ECLI:NL:RBZWB:2026:4987

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
7 juni 2026
Zaaknummer
C/02/446674 / JE RK 26-565
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Toekoen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling van minderjarige kinderen wegens ernstige bedreiging ontwikkeling door ouderlijke conflicten

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 7 mei 2026 een beschikking gegeven over een ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2015 en 2019, op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. De kinderen wonen bij hun moeder en worden blootgesteld aan ernstige spanningen en onrust door de conflicten tussen hun ouders, ondanks het beëindigen van de relatie in 2021.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd onder meer een brief van de oudste minderjarige besproken, waarin zij haar zorgen uitte over de frequente ruzies en een incident waarbij haar vader haar moeder bij de keel greep. Zowel de moeder als de vader erkennen de problematiek en stemmen in met het verzoek tot ondertoezichtstelling, waarbij de vrijwillige hulpverlening onvoldoende bleek.

De kinderrechter concludeert dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig wordt bedreigd door de situatie en dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is. De Stichting Jeugdbescherming Brabant zal gedurende een jaar betrokken zijn om onder meer te werken aan het verminderen van ouderlijke conflicten, het verbeteren van de communicatie en het creëren van een stabiele opvoedomgeving. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en wordt geregistreerd in het gezagsregister.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige kinderen onder toezicht van de jeugdbescherming wegens ernstige bedreiging van hun ontwikkeling door ouderlijke conflicten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446674 / JE RK 26-565
Datum uitspraak: 7 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
Zeeland-West-Brabant, Breda,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedag 1] 2015 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedag 2] 2019 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. F. Pool uit Rotterdam,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat mr. B.P.A. van Beers uit Roosendaal.
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Etten-Leur, hierna te noemen de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 31 maart 2026;
  • de op 8 april 2026 ontvangen brief van [minderjarige 1] .
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- twee vertegenwoordigers van de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft een brief gestuurd en hierover een gesprek gevoerd met een kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
[minderjarige 1] heeft een brief geschreven aan de kinderrechter. Daarnaast heef zij een gesprek gehad met de kinderrechter. In dit gesprek geeft zij aan dat zij het moeilijk vindt dat haar ouders zo vaak ruzie hebben. Als er bijvoorbeeld gecommuniceerd wordt over de vakanties dan merkt [minderjarige 1] dat haar ouders vaak boos zijn op elkaar. Tijdens een wisselmoment is bij het ophalen een keer een erge ruzie geweest, waarbij haar vader haar moeder bij haar keel greep. [minderjarige 1] zou het fijn vinden als haar ouders hulp gaan krijgen, zodat zij minder ruzie met elkaar gaan maken.
4.2.
De vertegenwoordiger van de Raad verwijst voor de onderbouwing van het verzoek naar zijn uitgebreide rapportage van 31 maart 2026. Het is zorgelijk dat [minderjarige 1] zoveel last heeft van de ruzies tussen haar ouders. Ook [minderjarige 2] heeft daar last van, mede omdat zij meermalen getuige is geweest van die ruzies. De hulpverlening in het vrijwillig kader is niet voldoende gebleken.
4.3.
De moeder en haar advocaat voeren geen verweer tegen het verzoek van de Raad. De moeder vraagt zich wel af wat er nog haalbaar is in het verbeteren van de situatie omtrent [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Er zijn al meerdere hulpverleningstrajecten ingezet, maar steeds zonder resultaat. De moeder wordt daar moedeloos van. De overdrachtsmomenten zijn een belangrijk aandachtspunt, omdat er dan vaak sprake is van incidenten/ruzies. Er moet meer rust en duidelijkheid komen voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , en ook voor de ouders.
4.4.
De vader en zijn advocaat stemmen in met het verzoek van de Raad. De vrijwillige hulp blijkt ontoereikend. De vader vindt dat zowel hij als de moeder ook met zichzelf aan de slag moeten. Er moet worden gewerkt aan de onderlinge oudercommunicatie, de overdrachtsmomenten en aan een rustige en stabiele opvoedomgeving voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
4.5.
