Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de akte vermindering van eis.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De Rabobank heeft een vennootschap onder firma, gedreven door twee vennoten, een rekening-courant en twee geldleningen verstrekt. Op 16 februari 2021 heeft de Rabobank de kredietovereenkomsten opgezegd vanwege betalingsachterstanden. De Rabobank vordert hoofdelijke betaling van €98.378,61, vermeerderd met rente en kosten.
Een van de vennoten is niet verschenen, waardoor verstek is verleend, terwijl de andere partij wel is verschenen en het gevorderde bedrag erkent. De rechtbank wijst de vordering toe en veroordeelt beide vennoten hoofdelijk tot betaling van het bedrag plus wettelijke rente vanaf 17 mei 2021.
De proceskosten worden gesplitst vanwege het verschil in procedureel optreden. De rechtbank houdt rekening met de extra kosten die de verschenen partij heeft gemaakt door een te hoge hoofdsom in de dagvaarding en past de proceskostenbegroting daarop aan. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt beide vennoten hoofdelijk tot betaling van €98.378,61 plus rente en proceskosten na opzegging van kredietovereenkomsten.