ECLI:NL:RBZWB:2026:4819

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447072 / FA RK 26-1878
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38 lid 3 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperking rechterlijke machtiging opname en verblijf tot twee jaar bij Lewy Body dementie

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 1 mei 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot verlenging van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1949, die lijdt aan Lewy Body dementie. De machtiging was eerder verleend tot 5 juni 2026. Betrokkene was niet in staat zich te doen horen tijdens de zitting, waarop de rechtbank buiten haar aanwezigheid verder ging.

Het CIZ verzocht om verlenging van de machtiging voor vijf jaar. De advocaat van betrokkene verzocht primair afwijzing en subsidiair beperking tot twee jaar vanwege de ingrijpende aard van een langere termijn en lopende onderzoeken. De specialist ouderengeneeskunde en kwaliteitsverpleegkundige onderschreven het verzoek tot vijf jaar vanwege het progressieve ziektebeeld en de noodzaak van 24-uurs zorg.

De familieleden uitten zorgen over de veiligheid en het welzijn van betrokkene, met voorkeur voor een kortere termijn om de situatie regelmatig te kunnen evalueren. De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar aandoening, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade en verwaarlozing, en dat opname noodzakelijk is.

Gezien de onzekerheid over verdere ontwikkelingen en lopende onderzoeken, en het belang van regelmatige toetsing, besloot de rechtbank de machtiging te verlenen voor twee jaar in plaats van vijf. De beschikking werd op 1 mei 2026 mondeling gegeven en op 15 mei 2026 schriftelijk bevestigd.

Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wordt verlengd voor twee jaar in plaats van vijf jaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/447072 / FA RK 26-1878
Datum uitspraak: 1 mei 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1949 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. S. van de Voorde uit Middelburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 14 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Davidse;
  • mevrouw [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde,
  • mevrouw [persoon 2] , kwaliteitsverpleegkundige;
  • de echtgenoot van betrokkene;
  • de oudste zoon van betrokkene;
  • de jongste zoon van betrokkene.
1.3.
De rechtbank constateert bij aanvang van de zitting dat betrokkene niet is verschenen. Uit artikel 38 lid 3 Wzd Pro volgt dat de rechtbank, voordat zij beslist op het verzoek tot het verlenen van een rechterlijke betrokkene hoort, tenzij zij vaststelt dat deze niet in staat of niet bereid is zich te doen horen. De rechter is daarom samen met de behandelaar naar betrokkene toe gelopen. Betrokkene verbleef in de huiskamer van de instelling omdat zij niet bij de zitting aanwezig wilde zijn. Betrokkene koos er desgevraagd voor in de huiskamer te blijven zitten en verder geen reactie meer te geven. Gezien de reactie van betrokkene heeft de rechter haar verder met rust gelaten. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat betrokkene niet in staat is om zich te doen horen. De rechtbank heeft de zitting – met instemming van de advocaat van betrokkene en de behandelaar - voortgezet buiten de aanwezigheid van betrokkene.

2.Wat vaststaat

2.1.
Door de rechtbank is bij beschikking van 2 september 2024 aan betrokkene een rechterlijke machtiging verleend tot en met 5 juni 2026.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van vijf jaar.

