ECLI:NL:RBZWB:2026:4968

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
6 juni 2026
Zaaknummer
C/02/446778 / FA RK 26-1725
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van Gessel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 lid 1 onder a EU-Verordening 2019/1111Art. 265 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 15 Haag Kinderbeschermingsverdrag 1996Art. 1:253r BWArt. 1:253q BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming Stichting Nidos tot tijdelijke voogd over minderjarige uit Oekraïne

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 6 mei 2026 een beschikking gegeven in een rekestprocedure waarbij Stichting Nidos is benoemd tot tijdelijke voogd over een minderjarige uit Oekraïne. De minderjarige is op 23 maart 2026 in Nederland aangekomen, afkomstig uit een door Rusland bezette regio. De ouders zijn niet in staat het gezag uit te oefenen en achten tijdelijke opvang noodzakelijk om het kind te beschermen tegen betrokkenheid bij gewapende strijd.

De rechtbank baseert haar bevoegdheid op de EU-Verordening Brussel II ter en het Haag Kinderbeschermingsverdrag 1996, en past Nederlands recht toe. De minderjarige heeft geen behoefte aan een mondelinge behandeling van het verzoek, waardoor de zaak op de stukken is afgedaan. De voogdijmaatregel is aangevraagd door de gecertificeerde instelling Nidos, die tevens bereid is de tijdelijke voogdij te aanvaarden.

De rechtbank benoemt Stichting Nidos tot tijdelijke voogd en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De ouders steunen het verzoek en de maatregel is gericht op het waarborgen van de veiligheid en bescherming van de minderjarige in Nederland. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Stichting Nidos wordt benoemd tot tijdelijke voogd over de minderjarige en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- Jeugdrecht
Zittingslocatie: Breda
Zaakgegevens: C/02/446778 / FA RK 26-1725
Datum uitspraak: 6 mei 2026
beschikking betreffende voorziening tijdelijke voogdij
in de zaak van
STICHTING NIDOS UTRECHT,
de Gecertificeerde Instelling, hierna te noemen de GI,
gevestigd te Utrecht,
betreffende de minderjarige
[minderjarige],
geboren te [geboorteplaats] (Oekraïne) op [geboortedag 1] 2008,
thans verblijvende op het [adres 1],
hierna te noemen de minderjarige.
1. Het procesverloop
1.1 Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoek met bijlagen van de GI van 30 maart 2026, ingekomen bij de griffie op
30 maart 2026;
- de bereidverklaring van de GI tot aanvaarding van de tijdelijke voogdij over de minderjarige van 30 maart 2026;
- de brief van de griffier van de rechtbank van 3 april 2026 aan de minderjarige;
- het e-mailbericht van de begeleider van de minderjarige van 8 april 2026.

2.Het verzoek

2.1
Het verzoek strekt tot voorziening in de tijdelijke voogdij over de minderjarige. Verzocht wordt de maatregel uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.De beoordeling

3.1
Op grond van artikel 15 lid 1 onder Pro a van de EU-Verordening 2019/1111 van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (hierna: Brussel II ter), is de Nederlandse rechter bevoegd het verzoek van de GI te beoordelen, nu de minderjarige op het moment van de indiening van het verzoek zich in Nederland bevindt en het een tijdelijke spoedmaatregel betreft.
3.2
Op grond van artikel 265 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de rechter van de woonplaats van de minderjarige of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, van het werkelijk verblijf van de minderjarige, bevoegd om van het onderhavige verzoek kennis te nemen. De rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda is aangewezen als zogenaamde concentratierechtbank om verzoeken betreffende de voogdij over de alleenreizende minderjarige kinderen uit Oekraïne te behandelen. Zoals blijkt uit het verzoek van de GI stemt de minderjarige in met de bevoegdheid van deze rechtbank. De rechtbank acht zich dan ook bevoegd van het onderhavige verzoek kennis te nemen.
3.3
Het toepasselijk recht dient te worden vastgesteld aan de hand van het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, Trb. 1997, 299, oftewel het Haag Kinderbeschermingsverdrag 1996 (hierna: HKBV 1996). Op grond van artikel 15 HKBV Pro 1996 wordt het Nederlands recht toegepast op het verzoek.
3.4
De griffier van de rechtbank heeft de minderjarige een (vertaalde) brief gestuurd met het verzoek om binnen twee weken aan te geven of er behoefte bestaat aan een mondelinge behandeling van het verzoek. De begeleider van de minderjarige heeft bij e-mailbericht van 8 april 2026 aangegeven dat hij geen gesprek wenst met de rechter. Daarom zal de rechtbank het verzoek op de stukken afdoen.
3.5
De rechtbank overweegt dat op het verzoek van toepassing is het bepaalde in artikel 1:253r juncto 1:253q van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ingevolge deze bepalingen wordt het gezag van een ouder van rechtswege geschorst op het moment dat de ouder of de ouders die het gezag uitoefenen al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeren het gezag uit te oefenen of het bestaan of de verblijfplaats van de ouder of de ouders die het gezag uitoefenen, onbekend is. Voor zover hier van belang benoemt de rechtbank in dit geval op verzoek van de GI een voogd.
3.6
Uit de overgelegde stukken blijkt dat de minderjarige op 23 maart 2026 in Nederland is aangekomen. De moeder van de minderjarige is [de moeder]. Zij is geboren op [geboortedag 2] 1982 in Oekraïne. De vader van de minderjarige is [de vader]. Hij is geboren op [geboortedag 3] 1990 in Oekraïne. De minderjarige woonde met zijn ouders in de regio [plaats]. Deze regio is bezet door Rusland. Het was moeilijk om dit bezet gebied te verlaten. De ouders van de minderjarige achten het van groot belang dat de minderjarige in een veilige omgeving verblijft, om te voorkomen dat hij betrokken raakt bij de gewapende strijd. Zij zijn daarom van mening dat tijdelijke opvang elders noodzakelijk is. De minderjarige heeft behoefte aan extra bescherming en veiligheid. Vanwege het feit dat er (verder) geen adequate meerderjarige begeleider in Nederland aanwezig is, heeft Nidos een voogdijmaatregel voor de minderjarige verzocht. De ouders staan achter dit verzoek.
3.7
Gelet op de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen en de voornoemde bereidverklaring van de GI zal de rechtbank overgaan tot benoeming van de GI tot (tijdelijke) voogdes.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1
benoemt over de [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] (Oekraïne) op [geboortedag 1] 2008,
tot tijdelijke voogdes:
de gecertificeerde instelling Stichting Nidos, gevestigd Maliebaan 99, 3581 CH Utrecht;
4.2
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Gessel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.
Mededeling van de griffier:
Tegen deze beschikking kan voor zover het een eindbeschikking betreft hoger beroep worden ingesteld:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een procureur worden ingediend bij het gerechtshof te
's-Hertogenbosch
verzonden op:

Voetnoten

1.In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van de rechtbank Breda.