ECLI:NL:RBZWB:2026:4774

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
30 mei 2026
Zaaknummer
C/02/446124 FA RK 26-1378
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 822 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening gebruik echtelijke woning en partneralimentatie afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing

De vrouw verzocht de rechtbank om een onderhoudsbijdrage van €2.000 per maand van de man en om hem te veroordelen tot het overleggen van documenten over de huwelijksgemeenschap. Tevens verzocht zij om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door de man en om haar te veroordelen de woning te verlaten.

De man betwistte de behoefte aan partneralimentatie en stelde dat de vrouw onvoldoende had onderbouwd waarom zij niet in haar levensonderhoud kan voorzien. Hij betaalde volgens eigen zeggen alle vaste lasten en stelde dat de vrouw eenvoudig werk kan verrichten.

De rechtbank oordeelde dat de vrouw haar verzoek tot partneralimentatie onvoldoende had onderbouwd, omdat zij geen berekening van haar behoefte of relevante stukken had ingediend. Ook wees de rechtbank het verzoek tot het overleggen van documenten over de huwelijksgemeenschap af, omdat dit niet valt onder de voorzieningen van artikel 822 Rv Pro.

Ten aanzien van het gebruik van de echtelijke woning stelde de rechtbank vast dat beide partijen een redelijk belang hebben bij het gebruik ervan. Omdat het een kleine studio betreft, is samenwonen geen optie. De rechtbank bepaalde dat partijen om de week de woning mogen gebruiken, waarbij de vrouw de woning in de week van de man moet verlaten.

De beschikking werd op 29 april 2026 uitgesproken door rechter Meyboom.

Uitkomst: Verzoek tot partneralimentatie afgewezen; partijen mogen om de week de echtelijke woning gebruiken.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/446124 FA RK 26-1378
Datum uitspraak: 29 april 2026
beschikking betreffende voorlopige voorzieningen
in de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. I. Demir, te Rotterdam,
en
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. I.W.A.J. van Pelt, te Tilburg.
1 Het procesverloop
1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 17 maart 2026 van de vrouw ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- het op 14 april 2026 van de man ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen.
1.2 De zaak is behandeld op de zitting van 22 april 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaat. Tevens was er voor beide partijen een tolk aanwezig.

2.De verzoeken

De vrouw verzoekt, samengevat,
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage voor haar van € 2.000,= per maand;
- de man te veroordelen binnen een door de rechtbank te bepalen termijn alle relevante
documenten over te leggen, waaruit de volledige en correcte omvang en samenstelling van de huwelijksgemeenschap blijkt, zowel in Nederland als in het buitenland;
- te bepalen dat bij gebreke hiervan de man een dwangsom zal verbeuren van € 250,= voor iedere dag dat hij in gebreke blijft aan de veroordeling te voldoen, met een maximum van € 10.000.=.
De man verzoekt, samengevat,
- het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door hem;
- de vrouw te veroordelen om binnen twee weken na datum beschikking de echtelijke woning te verlaten, met afgifte van alle sleutels (en toebehoren) aan de man;
- te bepalen dat de vrouw na afloop van deze termijn geen toegang meer heeft tot de echtelijke woning.

