Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon 1] , verpleegkundig specialist;
- de heer [persoon 2] , de zoon tevens mentor van betrokkene.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 29 april 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1953, die lijdt aan een schizoaffectieve stoornis van het depressieve type. Betrokkene verblijft reeds met een machtiging in een accommodatie en wil daar graag blijven wonen. Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werden betrokkene, zijn advocaat, een verpleegkundig specialist en zijn zoon gehoord.
De verpleegkundig specialist en de zoon gaven aan dat betrokkene wisselende perioden kent met somberheid en psychotische symptomen, waaronder imperatieve hallucinaties, die leiden tot medicatieweigering en zelfverwaarlozing. De zorgmachtiging is noodzakelijk om betrokkene te dwingen medicatie in te nemen en medische controles te ondergaan. De opname als verplichte zorg is echter niet langer noodzakelijk; betrokkene kan vrijwillig in de accommodatie blijven.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornis, waaronder levensgevaar en ernstige verwaarlozing. Er zijn geen passende vrijwillige zorgmogelijkheden. De zorgmachtiging wordt daarom voor twaalf maanden verleend, met verplichte zorgvormen bestaande uit medicatietoediening, medische controles en beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten, met name het contact met hulpverlening. Het beperken van communicatiemiddelen wordt afgewezen als onnodig.
De toegewezen zorgvormen zijn evenredig en gericht op stabilisatie en herstel van de geestelijke en fysieke gezondheid, met oog voor de bevordering van maatschappelijke deelname en veiligheid. De beschikking is op 29 april 2026 mondeling gegeven en op 7 mei 2026 schriftelijk vastgelegd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatie, medische controles en beperkingen in vrijheid, maar wijst verplichte opname af.