ECLI:NL:RBZWB:2026:4824

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
C/02/446968 / FA RK 26-1828
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van den Beld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verplichte opname in zorgmachtiging bij psychotische stoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene met een psychotische stoornis. Betrokkene betwistte de diagnose en de noodzaak van verplichte zorg, terwijl het FACT-team en casemanager de ernst van de situatie bevestigden.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, die ernstig nadeel veroorzaken zoals lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Verplichte zorg is noodzakelijk omdat betrokkene zorgmijdend is en de medicatie-inname onder vrijwilligheid waarschijnlijk zal stoppen.

De rechtbank wees de gevraagde verplichte opname en bewegingsbeperking af vanwege onvoldoende concrete onderbouwing en het ontbreken van bespreking met betrokkene. De zorgmachtiging werd verleend voor medicatie, medische controles en beperkingen in vrijheid, met een duur van twaalf maanden, ondanks het pleidooi voor zes maanden.

De beslissing biedt duidelijkheid en rust, waarbij de toegewezen zorgvormen evenredig en effectief worden geacht om betrokkene te stabiliseren en maatschappelijke participatie te bevorderen.

Uitkomst: Zorgmachtiging verleend voor medicatie en medische controles, opname afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446968 / FA RK 26-1828
Datum uitspraak: 1 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , casemanager FACT-team;
  • mevrouw [persoon 2] , ervaringsdeskundige FACT-team.
1.3.
De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 17 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene zegt dat het goed met haar gaat. Ze had niet verwacht dat er een verlenging voor een zorgmachtiging zou worden aangevraagd. Betrokkene zegt dat ze altijd netjes haar afspraken nakomt. Betrokkene neemt liever geen medicatie, omdat dit volgens haar mondhygiënist slecht is voor haar tandvlees. Betrokkene zegt dat ze niet bij haar geld kan. Ze zoekt blikjes, maar daar red ze het niet mee, dus ze krijgt hulp van anderen. Betrokkene zegt dat haar vriend de rekeningen betaalt, omdat ze verder geen familie meer heeft.
4.2.
De ervaringsdeskundige van het FACT-team zegt dat ze wekelijks langs gaan bij betrokkene. Betrokkene neemt dan onder toezicht haar medicatie in en dat maakt dat ze wat rustiger en meer gestructureerd is geworden. De verwachting is dat betrokkene haar medicatie-inname staakt als het niet meer verplicht is.
4.3.
De casemanager zegt dat de medicatie-inname onder toezicht goed gaat, maar dat ze daar nog niet voldoende resultaat van zien. Betrokkene heeft waanbeelden. Zo is er een vader betrokken die de betalingen doet en wekelijks boodschappen brengt. De casemanager zegt nog niet het resultaat te zien wat ze zouden willen zien. Ze willen werken naar het leiden van een leven wat beter past in de maatschappij waarbij betrokkene voor zichzelf en haar leefomgeving kan zorgen en een rustiger leven kan leiden. De casemanager zou betrokkene graag op willen nemen zodat er meer zicht is op haar medicatie-inname, waardoor juiste opvolging mogelijk is. Wellicht is er nog een andere behandeling mogelijk. Betrokkene komt volgens de casemanager haar afspraken na, maar de verwachting is wel dat betrokkene haar medicatie-inname staakt als het niet meer verplicht moet.
4.4.
