Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
2.Wat vaststaat
3.De beoordeling
Convenant
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen, gehuwd sinds 1992, hebben gezamenlijk verzocht om scheiding van tafel en bed wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaart zich bevoegd en past Nederlands recht toe. De scheiding van tafel en bed wordt uitgesproken zoals verzocht.
Daarnaast hebben partijen een convenant opgesteld met onderlinge afspraken, dat zij wensen te laten opnemen in de beschikking. De rechtbank wijst dit verzoek toe en hecht het convenant als bijlage aan de beschikking.
Het verzoek om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren wordt afgewezen, omdat de scheiding van tafel en bed pas ingaat op het moment van inschrijving in het huwelijksgoederenregister. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, waarvoor een advocaat nodig is.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de scheiding van tafel en bed uit en neemt het convenant op in de beschikking, maar verklaart deze niet uitvoerbaar bij voorraad.