Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- de heer [persoon 1] , psychiater i.o.;
- mevrouw dr. [persoon 2] , behandelaar;
- [persoon 3] , begeleidster van de afdeling.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene verblijft op grond van een crisismaatregel in een zorgaccommodatie na een besluit van de burgemeester. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om verlenging van deze maatregel voor drie weken. Tijdens de zitting geeft betrokkene aan zich beter te voelen en wil zij graag naar huis met ambulante begeleiding. De behandelaar bevestigt dat er geen psychotische symptomen meer zijn en dat er geen sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.
De rechtbank overweegt dat hoewel er eerder sprake was van een psychotisch toestandsbeeld, vermoedelijk in het kader van schizofrenie, op dit moment geen vermoeden van een psychische stoornis bestaat. Er is ziekte-inzicht en geen verzet tegen behandeling. De rechtbank concludeert dat voortzetting van de gedwongen opname niet proportioneel is.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af. De beschikking is mondeling gegeven op 1 mei 2026 en schriftelijk op 15 mei 2026 vastgesteld. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.