Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- mevrouw [persoon 1] , case-manager dementie;
- mevrouw [persoon 2] , verpleegkundige [hulpverlening] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1944, wegens een psychogeriatrische aandoening (Alzheimer). Betrokkene verzet zich tegen opname en ontkent de ziekte, maar de medische verklaring en getuigenverklaringen bevestigen de diagnose en de ernst van haar situatie.
De case-manager dementie en verpleegkundige schetsen een beeld van ernstige verwaarlozing, ondeugdelijke zelfzorg, verstoorde familiebanden en onhoudbare thuissituatie waarbij ambulante zorg al viermaal per dag plaatsvindt en het huishouden feitelijk wordt overgenomen. Betrokkene raakt zelfs de weg kwijt met haar auto.
De rechtbank oordeelt dat opname noodzakelijk is om ernstig lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang te voorkomen. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar omdat de intensieve zorg niet thuis kan worden geboden. De machtiging wordt voor zes maanden verleend, ondanks het verzet van betrokkene.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens dementie en onhoudbare thuissituatie ondanks verzet van betrokkene.