Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [persoon] , casemanager;
- de moeder van betrokkene.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 29 april 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1983, die lijdt aan een schizoaffectieve stoornis. Betrokkene woont bij haar ouders en is in zorg bij het FACT-team. De depotmedicatie werd recent gewijzigd van maandelijks naar per kwartaal, wat tot complicaties leidde. Betrokkene wil liever orale medicatie, maar dit is niet mogelijk vanwege eerdere stopzetting en het ontbreken van toezicht.
Tijdens de zitting gaf betrokkene aan dat het goed met haar gaat, maar de casemanager en moeder benadrukten het belang van depotmedicatie en de noodzaak van verplichte zorg om verdere ontregeling te voorkomen. De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar psychische stoornis, waaronder ernstige psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank oordeelde dat vrijwillige zorg onvoldoende is omdat betrokkene onvoldoende intrinsieke motivatie toont en de medicatie niet vrijwillig wil innemen. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk, bestaande uit medicatietoediening, medische controles en contact met het FACT-team. Het beperken van communicatiemiddelen werd afgewezen als niet noodzakelijk.
De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van twaalf maanden, tot en met 29 april 2027. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden voor verplichte zorg aan betrokkene met een schizoaffectieve stoornis.