ECLI:NL:RBZWB:2026:4788

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
31 mei 2026
Zaaknummer
C/02/445287 / FA RK 26-936
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Verschoor-Bergsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Brussel II-terArt. 10:56 BWArt. 4 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking scheiding van tafel en bed met opname convenant

Partijen, gehuwd sinds 1992, hebben gezamenlijk verzocht om scheiding van tafel en bed wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaart zich bevoegd en past Nederlands recht toe. De scheiding van tafel en bed wordt uitgesproken zoals verzocht.

Daarnaast hebben partijen een convenant opgesteld met onderlinge afspraken, dat zij wensen te laten opnemen in de beschikking. De rechtbank wijst dit verzoek toe en hecht het convenant als bijlage aan de beschikking.

Het verzoek om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren wordt afgewezen, omdat de scheiding van tafel en bed pas ingaat op het moment van inschrijving in het huwelijksgoederenregister. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, waarvoor een advocaat nodig is.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de scheiding van tafel en bed uit en neemt het convenant op in de beschikking, maar verklaart deze niet uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaak-/rekestnummer: C/02/445287 / FA RK 26-936
Datum uitspraak: 30 april 2026
Beschikking scheiding van tafel en bed
in de zaak van
[de vrouw],
hierna te noemen de vrouw,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. A.S. Bakker uit Utrecht,
en
[de man],
hierna te noemen de man,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. A.S. Bakker uit Utrecht.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van partijen, ontvangen op 18 februari 2026.
1.2.
Een zitting heeft niet plaatsgevonden.

2.Wat vaststaat

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 1992 in [plaats] .
2.2.
De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit en de man heeft de Britse nationaliteit.

3.De beoordeling

De bevoegdheid van de rechtbank en het recht dat van toepassing is
3.1.
De rechtbank is bevoegd te beslissen op de verzoeken van partijen uit te spreken en Nederlands recht is van toepassing. [1]
Scheiding van tafel en bed
3.2.
De rechtbank spreekt de scheiding van tafel en bed tussen partijen uit zoals verzocht, omdat partijen vinden dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat zij niet samen verder kunnen.
Convenant
3.3.
Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot scheiding van tafel en bed, heeft hij tevens rechtsmacht met betrekking tot het verzoek het convenant deel uit te laten maken van deze beschikking. De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen.
3.4.
Partijen hebben afspraken gemaakt in een convenant. Partijen verzoeken deze afspraken op te nemen in de beschikking. De rechtbank wijst het verzoek toe en hecht het convenant aan deze beschikking.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.5.
Partijen verzoeken de rechtbank de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank wijst dit verzoek af. De scheiding van tafel en bed kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat de scheiding van tafel en bed pas plaatsvindt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in het huwelijksgoederenregister.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de scheiding van tafel en bed uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 1992 in [plaats] ;
4.2.
bepaalt dat de onderling getroffen regelingen in het convenant ondertekend op 11 februari 2026 als in de beschikking opgenomen moet worden beschouwd onder verwijzing naar de als bijlage ingevoegde scan van het convenant;
4.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Verschoor-Bergsma, rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. De Haard, griffier op 30 april 2026.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant

Voetnoten

1.Scheiding van tafel en bed: art. 3 Brussel Pro II-ter en art. 10:56 BW Pro.