De vertegenwoordigers van de GI ondersteunen het verzoek van de Raad. Er is bij de GI sprake van een wachtperiode voor het beschikbaar stellen van een jeugdbeschermer, maar er kan wel meteen uitvoering worden gegeven aan de ondertoezichtstelling onder leiding van het provinciaal team van de GI. Op korte termijn zullen er kennismakingsgesprekken gaan plaatsvinden.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Hij legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt ernstig bedreigd. Uit de overgelegde stukken en het gesprek tussen de kinderrechter en [minderjarige 1] en de standpunten die zijn gegeven op de zitting blijkt dat er grote zorgen zijn over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Zij worden beiden al geruime tijd blootgesteld aan spanningen en onrust ten gevolge van de situatie tussen hun ouders. Dit was gedurende de relatie van de ouders al aan de orde. Ondanks dat de ouders hun relatie in 2021 al hebben verbroken, is er nog steeds sprake van veel spanning en onrust in de situatie waar [minderjarige 1] en [minderjarige 2] last van ervaren. Zo is [minderjarige 1] zich er van bewust dat er gescholden wordt tijdens ruzies tussen de ouders. Zij moet dan huilen en ervaart daardoor onrust. Ook [minderjarige 2] benoemt dat hij ruzies tussen de ouders heeft gezien en dat de politie een keer is gebeld. Er is geen of nauwelijks sprake van een oudercommunicatie
5.3.
Door de betrokken hulpverlening wordt geconstateerd dat de ouders de focus voornamelijk leggen op hetgeen er volgens hen niet goed is in de andere opvoedingssituatie. Zij uiten zorgen over en weer, waar [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zich bewust van zijn. Zo uit de vader structureel zorgen over de hygiëne/verzorging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de moeder en haar vrije manier van opvoeden en is de moeder van mening dat er bij de vader te veel focus wordt gelegd op hygiëne en hij te strikte/strenge regels hanteert. Er zijn al meerdere hulpverleningstrajecten in een vrijwillig kader gestart, maar dat heeft tot op heden niet geleid tot blijvende positieve resultaten. Deze omstandigheden worden door beide ouders erkend.
5.4.
De kinderrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat een ondertoezichtstelling in dit geval nodig is. Hij zal daarom het verzoek van de Raad toewijzen.
5.5.
In het kader van de uitvoering van de maatregel dient de GI met de ouders en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gaan werken aan onder meer de volgende doelen:
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden niet geconfronteerd met ruzies en spanningen tussen hun ouders;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geen last van de communicatieproblemen tussen hun ouders;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ervaren vanuit de ouders de ruimte en onvoorwaardelijke emotionele toestemming om een onbelast en prettig contact te hebben met de andere ouder;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in staat om hun gevoelens en emoties te laten zien en deze te uiten;
- Beide ouders hebben vat op hun persoonlijke problemen en hun draagkrachtlast en draaglast is in balans, zodat zij voorspelbare, betrouwbare en evenwichtige opvoeders kunnen zijn voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
5.6.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.7.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door de Raad. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.8.
[minderjarige 1] krijgt een brief van de kinderrechter over de beslissing. De inhoud ziet er als volgt uit:
Beste [minderjarige 1] .
Op 7 april 2026 heb jij gesproken met de kinderrechter. Ook heb je een brief geschreven. Op 7 mei 2026 heeft de kinderrechter gesproken met je ouders, hun advocaten, een persoon van de Raad voor de Kinderbescherming en twee personen van de jeugdbescherming.
Jij hebt aan de kinderrechter verteld dat je er last van hebt dat je ouders met elkaar ruzie maken en dat deze ruzies soms heftig zijn. De kinderrechter vindt dat jij daar geen last meer van mag hebben en heeft daarom de jeugdbescherming ingeschakeld om ervoor te zorgen dat je ouders hulp krijgen. Officieel betekent dit dat jij en [minderjarige 2] onder toezicht zijn gesteld. Je ouders moeten gaan leren om beter met elkaar te praten over jou en [minderjarige 2] en dat zij geen ruzies meer maken. Er is nu besloten dat jeugdbescherming een jaar betrokken zal zijn. Aan het einde van deze periode kan jeugdbescherming verzoeken om hun betrokkenheid nog langer te laten duren, als zij dat nodig vindt. Dat wordt dan opnieuw aan de kinderrechter voorgelegd en zal er weer naar je mening worden gevraagd.
De kinderrechter hoopt dat de ondertoezichtstelling er voor gaat zorgen dat je ouders geen ruzie meer met elkaar gaan maken, zodat jij dan ook meer rust hebt.
Met vriendelijke groet,
De kinderrechter.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur, met ingang van 7 mei 2026 tot 7 mei 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2026 door mr. Toekoen, kinderrechter, in aanwezigheid van Weterings als griffier, en op schrift gesteld op 26 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.