ECLI:NL:RBZWB:2026:4815

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447747 / FA RK 26-2259
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van den Beld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting inbewaringstelling wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bij betrokkene met verstandelijke beperking

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 1 mei 2026 een beschikking gegeven tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, geboren in 2009, op verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Betrokkene verblijft reeds in een accommodatie op basis van een eerdere inbewaringstelling door de burgemeester van Tilburg. Het verzoek tot voortzetting is ingediend vanwege het risico op ernstig lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, zijn betrokkene, zijn ouders, gedragsdeskundige, begeleiders en advocaten gehoord. Betrokkene gaf aan zich rustiger en op zijn gemak te voelen, maar de gedragsdeskundige rapporteerde dat betrokkene vaak wegliep, niet goed keuzes kon maken en zichzelf verwaarloosde. De vader uitte zorgen over onvoldoende begeleiding, terwijl de moeder dankbaarheid toonde voor de inspanningen.

De rechtbank concludeerde dat het ernstig nadeel voortvloeit uit een verstandelijke beperking en psychische stoornis van betrokkene. Gezien het beperkte ziektebesef en de kans op onttrekking aan begeleiding zonder juridisch kader, achtte de rechtbank voortzetting noodzakelijk. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar. De machtiging geldt tot en met 12 juni 2026.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de inbewaringstelling van betrokkene voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447747 / FA RK 26-2259
Datum uitspraak: 1 mei 2026
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. M.C.A. Hollants uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • vader van betrokkene;
  • moeder van betrokkene, telefonisch;
  • mevrouw [persoon 1] , gedragsdeskundige;
  • mevrouw [persoon 2] , begeleider;
  • de heer [persoon 3] , begeleider
  • mevrouw [persoon 4] , advocaat en ondersteuning vader van betrokkene.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in [accommodatie] . De burgemeester van Tilburg heeft de inbewaringstelling op 30 april 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene zegt dat het prima met hem gaat. Hij merkt dat hij rustiger is geworden sinds hij opgenomen is. Hij voelt zich hier meer op zijn gemak en vindt de locatie fijn. Betrokkene zegt dat het hiervoor niet zo goed ging want hij liep vaak weg voor een steeds langere periode. Betrokkene zegt dat de politie en GGZ met hem hebben gepraat en gekeken wat het beste voor hem was. Toen is betrokkene opgenomen. Betrokkene zegt al erg te hebben gelachen met een begeleider.
4.2.
De gedragsdeskundige zegt dat ze zien dat betrokkene de laatste weken veel weg is. Op die momenten lukt het betrokkene niet om de juiste keuzes te maken. Als de begeleiding kwam werd betrokkene snel boos en was hij niet stuurbaar. De gedragsdeskundige zegt dat ze hun zorgen hebben geuit aan betrokkene en dat hij dat ook begreep, maar niet anders ging doen. Betrokkene heeft veel spanning ervaren, waardoor zijn tics erger werden en hij zichzelf niet goed verzorgde. De gedragsdeskundige geeft aan op zoek te gaan naar een andere, beter passende woonplek voor 18+. Daarnaast moet er beter contact komen met de begeleiding en moet er gewerkt worden aan in een ritme komen en de dagbesteding oppakken. Daarnaast zal betrokkene medicatie krijgen voor de prikkelverwerking.
4.3.
De begeleiders zeggen de situatie op hoofdlijnen te hebben meegekregen, maar betrokkene nog niet zo goed te kennen.
4.4.
De vader zegt een paar hectische dagen achter de rug te hebben. Hij voelde zich machteloos. De vader vindt het schandalig dat ze betrokkene vijf dagen op straat hebben gelaten. Hij vindt dat betrokkene de juiste begeleiding moet krijgen voor zijn problematiek; dat krijgt hij nu niet.
4.5.
De moeder zegt heel dankbaar te zijn voor iedereen die heeft mee gezocht naar betrokkene. De moeder zegt in erge angst en paniek te hebben gezeten.
4.6.
De advocaat heeft geen opmerkingen bij de vermelde stoornis en het ernstig nadeel. Betrokkene zegt niet weg te gaan lopen, hij is blij waar hij nu is en vindt zes weken blijven geen probleem.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene zichzelf verwaarloost en met bevlekte kleding rond loopt. Betrokkene loopt vaak weg en zwerft dan rond. Betrokkene spreekt andere mensen hinderlijk aan waardoor hij agressie over zichzelf afroept. Hij is al meerdere keren mishandeld.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een verstandelijke handicap met een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een verstandelijke beperking en een psychische stoornis.
5.5.
Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Uit de stukken blijkt dat betrokkene meermaals wegliep van de huidige locatie, ook vanwege onvrede over de woongroep en de woning. Tijdens de mondelinge behandeling zegt betrokkene wel te willen blijven. Echter heeft betrokkene beperkt ziektebesef en verminderd ziekte-inzicht en is de verwachting dat betrokkene zich snel zal onttrekken aan de begeleiding wanneer er geen juridisch kader meer is.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wzd.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 juni 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026 door mr. Van den Beld, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 12 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.