Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak vordert de huurder de terugbetaling van een waarborgsom van €710,00 die hij aan de verhuurder heeft betaald bij het aangaan van een huurovereenkomst voor een zelfstandige woonruimte. De verhuurder weigert terug te betalen met het argument dat de huurder schade aan het gehuurde heeft veroorzaakt, het gehuurde niet naar behoren heeft opgeleverd en dat nog sleutels ontbreken.
De kantonrechter beoordeelt de feiten en stelt vast dat er geen beschrijving van de staat van het gehuurde bij aanvang van de huur is gemaakt, waardoor de verhuurder de bewijslast draagt dat het gehuurde niet in oorspronkelijke staat is teruggegeven. De verhuurder heeft onvoldoende onderbouwd dat de huurder schade heeft veroorzaakt die de waarborgsom overstijgt. Ook is niet aangetoond dat de huurder de sleutels niet heeft ingeleverd of dat er kosten zijn gemaakt voor vervanging.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder het gehuurde deugdelijk heeft opgeleverd en dat de verhuurder de schade niet mag verrekenen met de waarborgsom. De vordering tot terugbetaling van de waarborgsom wordt daarom toegewezen, inclusief wettelijke rente en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De verhuurder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De verhuurder moet de waarborgsom van €710,00 met rente en incassokosten aan de huurder terugbetalen.