3.De beoordeling

IPR
3.1
Vanwege (in ieder geval) de huwelijksplaats van partijen in Marokko heeft de zaak internationaal privaatrechtelijke aspecten. De rechtbank heeft die ambtshalve beoordeeld. De rechtbank is van oordeel dat haar rechtsmacht toekomt en dat zij naar Nederlands recht moet beslissen op de verzoeken.
Partneralimentatie
3.2
De vrouw stelt dat zij behoefte heeft aan een door de man aan haar te betalen onderhoudsbijdrage. Sinds hij het echtscheidingsverzoek heeft ingediend, op 16 december 2025, voorziet hij niet langer in haar levensonderhoud. Hij verstrekt haar slechts € 40,= per maand, welk bedrag evident ontoereikend is om in haar minimale levensbehoeften te voorzien. Zij heeft daardoor schulden moeten maken. Zij kan geen uitkering aanvragen en ook geen betaalde arbeid verrichten, omdat zij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en niet beschikt over relevante diploma’s. De man heeft haar structureel belemmerd in haar mogelijkheden om zich op dit vlak te ontwikkelen. Tijdens de zitting heeft de vrouw toegelicht dat zij nu drie keer per week naar school gaat en Nederlandse les volgt. Zij leeft onder grote psychische druk, slaapt slecht en kan zich niet concentreren door alles wat zij heeft meegemaakt. Zij verkeert in financiële nood, ervaart aanzienlijke stress en kan nu nog niet werken, aldus de vrouw.
3.3
De man betwist dat de vrouw behoefte heeft aan een door hem te betalen onderhoudsbijdrage. Hij voert aan dat zij haar verzoek niet heeft onderbouwd. Zij moet in staat worden geacht in haar eigen levensonderhoud te voorzien. Zo kan zij bijvoorbeeld eenvoudig inpakwerk gaan doen, waarvoor het spreken van de Nederlandse taal niet vereist is. Het ligt op de weg van de vrouw om te laten zien wat zij tot nu toe heeft ondernomen om werk te vinden sinds zijn vertrek uit de woning in mei 2025. Bovendien betaalt hij alle vaste lasten, aldus de man.
3.4
De rechtbank stelt vast dat de vrouw haar verzoek tot het vaststellen van een bedrag aan partneralimentatie niet heeft onderbouwd. Zij heeft aangegeven dat het gezinsinkomen van partijen tijdens hun samenleving bestond uit het inkomen van de man uit zijn kapperszaak. Zij heeft van de man zijn jaarstukken over de jaren 2022, 2023 en 2024 ontvangen, maar zij heeft deze niet ingediend bij de rechtbank. Ook heeft zij geen berekening van haar (huwelijksgerelateerde) behoefte gemaakt en overgelegd of een standpunt ingenomen over de hoogte van haar behoefte. Bij gebrek aan stukken en onderbouwing zal de rechtbank het verzoek van de vrouw daarom afwijzen.
Overige verzoeken van de vrouw
3.5
De rechtbank zal de overige verzoeken van de vrouw, die betrekking hebben op de omvang en samenstelling van de huwelijksgemeenschap, afwijzen, omdat dit geen voorziening betreft als bedoeld in de (limitatieve) opsomming van artikel 822 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Het gebruik van de echtelijke woning
3.6
De man heeft verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door hem. Hij heeft aangegeven dat hij elf maanden geleden de woning heeft verlaten en dat de huidige situatie voor hem onhoudbaar is geworden. Hij kan inmiddels niet meer dagelijks terecht bij vrienden. Op dit moment slaapt en doucht hij in zijn kapsalon, wat niet is toegestaan en waarvoor hij al een waarschuwing heeft gehad van de eigenaar van het pand. Hij ondervindt een aanzienlijke psychische en praktische belasting door de situatie. Hij werkt fulltime en draagt alle financiële lasten, ook die van de vrouw. Hij is niet in staat om tijdelijk particulier te gaan huren én de lasten van de echtelijke woning te voldoen. Hij wil graag terugkeren naar de woning en rustig kunnen slapen na een lange werkdag. Het voortgezet exclusief gebruik door de vrouw is niet langer redelijk en proportioneel, aldus de man.
3.7
De vrouw heeft gesteld dat zij nergens anders terecht kan; zij heeft geen vrienden en geen familie in de buurt. Volgens de vrouw verblijft de man bij zijn kinderen in [plaats] .
Hij komt soms nog wel naar de woning en haalt een keer per maand zijn post op; daar heeft de vrouw geen bezwaar tegen.
3.8
De rechtbank stelt vast dat de vrouw geen verzoek heeft ingediend tot het toekennen van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door haar. Uit de toelichting tijdens de zitting is gebleken dat het een kleine woning betreft, een studio bestaande uit een woonkamer en een slaapkamer. Het is dan ook geen optie dat partijen hier weer samen gaan verblijven. De man heeft op zitting voorgesteld dat partijen om en om een week in de woning gaan verblijven, om zo de pijn te verdelen. Partijen hebben hierover geen overeenstemming kunnen bereiken. Beide partijen hebben aangegeven dat zij geen alternatieven hebben waar zij naar toe kunnen. De rechtbank stelt vast dat beide partijen een redelijk belang hebben bij het gebruik van de woning. Het verzoek van de man zal worden toegewezen in die zin dat partijen om beurten een week in de woning kunnen verblijven, om de last van het niet kunnen verblijven in de woning te verdelen. Het meer of anders door de man verzochte wordt afgewezen.

4.De beslissing

De rechtbank
bepaalt dat de man om de week bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning, gelegen aan het [adres] te [woonplaats] , en beveelt de vrouw de woning in die week te verlaten en niet te betreden, ingaande op 11 mei 2026, met dien verstande dat de vrouw daarna steeds de andere week in de echtelijke woning kan verblijven;
weigert het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Meyboom, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.