ECLI:NL:RBZWB:2026:4736

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
11937924 CV EXPL 25-5439 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Ebben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 BWArt. 7:17 BWArt. 7:18 BWArt. 7:22 BWArt. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst tweedehands auto wegens non-conformiteit en toewijzing schadevergoeding

Op 3 maart 2025 kocht eiser een tweedehands Renault Clio RS van Carstore voor €15.000. Binnen een maand trad een ernstig gebrek op aan de koppeling, waardoor de auto niet meer normaal kon worden gebruikt. De koppeling werd door een Duits garagebedrijf als slijtageonderdeel vastgesteld, maar de rechtbank oordeelde dat de slijtage niet verwacht mocht worden gezien leeftijd, kilometerstand en prijs van de auto.

Eiser vorderde ontbinding van de koopovereenkomst, terugbetaling van de koopprijs, vergoeding van reparatie- en transportkosten, en schadevergoeding voor doorlopende autokosten. Carstore betwistte non-conformiteit en aansprakelijkheid, en stelde dat eiser zijn onderzoeksplicht had geschonden en een gebruikersvergoeding moest betalen.

De rechtbank oordeelde dat de auto non-conform was en dat eiser terecht de overeenkomst ontbonden had. Carstore had onvoldoende herstel geboden en de ontbinding was gerechtvaardigd. De rechtbank wees de vorderingen tot terugbetaling van de koopprijs, vergoeding van reparatie- en transportkosten, en schadevergoeding voor verzekerings- en belastingkosten toe, maar beperkte deze laatste tot de periode tot en met mei 2025 vanwege schadebeperkingsplicht.

Een gebruikersvergoeding werd afgewezen omdat de auto slechts kort in gebruik was en eiser schade leed door het gebrek. Carstore werd veroordeeld tot medewerking aan de overschrijving van het kenteken en het overleggen van het vrijwaringsbewijs, met een dwangsom bij niet-naleving. Tevens werd Carstore veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De koopovereenkomst is ontbonden en Carstore is veroordeeld tot terugbetaling van de koopprijs, vergoeding van schade en kosten, en medewerking aan kentekenoverschrijving.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11937924 \ CV EXPL 25-5439
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. M.M. van der Marel,
tegen
CARSTORE TILBURG B.V.,
te Tilburg,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Carstore,
gemachtigde: SRK Rechtsbijstand.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 oktober 2025 met producties;
- de conclusie van antwoord;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 17 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De zaak in het kort

2.1.
De zaak gaat over de koop van een tweedehands auto. [eiser] heeft een auto gekocht bij Carstore. Volgens [eiser] is de auto non-conform en daarom vordert hij een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst is ontbonden. Daarnaast vordert [eiser] terugbetaling van de koopprijs en schadevergoeding. Carstore voert verweer omdat zij betwist dat de auto non-conform is. De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] grotendeels toe. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.

3.De feiten

3.1.
Op 3 maart 2025 is tussen partijen een consumentenkoopovereenkomst tot stand gekomen ten aanzien van een motorvoertuig, meer specifiek een Renault Clio RS (hierna: de auto) met een kilometerstand van 61.279 kilometer. [eiser] heeft de auto van Carstore gekocht voor een bedrag van € 15.000,00 (inclusief inruil).
3.2.
Op 2 april 2025 is aan de auto tijdens een autorit in Duitsland een gebrek opgetreden waardoor [eiser] niet verder kon rijden. De auto is afgesleept en door een garagebedrijf in Duitsland (hierna: het garagebedrijf) is vastgesteld dat de koppeling vervangen moest worden. Het garagebedrijf heeft een analyse en noodreparatie uitgevoerd. Deze kosten bedroegen, inclusief de afsleepkosten, € 619,75.
3.3.
De auto is van Duitsland naar [plaats] getransporteerd. De kosten hiervoor bedroegen € 1.450,00.
3.4.
[eiser] heeft Carstore verzocht tot kosteloos herstel van de auto. Carstore heeft dit geweigerd, maar heeft daarbij aangeboden de helft van de herstelkosten en de volledige transportkosten te vergoeden.
3.5.
Middels de brief van 5 mei 2025 heeft [eiser] ontbinding van de overeenkomst ingeroepen en gesommeerd om de aankoopsom van € 15.000,00 te restitueren.
3.6.
In het e-mailbericht van 12 juni 2025 heeft een expert van DEKRA het volgende bericht aan de gemachtigde van Carstore:

