ECLI:NL:RBZWB:2026:4782

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
31 mei 2026
Zaaknummer
C/02/447371 / JE RK 26-687 (regulier)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van Leuven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing van vier minderjarige kinderen in gezinsgerichte voorziening

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot machtiging tot uithuisplaatsing van vier van de zeven kinderen uit een gezin, vanwege ernstige zorgen over hun emotionele veiligheid en gedragsproblemen. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag en hebben zelf aangegeven niet langer voor de kinderen te kunnen zorgen. De kinderen vertonen negatief gedrag zoals agressie en het niet accepteren van gezag, wat de GI toeschrijft aan systemische problemen binnen het gezin en een zeer lage draagkracht van de ouders.

De kinderrechter heeft op 21 april 2026 reeds een spoedmachtiging verleend voor uithuisplaatsing tot 5 mei 2026. Tijdens de zitting op 30 april 2026, waarbij de ouders instemden met het verzoek, is het reguliere verzoek behandeld. De GI verzocht om verlenging van de machtiging tot het einde van de ondertoezichtstelling, die loopt tot 28 januari 2027.

De kinderrechter oordeelt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen. De kinderen verblijven momenteel in een rustige, gestructureerde omgeving en krijgen therapie gericht op hun individuele behoeften en de gevolgen van de uithuisplaatsing. De machtiging wordt verleend met onmiddellijke ingang en is uitvoerbaar bij voorraad. Het resterende deel van het spoedverzoek wordt afgewezen. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing van vier minderjarige kinderen verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummers: C/02/447371 / JE RK 26-687 (regulier)
C/02/447354 / JE RK 26-683 (spoed)
Datum uitspraak: 30 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedag 1] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedag 2] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3] ,
geboren op [geboortedag 3] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 3] ,
[minderjarige 4],
geboren op [geboortedag 4] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 4] ,
hierna gezamenlijk te noemen de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[ouder 1]
en
[ouder 2] ,
hierna gezamenlijk te noemen de ouders,
beiden wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. E.C.A.E. Verschuren te Gilze.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
Inzake C/02/447371 / JE RK 26-687
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 21 april 2026.
Inzake C/02/447354 / JE RK 26-683
- de beschikking van deze rechtbank van 21 april 2026 en alle daarin genoemde stukken.
1.2.
De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 30 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat, namens de ouders;
- een vertegenwoordigster van de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.
2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 januari 2026 onder andere de kinderen onder toezicht van de GI gesteld voor de periode van 28 januari 2026 tot 28 januari 2027.
2.3.
Bij beschikking van 21 april 2026 is een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen in een gezinsgerichte voorziening verleend, met ingang van 21 april 2026 tot 5 mei 2026.
2.4.
Op grond van voornoemde machtiging verblijven de kinderen in een gezinshuis in [plaats] .
2.5.
Onder aanhouding van iedere verdere beslissing is bepaald dat de partijen op de onderhavige zitting over het verzoek zullen worden gehoord.

3.Het verzoek

Inzake C/02/447371 / JE RK 26-687
3.1.
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen in een gezinsgerichte voorziening te verlenen voor de duur van ondertoezichtstelling.
3.2.
De GI verzoekt om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Inzake C/02/447354 / JE RK 26-683
3.3.
De GI verzoekt een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen in een gezinsgerichte voorziening te verlenen voor de duur van vier weken en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

De GI
4.1.
Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan.
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] . Het gezin telt daarnaast nog drie kinderen: [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] . De kinderen verblijven in het weekend bij [logeeropvang] , een logeeropvang, ter ontlasting van de ouders. Op 15 april 2026 heeft de GI een regulier verzoek tot machtiging uithuisplaatsing ingediend. Dit verzoek kon niet langer worden afgewacht, omdat de draagkracht van de ouders volledig is verdwenen. De GI maakt zich zorgen over de structurele emotionele onveiligheid waarin de kinderen verkeren. Ze leven in constante onzekerheid over hun verblijf en worden belemmerd in hun ontwikkeling. De gedragsproblemen lijken voort te komen uit de systemische problematiek binnen het gezin: een zeer lage draagkracht van de ouders en onvoldoende opvoedvaardigheden en emotionele veiligheid. De ouders hebben zelf bij de kinderen aangegeven niet langer voor hen te kunnen zorgen, en hebben hen verteld dat zij ergens anders gaan wonen. De kinderen vertonen negatief gedrag: ze accepteren geen gezag of autoriteit, slopen spullen, lopen weg en zijn verbaal en fysiek agressief naar elkaar en de begeleiding. Dit gedrag en de onduidelijkheid in hun situatie veroorzaken veel spanning. De thuissituatie is niet langer acceptabel, omdat de veiligheid van de kinderen niet gegarandeerd is.
4.2.
De vier kinderen zijn na de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing op een groep in [plaats] geplaatst. Het belangrijkste is dat de kinderen nu verblijven op een rustige plek met structuur. Vooral de oudste twee kinderen moeten worden ontlast, omdat zij voor de jongere kinderen zorgen. Alle vier de kinderen hebben therapie nodig om handvatten te krijgen voor het omgaan met de situatie, waaronder de uithuisplaatsing en de afwijzing door de ouders. Het perspectief voor de kinderen is nog open. Er is nu tijd en rust nodig om te bepalen waar zij uiteindelijk kunnen verblijven en om duidelijkheid te bieden over hun toekomst. Daarom verzoekt de GI om toewijzing van de machtiging tot uithuisplaatsing tot het einde van de ondertoezichtstelling.
De ouders
4.3.
Namens de ouders is aangegeven dat zij instemmen met het verzoek. Tijdens de zitting heeft de advocaat contact opgenomen met de moeder om te horen wat zij van het verzoek van de GI vindt om de machtiging te verlenen tot het einde van de ondertoezichtstelling. De ouders stemmen hiermee in. Dit geeft een langere periode van rust. De advocaat heeft nog opgemerkt dat bijlage 5 t/m 8 bij het verzoekschrift ontbreken.

