ECLI:NL:RBZWB:2026:4843

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
12048837 \ OV VERZ 26-34 (E)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van der Burgt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot ontslag of schorsing van executeur na afronding nalatenschap

Op 21 mei 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een civiele zaak betreffende een verzoek tot ontslag of schorsing van een executeur. De nalatenschap betrof een overleden erflaatster, waarbij meerdere erfgenamen waren benoemd, waaronder de executeur.

De verzoekende partij stelde dat de executeur tekort was geschoten in zijn taak, onder meer door het vernietigen van administratie en het weigeren van inzage, en dat er sprake was van verduistering van gelden. Zij verzocht om ontslag of schorsing van de executeur en benoeming van een nieuwe executeur.

De executeur verweerde zich door te stellen dat zijn taak als executeur reeds was geëindigd, dat hij rekening en verantwoording had afgelegd, en dat de nalatenschap was verdeeld en decharge verleend. De kantonrechter volgde dit verweer en oordeelde dat de taak van de executeur was beëindigd, waardoor ontslag of schorsing niet meer aan de orde was.

De kantonrechter wees het verzoek af en bepaalde dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. De beslissing werd gegeven door mr. Van der Burgt en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026.

Uitkomst: Het verzoek tot ontslag of schorsing van de executeur wordt afgewezen omdat zijn taak is geëindigd na afleggen van rekening en verantwoording en verdeling van de nalatenschap.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer / rekestnummer: 12048837 \ OV VERZ 26-34
Beschikking van 21 mei 2026
in de zaak van
[verzoekende partij],
wonende te [woonplaats 1] , Surrey (United Kingdom),
verzoekende partij in conventie, verwerende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: [verzoekende partij] ,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[verwerende partij],
wonende te [woonplaats 2] ,
verwerende partij in conventie, verzoekende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: [verwerende partij] ,
gemachtigde: mr. P.P.A. Vroegrijk en mr. S. Goossens.
Belanghebbenden zijn:
1.
[belanghebbende 1],
wonende te [woonplaats 3] ,
2.
[belanghebbende 2],
wonende te [woonplaats 4] ,
hierna samen te noemen: de belanghebbenden,
beiden procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlages, ontvangen op 9 januari 2026,
- het verweerschrift met een voorwaardelijk tegenverzoek, met bijlages,
- de schriftelijke reacties van de belanghebbenden,
- de mondelinge behandeling van 23 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Op [datum] 2024 is overleden [erflaatster] (hierna: erflaatster). Haar laatste woonplaats was [woonplaats 5] .
2.2.
Bij testament van 22 februari 2005 heeft erflaatster [verzoekende partij] , [verwerende partij] en de belanghebbenden tot erfgenaam benoemd. De erfgenamen hebben de nalatenschap zuiver aanvaard. [verwerende partij] is bij voornoemd testament benoemd tot executeur, welke benoeming hij op 2 juli 2024 heeft aanvaard. In het testament is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:
“[…]
Taken
De executeur heeft tot taak mijn uitvaart te verzorgen, de goederen van de nalatenschap te beheren en de overige schulden van de nalatenschap te voldoen, die tijdens zijn beheer uit die goederen behoren te worden voldaan. De executeur is daarom, voor zover van toepassing, onder meer bevoegd legaten af te geven, de successierechten te betalen en de schulden van de nalatenschap te voldoen.
[…]
Einde executele en einde beheer
De taak en het beheer van de executeur eindigen als bij de wet bepaald.
[…]”
2.3.
[verwerende partij] heeft de andere erfgenamen via informatiebrieven op de hoogte gebracht van zijn taken. De laatste informatiebrief dateert van 26 oktober 2024, waarin [verwerende partij] aangeeft verantwoording af te leggen als executeur. In de brief heeft [verwerende partij] aangegeven na ontvangst van de akkoordverklaringen de verdeling van het resterend banksaldo over te maken en de afwikkeling van de nalatenschap af te ronden.
2.4.
De andere erfgenamen hebben op respectievelijk 27, 28 en 31 oktober 2024 akkoord gegeven op de verdeling van het restant van de nalatenschap.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoekende partij] verzoekt – samengevat – dat [verwerende partij] wordt ontslagen of geschorst als executeur en dat [persoon] tot executeur wordt benoemd.
3.2.
Aan het verzoek heeft [verzoekende partij] – kort gezegd – het volgende ten grondslag gelegd. Er zijn gewichtige redenen om [verwerende partij] te ontslaan als executeur. [verzoekende partij] stelt zich op het standpunt dat erflaatster in de afgelopen 11 jaar veel meer vermogen zou moeten hebben opgebouwd dan wat bij haar overlijden op haar bankrekening stond. [verwerende partij] is tekortgeschoten in zijn taak als executeur door administratie te vernietigen en inzage in de administratie te weigeren. Hij heeft geen rekening en verantwoording afgelegd over de financiën over de 11 jaar voorafgaand aan het overlijden van erflaatster. [verzoekende partij] stelt dat [verwerende partij] gelden heeft verduisterd althans dat sprake is van onbevoegde onttrekking van gelden. Een nieuwe executeur moet onderzoek doen naar de financiën van erflaatster over de periode juli 2013 – juni 2017. [verwerende partij] kan dit niet doen vanwege belangenverstrengeling. Hij weigert zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek. [verzoekende partij] heeft geen vertrouwen meer in [verwerende partij] als executeur. De belanghebbenden ondersteunen het standpunt van [verzoekende partij] .
3.3.
[verwerende partij] verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert daartoe onder meer het volgende aan. Zijn taak als executeur is geëindigd. Er heeft een rekening en verantwoording plaatsgevonden en de erfdelen zijn aan de erfgenamen overgemaakt. De erfgenamen hebben [verwerende partij] decharge verleend. [verwerende partij] heeft als executeur alle schulden voldaan en er is een positieve nalatenschap. Er is daarom ook geen belang meer bij het aanstellen van een executeur. [verwerende partij] verzoekt voorwaardelijk, bij ontslag van [verwerende partij] als executeur, om een onafhankelijke derde te benoemen tot executeur.

4.De beoordeling

4.1.
Een executeur kan worden ontslagen of geschorst door de kantonrechter. [verwerende partij] heeft allereerst aangevoerd dat hij niet kan worden ontslagen als executeur, nu zijn taak als executeur reeds is geëindigd. De kantonrechter volgt [verwerende partij] in zijn verweer en wel om het volgende.
4.2.
Uit de overgelegde stukken blijkt niet alleen dat [verwerende partij] rekening en verantwoording heeft afgelegd aan de andere erfgenamen, maar ook dat aan hem (impliciet) decharge is verleend door akkoord te gaan met de door hem voorgestelde verdeling van de resterende gelden. Daarnaast heeft hij het beheer over de goederen beëindigd door deze ter beschikking van de erfgenamen te stellen. Hetgeen nog resteerde in de nalatenschap van erflaatster is onder de erfgenamen verdeeld. Daarmee is de taak van [verwerende partij] als executeur tot een einde gekomen. Van een ontslag of schorsing van [verwerende partij] kan daarom geen sprake meer zijn.
4.3.
Al wat partijen verder naar voren hebben gebracht, behoeft gelet op het voornoemde geen verdere beoordeling.
4.4.
Gelet op de familierechtelijke relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de verzoeken af,
5.2.
bepaalt dat ieder van partijen de eigen proceskosten dient te dragen.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Burgt en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026.