De advocaat zegt dat betrokkene betwist dat er een stoornis is. Ze kan zich niet vinden in de gestelde diagnose (schizofreniespectrum-en andere psychotische stoornissen) en daarnaast kan betrokkene makkelijk stoppen met de twee blowtjes per dag. Om die reden zou er al geen zorgmachtiging mogen zijn. Ook is er volgens betrokkene geen ernstig nadeel. Om die reden pleit de advocaat voor afwijzing van het verzoek. Daarnaast zegt betrokkene vrijwillig contact te kunnen houden. Betrokkene doet altijd de deur open en neemt medicatie onder toezicht in. Dat is ze bereid nog steeds te doen, ook zonder zorgmachtiging. Tot slot brengt de advocaat naar voren dat er tijdens de vorige zitting is gezegd dat opname en het beperken van de bewegingsvrijheid niet voorzienbaar was. Nu gaat het met betrokkene beter en is het doel van de zorgmachtiging, zoals uit de stukken blijkt, het in contact blijven met de zorg. De advocaat vindt de onderbouwing van het standpunt dat opname noodzakelijk is onvoldoende concreet. Daarnaast is het nog steeds de vraag of het überhaupt in een verplicht kader zou moeten. Ten aanzien van de duur van de zorgmachtiging pleit de advocaat voor de duur van zes maanden, zodat er eerder weer een toetsmoment is. Twaalf maanden vindt de advocaat te lang.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum-en andere psychotische stoornissen, middel gerelateerde en verslavingsstoornissen. Betrokkene betwist dit. Echter heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene een uitgebreid paranoïde waansysteem heeft van waaruit zij agressief gedrag laat zien. Zo heeft betrokkene een willekeurig persoon aangevallen op straat. Ook zegt ze dat er steeds een man aan de deur komt die zegt haar vader te zijn, terwijl betrokkene eerder heeft gezegd geen vader meer te hebben. Betrokkene heeft ook de overtuiging dat de FBI de politie heeft overgenomen en dat ze telepathisch contact met anderen heeft.
Daarnaast is er sprake van een sociaal isolement, forse verwaarlozing van zichzelf en haar woning.
Betrokkene geeft aan al jaren op een uitkering te wachten. Ze heeft ooit een winkel gehad, maar leeft nu van het verzamelen van blikjes op straat die ze inlevert voor statiegeld. Haar vader betaalt haar eten en alle vaste lasten. Betrokkene wil zelf graag hulp bij de financiën want ze zegt geen vader of familieleden meer te hebben.
De vader van betrokkene is erg betrokken en maakt zich zorgen. Buren zijn betrokken, maar verder lijkt er geen sociaal netwerk te zijn.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de stukken blijkt dat betrokkene erg zorgmijdend is en dat haar vertrouwen in de hulpverlening broos is. Tijdens de mondelinge behandeling zegt betrokkene op vrijwillige basis mee te willen werken aan de noodzakelijke zorg en behandeling. Echter is de verwachting van de zorg dat betrokkene haar medicatie-inname zal staken wanneer dit niet meer verplicht hoeft. De risico’s daarvan zijn te groot. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De verzochte vormen van verplichte zorg zijn tijdens de mondelinge behandeling besproken.
5.8.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
5.8.1.
Ten aanzien van de verzochte vorm van verplichte zorg ‘opnemen in een accommodatie’ en ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ oordeelt de rechtbank deze niet toe te wijzen. De rechtbank volgt hierin het standpunt van de advocaat en is van oordeel dat onvoldoende onderbouwd is waarom een opname en daarmee het beperken van de bewegingsvrijheid noodzakelijk en voorzienbaar is. Daarnaast zijn de doelen en redenen voor een opname niet met betrokkene besproken, waardoor ook niet de mogelijkheid voor een vrijwillige opname is overwogen. Wanneer er wel een acute noodzaak is voor een opname en concrete doelen waaraan kan worden gewerkt maakt dat de situatie anders. Op dit moment ontbreekt deze onderbouwing en vindt de rechtbank een zorgmachtiging hiervoor te zwaar.
5.9.
Met betrekking tot de duur van de zorgmachtiging oordeelt de rechtbank deze niet te beperken tot de duur van zes maanden gelet op het standpunt van de advocaat. De rechtbank ziet hiertoe geen reden. De rechtbank erkent dat twaalf maanden lang is, maar tegelijkertijd biedt het ook duidelijkheid en rust.
5.10.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.11.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 mei 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026 door mr. Van den Beld, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 12 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.