Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [persoon 1] , psychiater;
- mevrouw [persoon 2] , psychiater in opleiding (hierna: i.o.);
- [persoon 3] , agoog.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel in een gespecialiseerde accommodatie na een besluit van de burgemeester. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om verlenging van deze maatregel voor drie weken vanwege de ernstige suïcidale gedachten en stemmen die betrokkene ervaart, ondanks medicatie en begeleiding.
Tijdens de zitting wordt duidelijk dat betrokkene lijdt aan een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis met psychotische kenmerken en een schizoaffectieve stoornis. De suïcidaliteit is toegenomen en betrokkene heeft meerdere zelfmoordpogingen gedaan. De psychiater en agoog benadrukken de noodzaak van intensieve één-op-één begeleiding en opname om levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel te voorkomen.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en dat verplichte zorg noodzakelijk is. De machtiging wordt verleend voor drie weken met de zorgvormen: medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, toezicht en opname. De rechtbank wijst andere gevraagde vormen van zorg af wegens gebrek aan noodzaak. Betrokkene verzet zich tegen de zorg, maar minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De beschikking is op 29 april 2026 mondeling gegeven en op 7 mei 2026 schriftelijk vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met verplichte zorg om levensgevaar en ernstig letsel te voorkomen.