4.De standpunten

4.1.
De advocaat van betrokkene verzoekt tijdens de zitting namens betrokkene primair om afwijzing van het verzoek omdat betrokkene zelf geen rechterlijke machtiging wil en niet langer in de instelling wil verblijven. Subsidiair verzoekt de advocaat de duur van de verlenging van de machtiging te beperken tot twee jaar. Volgens de advocaat is een termijn van vijf jaar erg ingrijpend voor betrokkene en haar familie mede omdat er nog onderzoeken moeten plaatsvinden en er nog gekeken wordt of behandeling en medicatie verbetering kunnen brengen.
4.2.
De specialist ouderengeneeskunde handhaaft tijdens de zitting het verzoek en wenst een verlenging van de rechterlijke machtiging voor vijf jaar omdat er sprake is van een progressief ziektebeeld bij betrokkene passend bij Lewy Body dementie. Volgens de specialist ouderengeneeskunde blijkt deze diagnose uit eerdere onderzoeken. Deze aandoening leidt bij betrokkene tot steeds minder goede periodes en steeds langere en ernstigere ontregelingen. Tijdens slechte periodes wordt betrokkene agressief, weigert medicatie, eet of drinkt niet en vertoont wanen en hallucinaties. Daarom is langdurige 24 uurs zorg en structuur noodzakelijk. Daarnaast moet de verpleeginstelling kunnen zorgen voor de veiligheid van zowel betrokkene als de medebewoners.
4.3.
De kwaliteitsverpleegkundige vindt het noodzakelijk dat betrokkene tijdelijk in een veilige en passende omgeving verblijft waar haar huidige gedrag goed kan worden begeleid. Zij beschrijft dat betrokkene snel ontregeld raakt wanneer haar vaste structuur verandert en dat dit recent heeft geleid tot ernstige escalaties waaronder agressie richting personeel en bewoners. Volgens de kwaliteitsverpleegkundige kan de eerdere woonlocatie van betrokkene in [plaats 1] die zorg en veiligheid onvoldoende bieden tijdens zulke periodes. Tegelijkertijd benadrukt zij dat er ook goede momenten zijn waarop betrokkene helder, sociaal en betrokken is.
4.4.
De zoon van betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat hij vooral wil dat zijn moeder veilig is en nog een zo goed mogelijk leven kan hebben. Hij maakt zich grote zorgen omdat hij merkt dat haar toestand steeds verder achteruitgaat en dat de periodes van ontregeling vaker voorkomen en langer duren. Hoewel hij begrijpt dat een opname noodzakelijk is, heeft hij twijfels over een machtiging voor vijf jaar en vindt hij het belangrijk dat er regelmatig opnieuw naar de situatie van zijn moeder wordt gekeken. De zoon benadrukt dat zijn moeder niet meer zelfstandig voor zichzelf kan zorgen en dat haar welzijn voorop moet staan.
4.5.
De jongste zoon van betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat hij duidelijkheid wenst over de diagnose en de toekomst van zijn moeder. Hij geeft aan dat hij daarom een second opinion heeft aangevraagd. Hoewel hij inziet dat zijn moeder niet meer zelfstandig kan wonen, heeft hij moeite met een rechterlijke machtiging voor vijf jaar omdat hij vreest dat zij daarmee “in een hokje wordt geplaatst” en dat er minder kritisch naar haar situatie zal worden gekeken. De jongste zoon vindt het belangrijk dat er een vinger aan de pols wordt gehouden en geeft daarom de voorkeur aan een kortere termijn voor een rechterlijke machtiging van twee jaar. Op die manier kan er opnieuw worden getoetst over twee jaar.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twee jaar. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Bij betrokkene is namelijk sprake van dementie, type Lewy Body dementie. Daarnaast vertoont betrokkene psychotische kenmerken.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
5.4.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene onvoldoende in staat is voor haar eigen gezondheid en veiligheid te zorgen. Betrokkene weigert regelmatig de noodzakelijke medicatie, waardoor psychotische symptomen zoals wanen, hallucinaties en achterdocht toenemen. Betrokkene ziet onder meer kinderen en ratten die er niet zijn en is obsessief en dwingend gericht op haar echtgenoot. Daarnaast weigert zij hulpmiddelen zoals een rollator ondanks haar evenwichtsproblemen en verhoogde risico op vallen en lichamelijk letsel. In periodes van ontregeling slaapt zij slecht, eet en drinkt zij niet voldoende en raakt haar omgeving overbelast.
5.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen.
5.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene heeft 24 uurs zorg nodig die haar in de thuissituatie en in haar vorige verpleeginstelling niet geboden kan worden.
5.7.
De rechtbank verleent de machtiging voor de duur van twee jaar. Met de advocaat is de rechtbank van oordeel dat een machtiging voor vijf jaren met name past in een situatie waarin er geen ontwikkelingen worden verwacht. Dat is hier niet zonder meer het geval. Het gedrag van betrokkene hangt samen met onder andere de inname van haar medicatie en 24 uurs zorg en structuur. Ook moeten er nog verdere onderzoeken bij betrokkene plaatsvinden naar haar psychische gesteldheid. Hier is aandacht voor maar het resultaat hiervan is nog niet helemaal helder. Als de agressie van betrokkene verder beheerst wordt, is het waarschijnlijk dat zij weer terug kan naar haar vorige verpleeginstelling. Als de incidenten en slechtere periodes zich blijven voordoen, ook op de langere termijn, is het in het belang van betrokkene dat hier aandacht voor blijft en nagedacht wordt over oplossingen / alternatieven. Ook om dit signaal kracht bij te zetten acht de rechtbank een kortere periode dan vijf jaar aangewezen en zal de rechtbank de machtiging verlenen voor twee jaar.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1949 in [geboorteplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
1 mei 2028;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 15 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.