –
[ziekenhuis] of andere instelling;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten –
zo kort mogelijk;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
4.8.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
4.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1967 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
8 november 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026 door mr. Van Eck, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 22 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.