Belanghebbende is eigenaar van een auto die op zes verschillende data in 2023 geparkeerd stond in een parkeervak in de gemeente Breda. De gemeente legde zes naheffingsaanslagen parkeerbelasting op omdat de parkeervergunning niet tijdig was verlengd. Belanghebbende stelde dat zij tijdig had betaald, wat werd ondersteund door een betalingsbewijs van 26 januari 2023.
De heffingsambtenaar verklaarde de bezwaren ongegrond en stuurde de uitspraken op bezwaar per e-mail, maar kon niet aantonen dat deze daadwerkelijk waren ontvangen. Belanghebbende stelde dat zij pas op 27 november 2023 van de uitspraken op de hoogte was geraakt. De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was omdat de beroepstermijn later was aangevangen door het ontbreken van tijdige kennisgeving.
De rechtbank constateerde dat de heffingsambtenaar zijn verplichting tot het overleggen van relevante stukken niet was nagekomen en dat de naheffingsaanslagen onjuist waren opgelegd. De heffingsambtenaar was niet verschenen op de zitting en had geen verweerschrift ingediend. De rechtbank vernietigde de naheffingsaanslagen en veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van €1.500 aan belanghebbende.