5.De beoordeling

Spoedbeslissing zonder horen
5.1.
Bij beschikking van 21 april 2026 is een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] in een gezinsgerichte voorziening verleend, met ingang van 21 april 2026 tot 5 mei 2026, zonder voorafgaand verhoor van de ouders. De GI en de ouders zijn thans in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken. Op de zitting zijn geen nieuwe feiten en/of omstandigheden gebleken die aanleiding geven tot herroeping van de eerder afgegeven spoedbeslissing met ingang van heden. Daarom wordt de spoedbeslissing van 21 april 2026 in stand gelaten. Het aangehouden deel van het verzoek zal worden afgewezen, nu heden op het reguliere verzoek zal worden beslist.
5.2.
Het resterende deel van het verzoek is aangehouden tot de zitting van 30 april 2026.
Wettelijk kader
5.3.
Op basis van artikel 1:265b lid 1 BW kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid.
Inhoudelijke beoordeling resterende deel van het verzoek
5.4.
De kinderrechter is van oordeel dat het in het belang van de verzorging en opvoeding van kinderen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] noodzakelijk is dat zij uit huis worden geplaatst in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.
5.5.
Uit de overgelegde stukken en de zitting blijkt dat er ernstige zorgen zijn over de structurele emotionele onveiligheid waarin de kinderen verkeren. De kinderen vertonen negatief gedrag: ze accepteren geen gezag of autoriteit, slopen spullen, lopen weg en zijn verbaal en fysiek agressief naar elkaar en de begeleiding. Deze gedragsproblemen lijken voort te komen uit de systemische problemen binnen het gezin, waaronder een zeer lage draagkracht van de ouders en onvoldoende opvoedvaardigheden en emotionele veiligheid. De ouders zijn structureel overbelast en emotioneel afwezig. Hierdoor kunnen zij geen stabiele opvoedingssituatie bieden. De ouders hebben zelf aan de kinderen aangegeven niet langer voor hen te kunnen zorgen en dat de kinderen ergens anders gaan wonen. Dit is voor de kinderen heel lastig. Zij leven in voortdurende onzekerheid over hun verblijf, wat veel spanning veroorzaakt.
5.6.
De kinderrechter is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat aan de voorwaarden voor een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] is voldaan. De kinderrechter zal het – onweersproken – verzoek van de GI om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling daarom toewijzen.
5.7.
De kinderen verblijven momenteel met zijn vieren op een groep in [plaats] . Dit is een rustige plek met structuur voor de kinderen, en het geeft ook rust voor de ouders. De komende periode ligt de focus op het geven van rust aan de kinderen en het vinden van passende therapie voor ieder kind, waarbij rekening wordt gehouden met hun individuele behoeften. De therapie richt zich zowel op de situatie rondom de uithuisplaatsing als op de afwijzing die zij van hun ouders hebben ervaren. Het perspectief voor de kinderen blijft open, omdat eerst moet worden afgewacht hoe deze periode van rust voor hen en de ouders verloopt. Er is tijd nodig om duidelijkheid te krijgen over het verdere toekomstperspectief van de kinderen.
5.8.
De advocaat heeft tijdens de zitting opgemerkt dat bijlage 5 t/m 8 bij het verzoekschrift ontbreken. De GI heeft beloofd om deze ontbrekende stukken op te sturen.
5.9.
De kinderrechter zal de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.10.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De kinderrechter:
inzake: C/02/447371 / JE RK 26-687
6.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 5 mei 2026 tot 28 januari 2027;
6.2.
verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
inzake: C/02/447354 / JE RK 26-683
6.3.
wijst af het resterende deel van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026 door mr. Van Leuven, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 11 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.