Een koppeling is onderhavig aan slijtage en betreft dan ook een slijtage deel. Ook die van een dergelijke DSG automaat.
De wijze van gebruik zal van invloed zijn op de levensduur. Een koppeling slijt extra snel door:
• Gebruik op een circuit (dit type voertuig leent zich hier goed voor)
• Belasting van het voertuig. Veel snel optrekken en stevig accelereren
• Toepassing van illegale tuning software om motorvermogen te laten toenemen
• Misbruik of onoordeelkundig gebruik van het voertuig.
Wederpartij kan nooit aantonen, dat de koppeling reeds gebrekkig was ten tijde van verkoop! Het zal niet meevallen om uw client aansprakelijk te stellen voor een gebrekkige voertuig ten tijde van verkoop.
Een Onderzoek is kostbaar en tijdrovend.”

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert – na vermindering van eis en samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair
I. Voor recht te verklaren dat de koopovereenkomst tussen partijen (buitengerechtelijk) is ontbonden op 5 mei 2025 en dat Carstore geen eigenaar (meer) is van de auto vanaf de datum van ontbinding;
subsidiair
II. De koopovereenkomst tussen partijen te ontbinden vanaf een datum in goede justitie te bepalen;
zowel primair als subsidiair
III. Carstore te veroordelen om aan [eiser] binnen drie dagen na betekening van het vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting (terug) te betalen een bedrag van € 15.000,00;
IV. Carstore te veroordelen tot medewerking aan de overschrijving van het kenteken en het overleggen van het vrijwaringsbewijs binnen drie dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag met een maximum van € 50.000,00;
V. Carstore te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 186,84 per maand aan verzekeringspremie en € 57,00 per maand aan motorrijtuigenbelasting vanaf de dag van ontbinding tot en met augustus 2025;
VI. Carstore te veroordelen om aan [eiser] binnen drie dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een schadevergoeding van € 2.069,75;
VII. Carstore te veroordelen om binnen 3 dagen na betekening van het vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [eiser] de wettelijke rente over de gevorderde bedragen vanaf twee weken na datum ontbinding;
VIII. Carstore te veroordelen in de kosten van deze procedure;
IX. Carstore te veroordelen in de nakosten daarvoor een bevelschrift af te geven.
4.2.
[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de auto non-conform is. De auto heeft een gebrek dat normaal gebruik in de weg staat en dat [eiser] niet hoefde te verwachten. Carstore is niet bereid om de auto kosteloos te herstellen waardoor Carstore de koopovereenkomst mocht ontbinden.
4.3.
Carstore betwist dat de auto non-conform is omdat de koppeling een slijtageonderdeel betreft. Daarnaast kan [eiser] veilig rijden met de auto, aldus Carstore. Ook betwist Carstore de aansprakelijkheid voor de door [eiser] gevorderde gevolgschade.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Consumentenkoop en non-conformiteit
5.1.
De koop van de auto door [eiser] is een consumentenkoop als bedoeld in artikel 7:5 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). [eiser] doet een beroep op non-conformiteit. Het uitgangspunt bij de beoordeling van een beroep op non-conformiteit is de in artikel 7:17 lid 1 BW Pro neergelegde regel, dat een afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet voldoen. Op grond van artikel 7:17 lid 2 BW Pro mag een koper verwachten dat de gekochte zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen.
5.2.
Bij de koop van een tweedehands auto die bedoeld is om aan het verkeer deel te nemen, geldt daarnaast volgens vaste rechtspraak dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt als er een gebrek is dat de verkeersveiligheid in gevaar brengt en dat voor de koper niet eenvoudig te ontdekken of te herstellen is, zie o.a. HR 15 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1338. Wie een gebruikte auto koopt, moet - afhankelijk van de leeftijd, de prijs, de kilometerstand en de onderhoudsstaat - rekening houden met normale slijtage en met het feit dat reparaties nodig kunnen zijn. De koper mag verwachten dat de auto zich in een staat bevindt die past bij deze omstandigheden. Ernstige of bijzondere gebreken die zich al kort na de koop voordoen en die niet passen bij de leeftijd, kilometerstand en onderhoudsgeschiedenis van de auto, hoeft een koper niet te verwachten. In dat geval kan sprake zijn van een auto die niet aan de overeenkomst beantwoordt.
