Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen de WOZ-waarderingen en aanslagen onroerendezaakbelasting over de jaren 2021, 2022 en 2023 voor een voormalige kerk die in 2018 werd gekocht en in juni 2022 gesloopt. De heffingsambtenaar stelde de waarde telkens op €145.000 en wees de bezwaren af. De rechtbank behandelde het beroep en stelde vast dat de kerkenvrijstelling op grond van de Wet WOZ en Gemeentewet van toepassing is op onroerende zaken die in hoofdzaak bestemd zijn voor openbare eredienst.
De rechtbank oordeelde dat de onroerende zaak in 2021 en 2022 nog werd gebruikt voor religieuze activiteiten en dat de heffingsambtenaar ten onrechte de kerkenvrijstelling niet toepaste. Daarom vernietigde de rechtbank de uitspraken op bezwaar, beschikkingen en aanslagen over deze jaren. Voor 2023 was de kerkenvrijstelling terecht niet toegepast vanwege de sloop in juni 2022, en deze aanslag bleef in stand.
De rechtbank bepaalde dat de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden, maar wees een proceskostenvergoeding af. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.