ECLI:NL:RBZWB:2026:4768

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
30 mei 2026
Zaaknummer
C/02/446550 / JE RK 26-527
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Pellikaan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling wegens bedreigde ontwikkeling door verblijfsrechtelijke onzekerheid

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 29 april 2026 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige tot 16 april 2027. De vader van het kind is in afwachting van een beslissing op zijn asielaanvraag, waardoor zijn verblijfsrecht onzeker is. Deze onzekerheid beïnvloedt zijn dagelijks functioneren en daarmee de opvoedsituatie van de minderjarige.

De moeder van het kind is sinds september 2022 vertrokken uit Nederland en haar verblijfplaats is onbekend, waardoor de vader de enige primaire hechtingsfiguur is. De minderjarige verblijft bij de vader en gaat om het weekend naar een pleeggezin. Recent heeft de minderjarige zorgelijke uitspraken gedaan over haar situatie, waarop de vader adequaat heeft gereageerd door hulp in te schakelen.

De kinderrechter stelt vast dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet voldoende kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, mede omdat de problematiek primair verblijfsrechtelijk is en de gemeente de casus niet overneemt. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd en uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De doelen voor de komende periode betreffen onder meer het onderzoeken van de zorgelijke uitspraken, het ondersteunen van de taalontwikkeling, het informeren van de vader over ontwikkelingsbehoeften, het in balans brengen van zijn draagkracht en het verkrijgen van duidelijkheid over de verblijfsstatus.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige tot 16 april 2027 vanwege ernstige ontwikkelingsbedreiging door de verblijfsrechtelijke onzekerheid van de vader.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446550 / JE RK 26-527
Datum uitspraak: 29 april 2026
Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
STICHTING NIDOS,
gevestigd te Utrecht,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de in deze zaak gegeven tussenbeschikking van de kinderrechter van 8 april 2026 en alle daarin vermelde stukken;
  • het e-mailbericht van de vader van 9 april 2026;
  • het e-mailbericht van de GI van 14 april 2026.
1.2.
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
De vader en de GI hebben ieder afzonderlijk aangegeven dat de zaak schriftelijk kan worden afgedaan.

2.Het (aangehouden) resterende verzoek

2.1.
Aan de orde is het resterende verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen met ingang van 30 april 2026 tot 16 april 2027 en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.De nadere beoordeling

3.1.
Bij voornoemde tussenbeschikking is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor een korte periode (ambtshalve) verlengd met ingang van 16 april 2026 tot 30 april 2026. Om de vader en de GI alsnog in de gelegenheid te stellen om op het verzoek gehoord te worden, is het resterende verzoek aangehouden tot de zitting van 16 april 2026.
3.2.
Gelet op het standpunt van de vader en het verzoek van de GI om schriftelijk op het verzoek te beslissen, zal de kinderrechter de zaak op de stukken afdoen.
3.3.
In artikel 1:255 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) staat, kort gezegd, dat de kinderrechter een minderjarige onder toezicht kan stellen als hij/zij ernstig in zijn/haar ontwikkeling wordt bedreigd en die ontwikkelingsbedreiging niet (voldoende) kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening.
In artikel 1:260 lid 1 BW Pro staat dat de kinderrechter de duur van de ondertoezichtstelling steeds kan verlengen met maximaal een jaar, als nog aan artikel 1:255 lid 1 BW Pro wordt voldaan.
3.4.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
3.5.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige] verblijft samen met haar vader in [locatie] te [woonplaats]. Hij is haar primaire en enige hechtingsfiguur. Haar moeder is in september 2022 vertrokken uit Nederland en haar verblijfplaats is onbekend. De vader is in afwachting van een beslissing op zijn asielaanvraag. Zijn verblijfsrecht in Nederland is op dit moment onzeker. Deze voortdurende onzekerheid werkt door in het dagelijks functioneren van de vader en vormt een risico voor de stabiliteit en continuïteit van de opvoedsituatie van [minderjarige] . Deze factoren kunnen de huidige, nog kwetsbare, stabiliteit in de opvoedsituatie op korte termijn verstoren. Gelet op haar leeftijd en voorgeschiedenis is [minderjarige] gebaat bij rust, continuïteit en duidelijkheid over haar toekomstperspectief. Ter ontlasting van de vader gaat [minderjarige] om het weekend naar een pleeggezin. Medio maart 2026 heeft [minderjarige] zorgelijke uitspraken over haar situatie daar gedaan. Hierop heeft de vader adequaat gehandeld en meteen de instanties ingeschakeld voor hulp. Op dit moment wordt nog onderzocht wat de vervolgstappen zullen zijn ten aanzien van die uitspraken. De GI ondersteunt de vader momenteel in het waarborgen van de veiligheid van [minderjarige] .
3.6.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Onderzocht is of de regievoering in het vrijwillig kader kan worden voortgezet. De gemeente heeft aangegeven deze casus niet over te nemen, aangezien de ontwikkelingsbedreiging primair is gelegen in de verblijfsrechtelijke problematiek en niet in een tekort aan passende hulpverlening. Hierdoor ontbreekt een passende partij die buiten het gedwongen kader de noodzakelijke regie kan voeren.
3.7.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. Gezien de doelen waaraan nog moet worden gewerkt, zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de verzochte duur worden verlengd. In de komende periode zijn de doelen waaraan gewerkt moet worden:
- er wordt onderzocht wat de vader en [minderjarige] nodig hebben ten aanzien van de zorgelijke uitspraken van [minderjarige] ;
- [minderjarige] ontwikkelt zich conform haar leeftijd en mogelijkheden; op dit moment verdient de taalontwikkeling extra aandacht;
- de vader ontvangt informatie en uitleg over de huidige ontwikkelingstaken van [minderjarige] en hoe hij zijn gedrag het beste kan afstemmen op de behoeften van [minderjarige] ;
- de draagkracht van de vader is in balans;
- er is duidelijkheid over de verblijfsstatus en toekomstperspectief van de vader en [minderjarige] .
3.8.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

4.De beslissing

De kinderrechter:
4.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 30 april 2026 tot 16 april 2027;
4.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven door mr. Pellikaan, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026, in aanwezigheid van Dekkers als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.