5.3.
De bewijslast van de non-conformiteit ligt in beginsel bij de koper, maar een consument-koper, zoals [eiser], heeft op grond van de wet een bijzondere bescherming. Als zich binnen één jaar na de aflevering een gebrek openbaart, wordt de zaak vermoed al bij de aflevering niet aan de overeenkomst te hebben voldaan (artikel 7:18 lid 2 BW Pro).
Het gebrek
5.4.
De kantonrechter oordeelt dat de auto non-conform is. Vast staat dat [eiser] de auto op 3 maart 2025 geleverd heeft gekregen. Omstreeks 2 april 2025 heeft [eiser] zich bij Carstore gemeld met een gebrek aan de koppeling van de auto. Dit is binnen één jaar na aflevering van de auto. Hoewel rekening moet worden gehouden met normale slijtage, is bij een auto van ruim tien jaar oud, met 61.279 kilometer op de teller en een aanschafprijs van € 15.000,00, een versleten koppeling geen gebrek dat je als koper hoeft te verwachten. Vaststaat dat de auto in de file, op het moment dat deze vanuit stilstand weer moest gaan rijden, weigerde op te schakelen en enkel nog stapvoets reed. Hieruit volgt dat de auto niet geschikt is voor normaal gebruik. Bovendien is een koppeling essentieel voor de besturing van een auto, waardoor het gebrek een gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid. De versleten koppeling is dan ook een ernstig gebrek dat het normale risico van een tweedehandsauto te boven gaat. Omdat het gebrek binnen één jaar na aflevering van de auto is opgetreden, wordt vermoed dat het gebrek al aanwezig was bij aflevering van de auto. De auto had niet de eigenschappen die [eiser] mocht verwachten en beantwoordt daarom niet aan de overeenkomst. Dat er geen garantie is overeengekomen, doet aan het voorgaande niet af. De kantonrechter is daarom van oordeel dat er sprake is van non-conformiteit.
5.5.
Carstore heeft naar voren gebracht dat uit het bericht van de expert van DEKRA van 12 juni 2025 volgt dat de auto door [eiser] niet op de juiste manier is gebruikt, dat [eiser] in een korte periode veel kilometers (2.821 kilometer) heeft gereden en dat de slijtage aan de koppeling daardoor is ontstaan. De kantonrechter oordeelt echter dat de expert van DEKRA deze conclusie in zijn bericht niet trekt. De stelling van Carstore wordt verder ook niet onderbouwd. Hoewel vaststaat dat [eiser] 2.821 kilometer heeft gereden met de auto, blijkt uit niets dat dit de oorzaak is van de slijtage aan de koppeling.
5.6.
Carstore heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat [eiser] geen beroep kan doen op non-conformiteit omdat hij zijn onderzoeksplicht heeft geschonden. Carstore heeft in dat verband aangevoerd dat gelet op de leeftijd, de kilometerstand en het model van de tweedehands auto, het op de weg lag van [eiser] om niet enkel een proefrit te maken, maar de auto ook door een deskundige te laten onderzoeken.
5.7.
De kantonrechter gaat hier niet in mee. Vaststaat dat [eiser] voorafgaand aan de koop een proefrit heeft gemaakt en de auto heeft bekeken. Ook was de auto Apk-gekeurd. Er was voor [eiser] geen reden om te twijfelen aan de staat van de auto. Onder deze omstandigheden mocht van [eiser] geen verdergaand onderzoek voorafgaand aan de koop worden verlangd.
De koopovereenkomst is ontbonden
5.8.
Op grond van artikel 7:22 lid 1 onder Pro a BW is [eiser] bevoegd om de overeenkomst te ontbinden als de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt, tenzij de afwijking van geringe betekenis is en de ontbinding niet rechtvaardigt. Uit het tweede lid van dit artikel volgt dat deze bevoegdheid pas ontstaat wanneer [eiser] is tekortgeschoten in zijn verplichting tot herstel of vervanging van de auto binnen een redelijke termijn.
5.9.
