ECLI:NL:RBZWB:2026:4774
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Meyboom
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening gebruik echtelijke woning en partneralimentatie afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing
De vrouw verzocht de rechtbank om een onderhoudsbijdrage van €2.000 per maand van de man en om hem te veroordelen tot het overleggen van documenten over de huwelijksgemeenschap. Tevens verzocht zij om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door de man en om haar te veroordelen de woning te verlaten.
De man betwistte de behoefte aan partneralimentatie en stelde dat de vrouw onvoldoende had onderbouwd waarom zij niet in haar levensonderhoud kan voorzien. Hij betaalde volgens eigen zeggen alle vaste lasten en stelde dat de vrouw eenvoudig werk kan verrichten.
De rechtbank oordeelde dat de vrouw haar verzoek tot partneralimentatie onvoldoende had onderbouwd, omdat zij geen berekening van haar behoefte of relevante stukken had ingediend. Ook wees de rechtbank het verzoek tot het overleggen van documenten over de huwelijksgemeenschap af, omdat dit niet valt onder de voorzieningen van artikel 822 Rv Pro.
Ten aanzien van het gebruik van de echtelijke woning stelde de rechtbank vast dat beide partijen een redelijk belang hebben bij het gebruik ervan. Omdat het een kleine studio betreft, is samenwonen geen optie. De rechtbank bepaalde dat partijen om de week de woning mogen gebruiken, waarbij de vrouw de woning in de week van de man moet verlaten.
De beschikking werd op 29 april 2026 uitgesproken door rechter Meyboom.
Uitkomst: Verzoek tot partneralimentatie afgewezen; partijen mogen om de week de echtelijke woning gebruiken.