Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- de heer [persoon 1] , psychiater;
- mevrouw [persoon 2], verpleegkundige.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel vanwege een ernstige depressieve stoornis en een suïcidewens. De officier van justitie verzoekt verlenging van deze maatregel voor drie weken. Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, zijn betrokkene, haar advocaat, een psychiater en een verpleegkundige gehoord.
De psychiater verklaart dat de suïcidewens direct voortkomt uit de depressieve stoornis en dat betrokkene al een week aan het verhongeren is om haar lichaam te verzwakken voor een suïcidepoging. Ondanks de ernst zijn er nog behandelmogelijkheden, en de psychiater adviseert voortzetting van de crisismaatregel met enkele vormen van verplichte zorg.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door levensgevaar en dat dit wordt veroorzaakt door een psychische stoornis. De crisismaatregel wordt verlengd voor drie weken met beperkingen op bewegingsvrijheid, onderzoek van de verblijfsruimte en opname in een accommodatie. Andere vormen van zorg worden afgewezen. Betrokkene verzet zich, maar er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De beslissing is op 30 april 2026 mondeling gegeven en op 13 mei 2026 schriftelijk bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel voor drie weken met specifieke vormen van verplichte zorg om suïcidegevaar af te wenden.