[eiser] heeft Carstore gevraagd om herstel van de auto. Carstore erkent dat zij de auto niet kosteloos wilde herstellen. Carstore was slechts bereid om de auto bij een specialist te laten herstellen, waarbij Carstore de helft van de herstelkosten voor haar rekening zou nemen en de transportkosten zou vergoeden. Daarmee voldoet Carstore niet aan de verplichting om de gebreken kosteloos te herstellen en doet [eiser] een gerechtvaardigd beroep op ontbinding.
5.10.
Carstore voert nog aan dat de tekortkoming van dermate geringe betekenis is dat deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt gezien de hoogte van de herstelkosten van € 2.600,00 ten opzichte van de koopprijs van € 15.000,00. Het is aan Carstore als verkoper om te bewijzen dat de non-conformiteit van geringe betekenis is. Van een te geringe non-conformiteit kan alleen sprake zijn indien het gebrek onbeduidend is (Hof van Justitie 14 juli 2022, ECLI:EU:C:2022:572). Daarvan is geen sprake. Herstelkosten van
€ 2.600,00 zijn niet gering en verder onderbouwt Carstore op geen enkele manier waarom het gebrek onbeduidend zou zijn. Naar het oordeel van de kantonrechter was [eiser] dan ook bevoegd om de overeenkomst te ontbinden. Dit heeft hij gedaan per brief van 5 mei 2025. De kantonrechter zal de gevorderde verklaring voor recht dan ook toewijzen.
5.11.
Het rechtsgevolg van de ontbinding is dat de prestaties van partijen ongedaan moeten worden gemaakt. De auto moet terug en [eiser] krijgt de aankoopsom van
€ 15.000,00 terug. De gevorderde wettelijke rente over dit bedrag wordt ook toegewezen.
Transportkosten en reparatiekosten
5.12.
Volgens [eiser] is Carstore, vanwege de toerekenbare tekortkoming aan de zijde van Carstore, schadeplichtig richting [eiser]. [eiser] vordert daarom veroordeling van Carstore tot vergoeding van de reparatiekosten die door het garagebedrijf in rekening zijn gebracht. Deze kosten bedroegen € 619,75. Ook wil [eiser] dat Carstore de transportkosten van € 1.450,00 vergoedt.
5.13.
De kantonrechter wijst deze vordering toe. In artikel 6:96 lid 2 BW Pro is bepaald dat redelijke kosten ter vaststelling van de schade en/of aansprakelijkheid voor vergoeding in aanmerking komen. [eiser] heeft onderzoek laten doen om gebreken van de auto te kunnen vaststellen, waardoor deze kosten voor toewijzing in aanmerking komen. Ook de transportkosten komen voor vergoeding in aanmerking omdat deze rechtstreeks zijn veroorzaakt door de gebrekkige koppeling. De kantonrechter acht beide schadeposten redelijk en in redelijkheid gemaakt. De omstandigheid dat de auto is getransporteerd door een transportbedrijf uit Den Helder, zoals door Carstore wordt aangevoerd, doet daar niet aan af. Carstore heeft niet onderbouwd gesteld dat de transportkosten daardoor hoger zijn gebruikelijk. Carstore moet daarom de gemaakte kosten van € 2.069,75 vergoeden. De gevorderde wettelijke rente hierover wordt toegewezen.
Autoverzekering en motorrijtuigenbelasting
5.14.
[eiser] betaalde maandelijks € 186,84 voor zijn autoverzekering en € 57,00 voor de motorrijtuigenbelasting en vordert vergoeding van deze kosten over de periode vanaf de ontbinding tot en met augustus 2025. [eiser] heeft de auto per 11 augustus geschorst. Carstore voert aan dat de verzekeringskosten behoren tot het normale gebruik van een voertuig en niet als schade kunnen worden aangemerkt. Ook beroept Carstore zich op de schadebeperkingsplicht. Volgens Carstore had [eiser] de schade kunnen beperken door de auto eerder te schorsen.
5.15.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter verwerpt het verweer van Carstore dat de doorlopende kosten voor de auto niet als schade kunnen worden aangemerkt. De kosten worden namelijk over het algemeen gemaakt ten behoeve van een auto waarvan daadwerkelijk gebruik kan worden gemaakt. Zoals hiervoor is overwogen, is de auto een gevaar voor de verkeersveiligheid en heeft [eiser] geen gebruik meer kunnen maken van de auto terwijl deze kosten wel doorliepen. Deze kosten zijn daarmee aan te merken als schade. De kantonrechter is echter wel met Carstore van oordeel dat [eiser] de auto eerder had kunnen schorsen waarmee de kosten beperkt hadden kunnen worden. [eiser] voert aan dat hij de auto niet eerder kon schorsen vanwege het risico op onverzekerd rijden door Carstore. [eiser] heeft echter niet kunnen verklaren waarom hij de auto op 11 augustus 2025 wél kon schorsen terwijl de situatie ongewijzigd was. Daarnaast heeft Carstore gemotiveerd betwist dat er met de auto zou worden gereden. Nu de ontbinding op 5 mei 2025 is ingeroepen, had [eiser] de auto uiterlijk per 1 juni moeten schorsen. De kantonrechter zal daarom de schadevordering slechts toewijzen tot en met mei 2025. De gevorderde wettelijke rente hierover wordt toegewezen.
