Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4836

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
BRE 25/3281 Wajong
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens intrekking Wajong-aanvraag zonder wilsgebrek

Eiser heeft op 11 januari 2018 een aanvraag voor een Wajong-uitkering ingediend, maar deze aanvraag op 1 februari 2018 ingetrokken. Het UWV bevestigde deze intrekking en nam geen inhoudelijke beslissing meer op de aanvraag. Eiser heeft later bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een besluit op deze aanvraag en verzocht alsnog inhoudelijke behandeling.

De rechtbank oordeelt dat de intrekking rechtsgeldig is en dat er geen sprake is van een voor bezwaar vatbaar besluit. De stelling van eiser dat hij door zijn kwetsbaarheid en gebrek aan bedenktijd niet aan de intrekking gehouden kan worden, wordt niet gevolgd. Er is geen bewijs van een wilsgebrek en eiser heeft de intrekking schriftelijk bevestigd.

Het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar wordt daarom ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter I.M. Josten op 2 juni 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar wordt ongegrond verklaard omdat de intrekking van de Wajong-aanvraag rechtsgeldig was.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3281 Wajong

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

(gemachtigde: mr. Y. van der Linden),
en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

(UWV; kantoor [locatie] ), verweerder.

Inleiding

1. Eiser, geboren op [geboortedag] 1998, heeft op 11 januari 2018 een aanvraag gedaan voor een uitkering op grond van de Wajong.
1.1.
Uit het arbeidsdeskundige rapport van 1 februari 2018 blijkt dat aan eiser uitleg is gegeven over de criteria voor de Wajong en dat eiser begrijpt dat er op dit moment, gelet op de belasting en eisen die een voltijds studie vraagt, geen sprake kan zijn van het ontbreken van arbeidsvermogen. Eiser ziet af van de aanvraag voor een Wajong-uitkering. Eiser heeft in een e-mail van 1 februari 2018 aangegeven dat hij door nieuwe informatie zijn aanvraag voor een Wajong-uitkering graag wil intrekken en dat hij zich opnieuw gaat oriënteren om alle opties voor ogen te hebben. Met de brief van 6 februari 2018 heeft het UWV de intrekking bevestigd.
1.2.
Op 1 maart 2018 heeft eiser een aanvraag indicatie banenafspraak ingediend. Met het besluit van 14 mei 2018 heeft het UWV deze indicatie afgegeven.
1.3.
Op 3 december 2019 heeft eiser opnieuw een aanvraag gedaan voor een Wajong-uitkering. Met het besluit van 11 februari 2020 heeft het UWV deze aanvraag afgewezen.
1.4.
Op 27 augustus 2024 heeft eiser opnieuw een aanvraag gedaan voor een Wajong-uitkering. Met het besluit van 16 januari 2025 heeft het UWV deze aanvraag afgewezen. Hiertegen heeft eiser bezwaar gemaakt. Hij heeft gevraagd om alsnog een primair besluit te nemen op de aanvraag van 11 januari 2018.
1.5.
Met het besluit van 26 mei 2025 (bestreden besluit) is het bezwaar van eiser tegen een nog te nemen beslissing op zijn Wajong-aanvraag van 11 januari 2018 niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft de desbetreffende aanvraag ingetrokken. Er is dus geen sprake van een voor bezwaar vatbaar besluit.
2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.1.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 20 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en [vertegenwoordiger] namens het UWV. Eiser was niet aanwezig bij de zitting.
Standpunt eiser
3. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat de intrekking van de aanvraag niet voldoet aan de eisen van zorgvuldigheid en vrije wilsvorming. Het UWV dient de aanvraag van 11 januari 2018 dan ook alsnog inhoudelijk in behandeling te nemen. Eiser was destijds 19, kwetsbaar vanwege zijn autisme en andere medische problematiek. Hij kreeg direct te horen dat zijn Wajong-aanvraag geen kans had, dacht dat intrekken de enige optie was en kreeg geen bedenktijd, geen alternatief, geen overleg en geen ruimte voor heroverweging.
Vooral bij kwetsbare aanvragers – zoals jongeren in de Wajong – moet het UWV terughoudend zijn met intrekkingen. Alleen een formeel besluit of een beslissing op bezwaar biedt rechtsbescherming, zes weken bedenktijd en tijd om ondersteuning te zoeken. Zonder dat besluit ontbreekt die waarborg. Daarom is het wenselijk dat het UWV in dit soort gevallen altijd formeel beslist.

Beoordeling door de rechtbank

4. In deze procedure ligt de vraag voor of het UWV terecht het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk heeft verklaard.
4.1.
De rechtbank volgt het standpunt van het UWV dat geen sprake is van een voor bezwaar vatbaar besluit. Eiser heeft zijn Wajong-aanvraag van 11 januari 2018 ingetrokken, zodat er geen aanvraag meer open stond voor het UVW om op te beslissen. Eiser gaat er in zijn beroepschrift ten onrechte vanuit dat er nog inhoudelijk moet worden beslist op deze aanvraag. Eisers stelling dat hij niet mag worden gehouden aan de intrekking omdat sprake was van een wilsgebrek, volgt de rechtbank niet. De gedingstukken bieden geen aanknopingspunten voor de stelling van eiser dat hij de gevolgen van de intrekking niet heeft kunnen overzien. Ook is daaruit niet gebleken dat sprake is van een wilsgebrek. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat eiser de intrekking van zijn aanvraag schriftelijk heeft bevestigd. Aan de verwijzing namens eiser ter zitting naar een rapport van de Ombudsman in een vreemdelingsrechtelijke kwestie en de wettelijke bedenktijd in het arbeidsrecht, komt in een procedure als deze geen betekenis toe.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard, krijgt eiser geen proceskostenvergoeding. Ook krijgt eiser het griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van C.M.A. Groenendaal, griffier, op 2 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.