Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
€ 1.452,00 aan [eisende partij] gestuurd. Hiervan heeft zij een bedrag van € 484,00 betaald.
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 144,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een verzetprocedure tegen een verstekvonnis waarin de consument was veroordeeld tot betaling van declaraties van een advocaat die rechtsbijstand verleende bij een nalatenschap. De consument stelde dat de dagvaarding nietig was en dat het prijsbeding in de overeenkomst niet voldeed aan transparantie- en informatieverplichtingen volgens de Richtlijn oneerlijke bedingen en het Burgerlijk Wetboek.
De kantonrechter oordeelde dat de dagvaarding niet correct was betekend, waardoor de kosten daarvan voor rekening van de advocaat komen. Ambtshalve werd getoetst of het prijsbeding transparant en eerlijk was. Gelet op een arrest van het HvJEU uit 2023 werd geoordeeld dat alleen het noemen van een uurtarief zonder verdere kostenraming niet voldoet aan het transparantievereiste. De advocaat had onvoldoende informatie verstrekt over de totale kosten en had niet voldaan aan zijn informatieplicht, ook niet over de mogelijkheid van gesubsidieerde rechtsbijstand.
Het prijsbeding werd daarom als oneerlijk en nietig beoordeeld. De advocaat kon niet terugvallen op een redelijke loonvordering of onrechtmatige verrijking. De vordering van de advocaat werd afgewezen en hij werd veroordeeld tot terugbetaling van € 3.877,51 aan de consument, vermeerderd met wettelijke rente. Tevens werd de advocaat veroordeeld tot betaling van proceskosten in conventie en reconventie.
Uitkomst: Het prijsbeding is nietig verklaard en de advocaat is veroordeeld tot terugbetaling van € 3.877,51 aan de consument plus wettelijke rente.