Verweer gereden kilometers
5.16.
Carstore voert aan dat op de terug te betalen koopsom een gebruikersvergoeding in mindering moet worden gebracht. [eiser] heeft immers 2.821 kilometer met de auto gereden. Volgens Carstore dient een bedrag van afgerond € 650,00 te worden ingehouden op de koopsom om ongerechtvaardigde verrijking aan de zijde van [eiser] te voorkomen.
5.17.
De kantonrechter oordeelt dat met deze gestelde waardevermindering geen rekening wordt gehouden. Na ontbinding ontstaan er voor partijen ongedaanmakingsverbintenissen (artikel 6:271 BW Pro). Alleen als de aard van de prestatie uitsluit dat de prestatie ongedaan gemaakt wordt, ontstaat er een verbintenis tot het vergoeden van de waarde (artikel 6:272 BW Pro). In dit geval doet deze situatie zich niet voor, omdat de prestatie ongedaan gemaakt kan worden. [eiser] kan de auto namelijk teruggeven. Ook voor een vergoeding op grond van ongerechtvaardigde verrijking ziet de kantonrechter geen aanleiding. [eiser] heeft de auto slechts korte tijd in gebruik gehad. Bovendien heeft [eiser] zijn vakantie als gevolg van het gebrek aan de auto moeten afbreken. In deze situatie is [eiser] niet ongerechtvaardigd verrijkt door het gebruik van de auto.
Vrijwaringsbewijs
5.18.
[eiser] vordert dat Carstore wordt veroordeelt tot medewerking aan de overschrijving van het kenteken en het overleggen van het vrijwaringsbewijs binnen drie dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag met een maximum van € 50.000,00.
5.19.
De kantonrechter overweegt dat, nu de overeenkomst is ontbonden, Carstore de auto moet terugnemen en zorgdragen voor vrijwaring. Carstore zal worden veroordeeld om binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis zorg te dragen voor overschrijving van het kenteken van de auto en het vrijwaringsbewijs aan [eiser] te overleggen. De kantonrechter wijst een dwangsom van € 250,00 per dag toe dat Carstore niet overgaat tot overschrijving van het kenteken van de auto en geen deugdelijk vrijwaringsbewijs aanlevert, tot een maximum van € 10.000,00.
De proceskosten
5.20.
Carstore is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
90,00
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.246,04
Uitvoerbaarheid bij voorraad
5.21.
Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Dit betekent dat deze uitspraak geldt, totdat in een eventueel hoger beroep anders is beslist.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
verklaart voor recht dat de koopovereenkomst tussen partijen is ontbonden op 5 mei 2025 en dat Carstore geen eigenaar meer is van de auto vanaf 5 mei 2025,
6.2.
veroordeelt Carstore om, binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, aan [eiser] te betalen een bedrag van € 15.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 19 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,
6.3.
veroordeelt Carstore om, binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis, mee te werken aan de overschrijving van het kenteken van de auto en het vrijwaringsbewijs aan [eiser] te overleggen, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag met een maximum van € 10.000,00,
6.4.
veroordeelt Carstore om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 186,84 per maand aan verzekeringspremie en € 57,00 per maand aan motorrijtuigenbelasting vanaf 5 mei 2025 tot en met juni 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 19 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,
6.5.
veroordeelt Carstore om, binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.069,75 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 19 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,
6.6.
veroordeelt Carstore in de proceskosten van € 1.246,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Carstore niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.