ECLI:NL:RBZWB:2026:4795

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
31 mei 2026
Zaaknummer
C/02/447660 / FA RK 26-2207
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel wegens suïcidegevaar bij depressieve stoornis

Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel vanwege een ernstige depressieve stoornis en een suïcidewens. De officier van justitie verzoekt verlenging van deze maatregel voor drie weken. Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, zijn betrokkene, haar advocaat, een psychiater en een verpleegkundige gehoord.

De psychiater verklaart dat de suïcidewens direct voortkomt uit de depressieve stoornis en dat betrokkene al een week aan het verhongeren is om haar lichaam te verzwakken voor een suïcidepoging. Ondanks de ernst zijn er nog behandelmogelijkheden, en de psychiater adviseert voortzetting van de crisismaatregel met enkele vormen van verplichte zorg.

De rechtbank oordeelt dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door levensgevaar en dat dit wordt veroorzaakt door een psychische stoornis. De crisismaatregel wordt verlengd voor drie weken met beperkingen op bewegingsvrijheid, onderzoek van de verblijfsruimte en opname in een accommodatie. Andere vormen van zorg worden afgewezen. Betrokkene verzet zich, maar er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De beslissing is op 30 april 2026 mondeling gegeven en op 13 mei 2026 schriftelijk bevestigd.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel voor drie weken met specifieke vormen van verplichte zorg om suïcidegevaar af te wenden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447660 / FA RK 26-2207
Datum uitspraak: 30 april 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat mr. C.L.M. Gommers te Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 29 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • de heer [persoon 1] , psychiater;
  • mevrouw [persoon 2], verpleegkundige.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij de [accommodatie] te [plaats 2] . De burgemeester van Tilburg heeft de crisismaatregel op 28 april 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene zegt dat zij niet langer opgenomen wil zijn. De reden daarvan is dat zij een einde aan haar leven zou willen maken.
4.2.
De psychiater zegt dat bij betrokkene vanuit een depressieve stoornis de wens tot suïcide leeft en dat daartussen een causaal verband bestaat. Betrokkene loopt al lange tijd rond met de wens om een einde aan haar leven te maken, maar de ernst en de druk die uitgaat van die gedachte bij betrokkene is wisselend. Ondanks die gedachte kan betrokkene bij perioden nog wel van het leven genieten en positieve dingen ondernemen. De laatste tijd is dat echter minder het geval. Momenteel heeft betrokkene het stellige voornemen om een einde aan haar leven te maken. In het verleden heeft zij forse suïcidepogingen ondernomen.
Op dit moment is betrokkene zich al een week lang aan het verhongeren om haar lichaam te verzwakken, zodat er meer zekerheid zal bestaan dat haar suïcidepoging zal slagen.
De psychiater is van mening dat er voor betrokkene nog behandelmogelijkheden aanwezig zijn. Zo lijkt het er sinds de dag van de zitting op dat bij betrokkene de deur op een heel klein kiertje openstaat en dat met haar bekeken kan worden wat nog mogelijk is om haar leven weer draaglijker te gaan maken. De psychiater verzoekt de rechtbank daarom om de crisismaatregel voort te zetten.
Volgens de psychiater zijn behoudens “insluiten”, “het uitoefenen van toezicht op betrokkene” en “onderzoek aan kleding of lichaam” alle overige verzochte vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel te kunnen afwenden. “Het toedienen van (vocht en) voeding” vindt hij niet noodzakelijk, omdat zo nodig overgegaan kan worden op vloeibare voeding, en indien dat onverhoopt niet mocht volstaan, alsnog een noodmaatregel zou kunnen worden aangevraagd.
4.3.
De verpleegkundige onderschrijft de visie en het standpunt van de psychiater.
4.4.
De advocaat zegt dat in eerste instantie sprake was van een vrijwillige opname van betrokkene en zij gaandeweg aangaf weer thuis te willen verblijven. Uiteindelijk is toen een
crisismaatregel genomen. De advocaat heeft van betrokkene vernomen dat zij haar medewerking heeft toegezegd om te bekijken of er nog behandelmogelijkheden resteren. Daarbij stelt de advocaat vast dat voldaan wordt aan alle wettelijke vereisten voor toewijzing van het verzoek. Voor wat betreft de verzochte vormen van verplichte zorg kan de advocaat zich aansluiten bij het standpunt van de psychiater.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat bij betrokkene nog steeds sprake is van suïcidegevaar.
5.3.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Bij betrokkene is sprake van een persoonlijkheidsstoornis en een depressieve stemmingsstoornis. De psychiater heeft gezegd dat de wens van betrokkene tot suïcide voortkomt uit de depressieve stoornis.
5.4.
De crisissituatie is gegeven het ernstig nadeel zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.5.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- opnemen in een accommodatie.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg zullen worden afgewezen.
5.6.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Ze wil naar huis om een einde aan haar leven te kunnen maken.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.5. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 mei 2026.
6.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Dongen, griffier, en op schrift gesteld op 13 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.