ECLI:NL:RBZWB:2026:4761

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
30 mei 2026
Zaaknummer
C/02/447176 / FA RK 26-1938
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Snoeks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met schizoaffectieve stoornis voor twaalf maanden

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 29 april 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1983, die lijdt aan een schizoaffectieve stoornis. Betrokkene woont bij haar ouders en is in zorg bij het FACT-team. De depotmedicatie werd recent gewijzigd van maandelijks naar per kwartaal, wat tot complicaties leidde. Betrokkene wil liever orale medicatie, maar dit is niet mogelijk vanwege eerdere stopzetting en het ontbreken van toezicht.

Tijdens de zitting gaf betrokkene aan dat het goed met haar gaat, maar de casemanager en moeder benadrukten het belang van depotmedicatie en de noodzaak van verplichte zorg om verdere ontregeling te voorkomen. De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar psychische stoornis, waaronder ernstige psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

De rechtbank oordeelde dat vrijwillige zorg onvoldoende is omdat betrokkene onvoldoende intrinsieke motivatie toont en de medicatie niet vrijwillig wil innemen. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk, bestaande uit medicatietoediening, medische controles en contact met het FACT-team. Het beperken van communicatiemiddelen werd afgewezen als niet noodzakelijk.

De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van twaalf maanden, tot en met 29 april 2027. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden voor verplichte zorg aan betrokkene met een schizoaffectieve stoornis.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447176 / FA RK 26-1938
Datum uitspraak: 29 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat mr. M.C.A. Hollants uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 15 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon] , casemanager;
  • de moeder van betrokkene.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 27 juni 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Tijdens de zitting geeft betrokkene aan dat het goed met haar gaat. Zij woont bij haar ouders en is in zorg bij het FACT-team. Betrokkene heeft op het moment geen werk meer. De winkel waar zij werkte is gestopt. Zij heeft toen een tijdje in [plaats 2] gewerkt. Daarbij was de reistijd te lang voor betrokkene. Betrokkene ontvangt depotmedicatie. Zij zou echter liever orale medicatie krijgen, zodat zij de medicatie zelf in kan nemen. De omzetting van haar depotmedicatie naar eens per kwartaal heeft tot complicaties geleid. De rustgevende medicatie ontvangt betrokkene wel oraal. Zij gebruikt die dagelijks voordat zij naar bed gaat en daardoor slaapt betrokkene goed.
4.2.
De casemanager licht toe dat de depotmedicatie van betrokkene recentelijk is omgezet van maandelijks naar per kwartaal. In diezelfde periode is betrokkene veel gaan werken. Toen ging het minder goed met betrokkene. Betrokkene maakte veel uren en door de reistijd waren het lange dagen. Hierdoor is betrokkene uit evenwicht geraakt. Betrokkene was verward en het contact verminderde. Doordat het contract van betrokkene niet is verlengd, is er rust gekomen en gaat het beter met betrokkene. Toen het minder goed ging met betrokkene heeft zij ook aangegeven dat zij geen depotmedicatie meer wil. De casemanager vindt het echter belangrijk dat betrokkene haar depotmedicatie ontvangt, zodat het goed met haar blijft gaan en zij op termijn weer in de regio kan gaan werken. Dit kan niet worden gerealiseerd zonder een zorgmachtiging. De depotmedicatie zal opnieuw worden omgezet naar maandelijks. Het is niet mogelijk om de medicatie om te zetten naar orale medicatie. In het verleden heeft betrokkene de orale medicatie niet ingenomen en is zij uit het contact geraakt, waardoor betrokkene is ontregeld. Ook is het voor het FACT-team niet mogelijk om de orale medicatie dagelijks onder toezicht in te laten nemen.
4.3.
De moeder benoemt dat de depotmedicatie betrokkene goed doet. De ouders willen dat betrokkene zoveel mogelijk dingen zelfstandig kan doen. De ouders zijn geen arts en kunnen de verantwoordelijkheid voor de medicatie niet dragen. De afgelopen periode zijn er grote veranderingen geweest voor betrokkene. De depotmedicatie van betrokkene was omgezet en betrokkene moest voor haar werk naar [plaats 2] reizen. Betrokkene maakte veel uren, maar het reizen brak haar op. De vader van betrokkene kan er niet goed tegen wanneer betrokkene ontregelt. De moeder kan daar beter mee omgaan.
4.4.
Door de advocaat is namens betrokkene afwijzing van het verzoek bepleit. Betrokkene wil liever geen zorgmachtiging. De problematiek van betrokkene is vooral gelegen in de stemmingsstoornissen. Wanneer betrokkene stress ervaart, kan ze daar veel last van hebben. Betrokkene heeft moeite met de brede omschrijving van een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene herkent dat wanneer het niet goed met haar gaat, er sprake kan zijn van maatschappelijke teloorgang. Er is echter geen sprake van verwaarlozing of het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. Dat de vader van betrokkene geïrriteerd kan raken, komt niet voort uit het gedrag van betrokkene. Verder is betrokkene bereid om op vrijwillige basis orale medicatie in te nemen en in contact te blijven met het FACT-team.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene is bekend met een schizoaffectieve stoornis. De rechtbank ziet daarbij geen aanleiding om te twijfelen aan de gestelde diagnose in de medische verklaring en het zorgplan.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
5.4.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de maatschappelijke teloorgang in geval van een psychotische ontregeling op de voorgrond staat. Betrokkene raakt dan achterdochtig en geprikkeld. Betrokkene is eerder haar baan verloren, tijdens een ontregeling komt de relatie met haar kinderen verder onder druk te staan en de ouders van betrokkene geraken dan overbelast, waardoor haar vader heeft gedreigd haar uit huis te zetten.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel betrokkene thans de afspraken met het FACT-team nakomt en is ingesteld op depotmedicatie, is de situatie van betrokkene nog erg pril en kwetsbaar. Daarbij is het de rechtbank gebleken dat betrokkene geen of onvoldoende intrinsieke motivatie heeft om vrijwillig mee te werken aan de benodigde behandeling. Betrokkene is het niet eens met de benodigde depotmedicatie. Het wijzigen van de depotmedicatie naar orale medicatie is niet mogelijk. Betrokkene is immers eerder zelfstandig gestopt met de inname van de orale medicatie. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten (namelijk contact met het FACT-team).
5.8.
Gelet op de toelichting tijdens de zitting acht de rechtbank het ‘beperken van de communicatiemiddelen’ onder de zorgvorm het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten niet noodzakelijk. De rechtbank zal deze vorm van verplichte zorg dan ook afwijzen.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 april 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026 door mr. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van mr. Palings, griffier en op schrift gesteld op 7 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.