Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
1.Het verdere verloop van de procedure
- de beschikking van 7 november 2025;
- de brief met bijlage van de GI van 8 april 2026;
- de berichten met bijlagen van mr. N. van Vliet van 4 mei 2026.
2.De feiten
3.Het overige verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
De GI heeft de de regie over het contact tussen [minderjarige] en [persoon 1] . De GI is van mening dat [minderjarige] eerst behandeling dient te krijgen, voordat er sprake kan zijn van fysiek contact tussen [minderjarige] en [persoon 1] . De kinderrechter acht een voorzichtige aanpak hierbij in het belang van [minderjarige] . De hulpverleningstrajecten voor de moeder, [minderjarige] en voor de ouders onderling zijn recent gestart of moeten nog starten. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat er door middel van deze trajecten een verbetering komt in de situatie. Er is echter nog een lange weg te gaan, voordat er sprake kan zijn van een terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder. Aangezien het momenteel relatief goed gaat met [minderjarige] bij de vader, acht de kinderrechter het van belang om het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing toe te wijzen en daarmee de plaatsing van [minderjarige] bij de vader de komende periode te waarborgen.
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.